nieuws

‘Lakeman, die moest ik hebben!’

Archief

‘…Lakeman, die moest ik hebben!’

Het zal de afgelopen weken op veel verjaardagen onderwerp van gesprek zijn geweest: de nieuwe campagne van Legio-Lease. Tien weken lang gaan er per week 200.000 kanariegele enveloppen de deur uit om mensen hun eigen (effecten)bank te laten oprichten. In vroeger tijden was de man achter Legio-Lease nog wel eens ‘in beeld’, maar sinds hij dit jaar met spaarleasen begon, wordt er bijna alleen nog maar op afstand over het bedrijf van de geboren Leidenaar P.H. Bloemink geschreven. In verband met zijn ‘gang naar het intermediair’ had AM een gesprek met hem.
door Richard Vroom
Hoe heeft hij in de afgelopen maanden de golf van negatieve kritiek op het begin dit jaar geïntroduceerde spaarlease-produkt ervaren?
Bloemink: “Als zeer stimulerend. Het is plezierig voor een ondernemer, dat men enigszins angstig is voor jouw produkt. Inhoudelijk hebben ze niks om aan te pakken. Men is bezig geweest een negatieve sfeer te scheppen. Echter, ons produkt is gewoon uniek en compleet”. Over het ontstaan van het spaarleaseprodukt en vooral de commerciële meesterzet om een ‘getuigenis’ van de roemruchte Pieter Lakeman (Sobi) los te krijgen, vertelt Bloemink: “Je zit te denken, en op een gegeven moment passen de stukjes van de legpuzzel in elkaar. Dan ga ik beginnen een brochure te schrijven. Dat doe ik achter m’n electrische schrijfmachine. Steeds opnieuw een velletje in de machine en dan, na vijftig keer overtikken, laat ik de tekst lezen door enkele mensen uit mijn omgeving die eerlijk hun mening geven. Bij het spaarleaseconcept was hun reactie: ‘Piet, je gaat nu de mensen oplichten, want anders zou iedereen dit produkt wel gaan voeren’. Mijn angst was op dat moment, dat je er van overtuigd bent, dat je hèt concept in je handen hebt, maar dat de mensen je niet geloven. Ik zat toen te piekeren: ik moet iemand hebben die de lezers van de brochure kunnen overtuigen dat ze de informatie kunnen vertrouwen. Maar wie kan dat dan zijn? En echt, ik heb eerst gedacht aan de koningin en toen aan Lubbers. Vervolgens dacht ik: ik ga naar mijn advocaat voor die garantieverklaring. Maar ja, komt dat wel goed over bij de mensen? Daarna dacht ik nog aan Ron Brandsteder en ook aan de Consumentenbond… Toen schoot ineens de naam Pieter Lakeman (ik heb al z’n boekjes) door mijn hoofd. Hij is voorzitter van Sobi, en die afkorting staat voor Stichting Onderzoek Bedrijfsinformatie. Die moest ik hebben! Ik heb een afspraak gemaakt en tegen hem onder meer gezegd: u maakt de negatieve uitslagen van uw onderzoeken bekend, maar u zou voor het evenwicht toch ook uw positieve uitkomsten kunnen publiceren. In een periode van anderhalve maand heeft ie me regelmatig doorgezaagd. Er is veel gewijzigd in de brochure. Ik kan wel zeggen, dat ik soms met veel commercieel zweet in m’n handen heb gezeten. Toen de eerste druk al op de pers lag, belde hij nog op over een afrondingskwestie ‘achter de komma’. Daardoor konden we vervolgens 20.000 exemplaren weggooien.”
Pioniersmentaliteit
Legio-Lease is gevestigd op een verdieping in een kantoorgebouw tegenover het NS-station in Leiden. De inrichting is zeer sober. Ook de directiekamer van Bloemink (‘Verboden te kloppen’) ademt eenvoud uit.
