nieuws

Kritiek Enschedese bedrijven op schaderegeling verrast Verbond

Archief

De Enschedese bedrijven die zijn getroffen door de vuurwerkramp zijn vrijwel unaniem ontevreden over de afhandeling van hun schade door verzekeraars. Dit blijkt uit een steekproef onder 116 zwaar getroffen bedrijven in het rampgebied uitgevoerd door de Ondernemersvereniging Gedupeerde Ondernemers Vuurwerkramp Enschede/MKB-Nederland.

De kritiek van gedupeerde bedrijven heeft het Verbond van Verzekeraars onaangenaam verrast. Met name het indirecte geuite verwijt aan het adres van verzekeraars dat zij verantwoordelijk zijn voor veel onverzekerde en te laag verzekerde bedrijven, noemt het Verbond “erg vreemd”.
“Dat een belangenorganisatie als MKB Nederland zich sterk maakt voor een zo volledig mogelijke schadeloosstelling van de gedupeerde bedrijven is begrijpelijk. Om echter verzekeraars aan te wijzen als schuldigen als niet alle schade wordt vergoed, is onterecht. Juist verzekeraars hebben à priori belang bij zo hoog mogelijke verzekerde bedragen. Dat betekent immers meer premie-inkomsten, en minder gesteggel over de schadevergoeding.”
Volgens Kloosterboer hebben verzekeraars toegezegd zich soepel te zullen opstellen bij de afhandeling van schade. “Dat alles natuurlijk wel binnen het kader van de polisvoorwaarden. Dat betekent dat niet alle schade, maar wel een groot deel zal worden vergoed.”
Niet-verzekerd
Uit het onderzoek onder 116 gedupeerde bedrijven in Enschede is gebleken dat 20% van de totale schadelast niet-verzekerd is, zijnde f 101 mln. Deze schadelast was medio juni door Deloitte & Touche nog geschat op f 513 mln, waarvan f 362 mln materiële schade (opstal, inventaris, goederen en opruimings- en bereddingskosten) en f 151 mln bedrijfsschade (gederfde bruto-omzet en winst).
Van de opstalschade was 25% niet verzekerd; van de inventarisschade zelfs 41% niet. De niet-verzekerde schade aan opstal en inventaris samen met de kosten van opruiming en beredding komen neer op bijna f 195 mln.
Bedrijfsschade
Ruim 70% van de gedupeerde ondernemers blijkt niet verzekerd te zijn geweest voor bedrijfsschade. Ook de ondernemer mét bedrijfsschadedekking loopt in de praktijk tegen beperkingen aan die hij niet (goed) heeft voorzien, aldus de onderzoekers. Het gaat dan om onder meer de bepaling dat er sprake moet zijn van materiële schade aan het bedrijf wil er dekking zijn voor bedrijfsschade. Verder geldt de voorwaarde dat de herstart of -huisvesting binnen een periode van zes tot tien weken moet zijn begonnen.
Volle omvang
Beide dekkingsbeperkingen doen zich met betrekking tot de vuurwerkramp in Enschede in volle omvang voor. Zowel bedrijven zonder materiële schade, maar wél met een omzetverlies (bedrijfsschade) als gevolg van het vertrek van enige duizenden klanten uit het gebied, krijgen géén vergoeding onder hun brand(bedrijfsschade)polis. Ook kunnen in de as gelegde bedrijven niet binnen de gestelde periode van zes tot tien weken herstarten in verband met een gewijzigde bestemming van hun vestigingsgebied dan wel zwaardere milieu- en hinderweteisen.
Een groot deel van de gedupeerde bedrijven verwacht bovendien dat de bedrijfsschadelast nog zal oplopen als gevolg van de duur van de inkomstenderving. Bijna 43% voorziet een termijn van langer dan een halfjaar, en 14% denkt zelfs aan een duur van vier tot vijf jaar.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.