nieuws

‘Levensverzekaars rommelen nog steeds met kosten’

Archief

Zestig procent van de levensverzekeraars schuift ondanks de komst van de Financiële Bijsluiter nog met kosten om zo gunstig mogelijke aanbiedingen te doen. Dat blijkt uit een onderzoek (‘Medicijn erger dan de kwaal’) van MoneyView naar de praktische uitwerking van de bijsluiter.

Voor het onderzoek bestudeerde MoneyView in totaal vierhonderd offertes en bijsluiters van honderd producten van 32 levensverzekeraars. Conclusie: twintig van de 32 maatschappijen houdt in het voorbeeldkapitaal bij een rendement van 4% geen of slechts ten dele rekening met fondskosten. Niet geheel toevallig blijken de ‘stoutste’ jongens de beste voorbeeldkapitalen te kunnen presenteren aan tussenpersoon en consument.
MoneyView vermoedt kwade opzet, zeker als de volgende conclusie wordt getrokken: productvergelijkingen worden door aanpassing van kostenstructuren gemanipuleerd. Gevolg is dat de ranglijst op basis van het hoogste voorbeeldkapitaal er bij een rendement van 8% ineens heel anders uitziet dan bij 4%. “Producten komen bij 4% positief voor de dag als gevolg van een speciaal op dit rendement toegesneden kostenstructuur”, stellen de onderzoekers. Met andere woorden, bij afwijkende rendementen zullen verzekeringnemers relatief meer aan kosten kwijt zijn.
Te negatief beeld
Namens het Verbond van Verzekeraars wil ASR-bestuurder Roel Wijmenga het door MoneyView geschetste beeld nuanceren. “Begrijp me goed, ik ben het met MoneyView eens dat alle fondskosten – de total expense ratio – moeten worden meegerekend en dat enkele verzekeraars dat niet goed doen. Daar moet actie op worden ondernomen, bij voorkeur door de Autoriteit Financiële Markten. Wij zullen onze leden er ook nog op wijzen.”
“Maar mijn beeld uit het rapport is dat een grote groep, nadrukkelijk meer dan 40%, naar eer en geweten berekeningen maakt en voor zeker 95% alle kosten meeneemt. Onder die 60% die zogenaamd fout bezig is, schaart MoneyView ook maatschappijen waarbij de kosten niet duidelijk zijn of waarbij sprake is van afrondingsverschillen. “Tja, dat noem ik kinderziektes.” Dat kostenstructuren speciaal worden afgestemd op het 4%-rendement, gelooft Wijmenga niet. “Misschien is dat bij één of twee verzekeraars het geval; ikzelf ken één voorbeeld. Maar dat is zeker niet het algemene beeld.”
Offerte-rendement
Volgens MoneyView wordt het doel van de bijsluiter, het beter vergelijkbaar maken van financiële producten, nog niet bereikt. “Er moet nog het een en ander worden verbeterd.”
Eén van de pijnpunten- onlangs ook aan de kaak gesteld in het televisieprogramma Radar – is het verschil tussen voorbeeldrendementen in de offerte van de verzekeraar en voorbeeldrendementen in de Financiële Bijsluiter. De offerte geeft vier voorbeeldkapitalen op basis van vier rendementen, te weten: historisch, 4%, pessimistisch én een eigen rendement. In de bijsluiter staan drie rendementen: historisch, 4% en pessimistisch. De verwarring ontstaat doordat de rendementen ‘4%’ en ‘pessimistisch’ bruto zijn (dus vóór aftrek van fondskosten), terwijl de rendementen ‘historisch’ en ‘eigen’ juist netto zijn (daar zijn de kosten dus al vanaf).
En waar kijken de adviseurs/verkopers van het product (en dus de consumenten) in de praktijk vooral naar volgens MoneyView? Juist, naar de kapitalen in de offertes. “Een reden hiervoor is dat de meeste kapitaalverzekeringen tegenwoordig dienen als aflossingspolis bij een hypothecaire lening en premies voor dit soort hypotheekverzekeringen worden volgens de normen van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) berekend op basis van 8%”, zo stelt onderzoeker Bram Bloemberg. “De Financiële Bijsluiter kent geen voorbeeldrendement van 8% en dus is de afnemer aangewezen op de berekeningen in de offerte.”
Die berekeningen leveren voorbeeldkapitalen op basis van nettorendementen op en daarmee zijn ze per definitie niet vergelijkbaar. “Daar heeft MoneyView gelijk in”, erkent Wijmenga. “Maar dat is geen boeventruc van de verzekeraars. Wij kunnen niet anders. De bijsluiter schrijft twee verschillende definities van rendementen voor en in de offerte sluiten wij aan met het oog op de NHG-norm aan bij het historische rendement. De definities van het historische rendement, het 4%-rendement en het pessimistische rendement in de offerte zijn exact gelijk aan die in de bijsluiter. Het staat expliciet in onze zelfregulerende Code Rendement en Risico: je mag in de offerte niets doen dat haaks staat op of afbreuk doet aan de bijsluiter. En dat gebeurt ook niet! Er staat alleen een extra, eigen rendement in, gebaseerd op dezelfde definitie als het historische rendement.”
Advies
MoneyView adviseert de toezichthoudende Autoriteit Financiële Markten om het bruto-voorbeeldrendement van 4% te heroverwegen. “De keuze voor dit rendement kan leiden tot gemanipuleerde productvergelijkingen en geeft daarnaast in veel gevallen geen realistische maatstaf.”
Wijmenga wil daarentegen wachten op de evaluatie van de Financiële Bijsluiter, die staat gepland in het najaar van 2003. “Er wordt een vroege diagnose gesteld van kinderziektes, terwijl er geen sprake is van serieuze infecties”, zo luidt de beeldspraak van de Verbondsman. “De behandeling is: jezelf in acht nemen en eind 2003 weer naar de dokter gaan.”
In speciale workshops wil MoneyView (tel. 020-626.85.85) tussenpersonen vertellen hoe zij de huidige offertes op waarde moeten schatten. Een onderzoeksrapport kost e 495.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.