Bloemink: “Er hangt hier sowieso een andere sfeer dan gebruikelijk is bij financiële instellingen. We zijn een jong bedrijf (5 jaar) en hier waart de pioniersmentaliteit nog rond. Het is de taak van het management die mentaliteit vast te houden”. Halverwege het gesprek noemt Bloemink zijn ruim tien personeelsleden tellende bedrijf ‘een contractenfabriek’. De mailingcampagnes bestrijken een periode van dertien weken. Gedurende een periode van tien weken worden er per week 200.000 informatiepakketjes verzonden, met daaraan parallel na drie weken een herinnering. De onlangs na de zomervakantie begonnen campagne scoort volgens hem beter dan die in het voorjaar. Bloemink: “We hebben de mensen in het eerste rondje verteld wat het produkt inhoudt. Een aantal mensen heeft dat laten bezinken en hakt nu de knoop door”. De contractperiode van 15 jaar (na de eerste 5 jaar is afkoop zonder kosten mogelijk) vindt Bloemink van een goede lengte. Criticasters komen steevast met het schrikbeeld dat vlak voor het verstrijken van deze periode de effectenwereld wordt getroffen door een krach op de beurs. “Om te beginnen, is het dan de vraag of het ‘normaal gesproken’ aanzienlijk gestegen koerspeil dan zó sterk daalt dat men erop zou moeten toeleggen. Bovendien zijn de mensen na die 15 jaar niet verplicht de aandelen direct te gelde te maken. Men kan ook wachten tot het beursklimaat weer beter wordt.” Citerend uit een eigen brochure, zegt Bloemink: “De verliesverhalen komen vaak van speculanten (wat is de koers morgen?) en bijna nooit van beleggers (wat is de koers over een aantal jaren?)”.
‘Ze verdienen altijd geld’
“Wij hebben bij het spaarleasen bewust gekozen voor een mandje financiële waarden (ABN Amro, Aegon, Fortis-Amev en ING). Die ondernemingen hebben enorme buffers opgebouwd voor slechtere tijden, vertonen een evenwichtig winstplaatje en hebben een evenwichtig dividend-beleid. Het gaat ze bijna altijd goed, ook in slechtere economische tijden. Ze verdienen altijd geld.”
Bloemink ergert zich aan sommige aanklachten tegen zijn spaarleasen, bijvoorbeeld als er gesteld wordt, dat deelnemers minimaal 5 jaar vastzitten aan de maandelijkse bijdrage, hetgeen een probleem zou kunnen opleveren als bijvoorbeeld de wasmachine het begeeft. “De mensen kunnen dat maandbedrag best wel missen, hebben ze zelf uitgerekend.” En als ‘de mensen’ dat niet zelf hebben uitgerekend, kunnen ze zich dus sinds kort voor spaarleasen ook wenden een assurantietussenpersoon.
Produkt moet zich bewijzen
“In onze visie is de assurantietussenpersoon de enige aangewezen persoon om mensen op een doordachte, vertrouwde manier te adviseren over financiële produkten. Daarom hebben wij nu drs Bob van der Mast van de Labouchere Group, voorheen directeur van Paribas, aangetrokken om voor ons contacten te leggen met een geselecteerde groep tussenpersonen. De belangrijkste selectiecriteria zijn: een goede reputatie en een actief marktgedrag.
Natuurlijk zou je in een reactie kunnen zeggen: ‘Die Bloemink wil van twee walletjes eten. De assurantietussenpersoon is nu ineens wel goed om extra produktie binnen te brengen’. Maar ik zal het u klip en klaar zeggen: ik sta voor 100% achter de stelling: dit produkt en andere financiële produkten horen bij het intermediair. Echter, een nieuw produkt moet zich eerst op twee punten bewijzen: 1. het moet commercieel worden opgevoed en rijp gemaakt; 2. het concept moet zich ook fiscaal hebben bewezen.” Bloemink loopt naar een kast en pakt er enkele fotokopieën uit. Vervolgens gaat hij er eens goed voor zitten en kondigt op plechtige toon belangrijk nieuws aan. Hij gaat eerst terug naar een Kamerdebat van medio februari dit jaar. De CDA-fractie wilde van minister Kok (financiën) weten, of hem het verschijnsel ‘leasen van effecten’ bekend was en wat de aantrekkelijkheid van dit verschijnsel is. Kok gaf een profielschets van het produkt en voegde daar nog aan toe: “Door de twee lease-partijen wordt daarbij verondersteld, dat de door de lessee betaalde rente aftrekbaar zal zijn. Ondergetekende onderzoekt momenteel of er in deze situatie ook daadwerkelijk sprake is van aftrekbare rente op schuld.” Maandenlang bleef het stil, maar begin september kwam er een verlossende brief van de Belastingdienst. In die brief wordt, vooruitlopend op een algemene publikatie, gesteld: “de rente in de leasetermijnen van het Legiopremieplan en Legiospaarplan is aftrekbaar”, met als toevoeging, dat de leasetermijnen van het spaarleasen moeten worden gesplitst in een rentedeel en een aflossingsdeel.
