nieuws

Letselschade

Archief

Was het een juiste zet of niet zo wijs, de demonstratieve afwezigheid van het Verbond van Verzekeraars bij de presentatie van het letselschaderapport van Stichting De Ombudsman? Het rapport is de weerslag van een diepgaand onderzoek naar aanleiding van een zeer geruchtmakende uitzending van Tros Radar in september 2001.

In feite was deze keer het meest vervelende voor verzekeraars, dat het persbureau ANP in zijn berichtgeving over dit onderwerp continu bleef stellen dat negen van de tien letselschadeslachtoffers ontevreden zijn over hun behandeling door verzekeraars. Deze ‘negen op tien’ sloeg echter uitsluitend op de 147 onderzochte langslepende zaken en dus in het geheel niet op het totaal aantal letselschadegevallen.
’s Avonds ging Tros Radar op herhaling. Ondanks indringende filmpjes met enkele slachtoffers en de scherpe teksten (‘Hoe noemt u dit in gewoon Nederlands?’ ‘Omkoping!’), maakte de tv-uitzending nu heel weinig los.
Het wapengekletter op het mediatoneel staat in contrast met de positieve onderstroom in de ‘echte wereld’. Mede daarom zijn ze die maandagochtend bij het Verbond van Verzekeraars begrijpelijk over de rooie gegaan. Ze hadden immers onlangs samen met Stichting De Ombudsman een zogeheten ‘expertmeeting’ gehouden, waarin de uitkomsten van het onderzoek besproken waren. Er was zelfs een vrij goede verstandhouding tussen de partijen ontstaan, want anders had De Ombudsman niet kunnen aankondigen dat ook vertegenwoordigers van het Verbond bij de presentatie aanwezig zouden zijn.
Het heeft ook te maken met goede omgangsvormen. Als je een rapport op een bepaald tijdstip presenteert, werk je niet mee aan publiciteit die vóór dat tijdstip plaatsvindt. Kennelijk was de lust voor radio- en televisie-aandacht te verleidelijk om ‘neen’ te zeggen. Onderzoeker Martijn van Driel mag zich dan verschuilen achter een eenzijdige selectie van het opgenomen gesprek, hij heeft een risico genomen en moet zich daarvoor verantwoordelijk achten. Bovendien brandde hij de rechtsbijstandverzekeraars ongenuanceerd af. De (valse) toon was gezet en de verzekeraars konden dit niet over hun kant laten gaan.
Maar, het zij nogmaals gezegd, de onderstroom in letselschaderegelingsland is positief. Zo wordt er steeds genuanceerder gedacht over het honoreringssysteem ‘no cure, no pay’. Het botte verzet van de gevestigde orde is gebroken en partijen die er in aanleg positief over dachten, hebben daardoor als vanzelf meer oog voor de schaduwkanten. Het was veelzeggend dat de directeur van Slachtofferhulp Nederland zich weinig positief uitliet over ‘no cure no pay’. ‘De Ombudsman’ is zelfs fel in zijn rapport. “Pas na uitvoerige uitleg aan de slachtoffers, bleek dat het systeem voor hen juist nadelige gevolgen zou hebben, mede vanwege het hoge kostenpercentage.” De term ‘no cure no pay’ wordt misleidend genoemd. Dat zou moeten worden gewijzigd in ‘resultaatafhankelijke beloning’.
Bovendien bestaat er steeds meer eenstemmigheid ten aanzien van het conflictbestrijdingsmiddel dat ‘mediation’ heet. Vrijwel iedereen vindt dat dit goede perspectieven biedt om als snelwerkende smeerolie te fungeren in vastgelopen zaken. Zou het dan tóch nog de goede kant opgaan in de letselschaderegeling?
Richard Vroom
rvroom@kluwer.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.