‘Nee, ik ben goedkoop’
Bloemink is uiteraard enorm in zijn sas met deze voor hem positieve duidelijkheid van de fiscus. Nu hiermee zijn verdediging nagenoeg is dichtgemetseld, kiest hij voor de aanval:
“Mijn rente ligt hoger dan gebruikelijk. Ik bereken 15,6%, maar als het over Legio-Lease gaat, heeft ‘men’ het altijd uitsluitend over het effectieve getal: 16,9%. ‘Meneer, u bent duur’, zeggen ze tegen mij. ‘Nee, ik ben goedkoop’, zeg ik dan. Als je zelf gaat beleggen, krijg je met allerlei kosten te maken; kosten die niet aftrekbaar zijn. Maar onze rente geldt in fiscale zin als kosten voor een bron van inkomsten, en is daarom fiscaal aftrekbaar.” Hij verwijst naar zijn brochure, waarin hij doe-het-zelfbeleggers ter rechtvaardiging van zijn hoge rente voorhoudt: “Bedenk daarbij vooral, dat het netto-voordeel van het ontbreken van de gebruikelijke transactiekosten en zgn. boeterente kan worden vergeleken met ongeveer 4% rente.” Waar haalt u het geld vandaan om al die aandelenpakketten voor de deelnemers te kopen? “De bank Labouchere, die tevens de aandelen beheert en de levering garandeert, is onze enige financier. Maar als ondernemer heb ik ook mijn hele bezit in de zaak zitten… Als je dat niet doet, heb je geen geloof in je zaak en je produkt.” Er is herhaaldelijk belangstelling getoond om Legio-Lease over te nemen. Is uw vraagprijs te hoog, of koestert u dit bedrijf totdat u voor uzelf een eventueel nieuw perspectief ziet? “Tja, ik word met mijn 50 jaar al een dagje ouder en ik heb het idee dat ik t.z.t. achter mijn IBMmetje het loodje leg. Dus ik ga door. De mogelijkheden in de financiële dienstverlening zijn zo groot en er zijn nog zo veel onontgonnen terreinen, dat ik nog voor 50 jaar werk heb. Nadat ik in 1988 Favoriet had verkocht (zie kader), heb ik eigenlijk mijn rottigste tijd gehad. Ik wil geen zaak meer verkopen, maar opbouwen. Ik zit ook eigenlijk te wachten op de eerste concurrent. Neem de grote banken en verzekeraars: in financieel opzicht kan ik niet tegen ze op, maar wèl in commerciële en creatieve kracht. Bij ons is geen sprake van studeerkamer-marketing maar van praktijkmarketing. Ik vind het een voordeel, dat ik niet uit de financiële branche afkomstig ben, want – verder niks ten nadele van die wereld – daarin is toch vaak sprake van traditionele, ingesleten structuren. Daar word ik niet door gehinderd.”
Bloemink: ‘Meneer, u bent duur’, zeggen ze tegen mij. ‘Nee, ik ben goedkoop’, zeg ik dan. ************ KADER: ***** Piet Bloemink (50) werd op zijn 18e meerderjarig verklaard en begon als koksmaatje op het cruiseschip ‘Oranje’. Bij het zien van de huisdrukkerij aan boord van dat schip kreeg hij veel belangstelling voor grafische produkten. Nadat hij vervolgens eerst in reclamedrukwerk actief was geworden, ontpopte zich de innovator in hem. Bloemink was bij de opkomst van het videotijdperk in de jaren zeventig de eerste die legale speelfilmkopieën op de markt ging brengen (Video for Pleasure). Later volgde de produktie van tv-reportages, want Bloemink wilde voor het grote publiek werken. Hij was ook de oprichter van Favoriet Verhuur, een organisatie die op huurkoopbasis audiovisuele apparatuur leverde aan particulieren. Toen hij dit bedrijf in 1988 had verkocht aan Borsumij Wehry, is hij bij Borsumij een paar jaar directeur geweest. Bloemink kwam echter tot de conclusie dat hij toch meer een ontwikkelaar-ondernemer is dan een bedrijfsbestuurder. De hindernissen die hij ontmoette bij het beleggen van zijn eigen geld, gekoppeld aan de ervaring die hij had met het leasen van tv-toestellen, leidden tot het filosoferen over leaseprodukten in de financiële wereld.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.