nieuws

Kremer kiest voor personenschade

Archief

De uiteindelijke start van het Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV) heeft langer op zich laten wachten dan was voorzien. Maar mede nadat duidelijk was geworden hoe het Nationaal Platform Personenschade vorm zou krijgen, kwam het plan in een stroomversnelling. Voor mr. Theo Kremer was het geen gemakkelijke beslissing, toen hem het op zich aanlokkelijke voorstel werd gedaan om de eerste directeur te worden van het PIV. Hij moest kiezen tussen twee liefdes: Nationale-Nederlanden en het sterk in beweging zijnde aandachtsgebied personenschade.

 
door Richard Vroom
Oorspronkelijk sprak men over een Kenniscentrum Personenschade, uiteindelijk is gekozen voor ‘Personenschade Instituut van Verzekeraars’. Die definitieve naam biedt in elk geval absolute duidelijkheid over de vraag van wie het instituut is, maar overigens is het toch vooral een kenniscentrum.
Het PIV telt momenteel ruim vijftig deelnemers, die -gemeten naar premie-inkomen – meer dan 80% van de aansprakelijkheidsmarkt vertegenwoordigen. Het instituut zal zich in de eerste plaats bezighouden met het vergaren en beschikbaar stellen van informatie aan de deelnemende verzekeraars. Die dienstverlening, bijvoorbeeld in de vorm van een databank en opleidingen, moet onder meer leiden tot een meer uniforme aanpak van personenschadedossiers. Directeur mr. Theo Kremer licht toe: “Bij die uniformering gaat het er vooral om dat verzekeraars over dezelfde basisinformatie beschikken, want daarnaast zal de ene maatschappij altijd wel wat soepeler blijven dan de andere. Het is geen doelstelling dat er minder betaald wordt.”
Nationaal Platform
Uniformering in de regeling van personenschade past ook goed bij één van de doelstellingen van een ander nieuw instituut, het Nationaal Platform Personenschade (NPP). Dit NPP is een samenlevingsbreed initiatief van de ANWB, Slachtofferhulp Nederland, het Verbond van Verzekeraars en de Vereniging van Letselschade-Advocaten LSA.
Kremer: “Het PIV zorgt ook voor ondersteuning van de vertegenwoordigers van de aansprakelijkheidsverzekeraars in het NPP. Die twee mensen zitten ook in het PIV-bestuur: Wiechmann (Interpolis) en Hennekam (Univé).” Het PIV is daarnaast betrokken bij de beleidsvoorbereiding van het Verbond van Verzekeraars ten aanzien van verdergaande wetgeving in relatie tot personenschade, zoals de verkeersaansprakelijkheid en uitbreiding van regres. Kremer: “Ik roep even in herinnering dat de belangrijkste aanleiding voor verzekeraars om vijf jaar geleden het Project Personenschade op te starten het Wetsvoorstel Regres Volksverzekeringen was. Dat voorstel had een gigantische impact op de schadelast, naar mijn herinnering wel achthonderd miljoen gulden. Die wet is er nooit gekomen, althans niet ineens, maar wel in stukjes. En zo langzamerhand kun je zeggen dat al die stukjes bij elkaar toch wel dat hele oorspronkelijke wetsvoorstel beginnen te dekken. Men is begonnen met de Algemene Nabestaandenwet (10 à 15 mln), daar is onlangs aan toegevoegd de Pemba-wetgeving en dat is langs een achterdeur regres voor de AAW (200 à 250 mln). Nu dreigt daar dan ook regres voor de AWBZ bij te komen (naar schatting tussen de 100 en 200 mln per jaar).” Het actuele Wetsvoorstel Verkeersongevallen zal tot meer intern regres bij verzekeraars kunnen leiden. Kremer: “Dat voegt op zich, buiten de administratieve lasten, op papier (macro gezien) in geld niets toe. Alleen kan het er wel toe leiden, dat de zogeheten regelende verzekeraar, wetend dat hij regres kan nemen, de neiging zou kunnen krijgen om voor Sinterklaas te spelen.”
Beroepsziekten
Een ander punt van aandacht vormen de beroepsziekten. Kremer: “Er zijn veel gesprekken over een asbestinstituut. Daar zijn verzekeraars, werkgevers, vakbonden, overheid en slachtofferbeschermers bij betrokken. Ik denk dat het instituut er gaat komen en dat er aangestuurd wordt op een genormeerd bedrag voor smartengeld in asbestzaken”.
Hij is enorm beducht voor de ontwikkeling van RSI-claims (Repetitive Strain Injuries, vaak in de wandeling versimpeld tot ‘muishand’). “Je hoort wel eens wilde verhalen dat er over paar jaar vijf miljoen mensen zijn die daar last van zouden hebben. De vraag is of elke beroepsziekte automatisch aansprakelijkheid van de werkgever impliceert. Je zit bijvoorbeeld privé ook bij de computer met een muis te werken. Maar ook al zou het dan van het werk komen, dan is het nóg de vraag of het aansprakelijkheid van de werkgever zou moeten opleveren. Als we niet oppassen, heeft straks elk vak zijn eigen beroepsziekten. Iedere werknemer zou zijn werkgever aansprakelijk kunnen stellen.”
“In Duitsland en België bestaat voor dit soort zaken nog steeds een soort ongevallenwet. Die biedt een snelle, maar gelimiteerde uitkering. Inkomensschade en medische kosten worden vergoed, maar er is geen smartengeld.”
Kennissysteem
Er is door het PIV onder de deelnemers een enquête gehouden over het op te zetten kennissysteem. Kremer: “Wij wilden enerzijds weten van welke communicatiemiddelen we gebruik moeten maken. Je kunt bijvoorbeeld wel van alles op Internet gaan zetten, maar als tachtig procent van de bedrijven daar nog niet aan toe is, heeft dat natuurlijk weinig zin. Gebleken is dat de meeste bedrijven gelukkig al wel op de moderne toer gaan.”
Anderzijds wilde het PIV in kaart brengen hoeveel functionarissen van het systeem gebruik zullen gaan maken. Kremer: “Dan praat je toch al gauw over ongeveer 750 mensen bij aansprakelijkheidsverzekeraars. Dat zijn dus mensen die op dit moment zijn aangewezen op de boekenkast, op hun collega’s, op hun geheugen en op eigen aantekeningen. Het is natuurlijk erg mooi als zij straks op hun werkplek op basis van een trefwoordensysteem met één druk op de knop alle informatie kunnen vergaren.” Kremer hoopt dat het systeem na de zomer gereed is en wil in september een prototype laten zien.
Spin in het web
Waarom is hij eigenlijk directeur van het PIV geworden? “Omdat ik ervoor gevraagd ben. Dat klinkt heel eenvoudig, maar ik heb daar toch stevig over moeten nadenken en er best een paar nachten wat minder goed door geslapen. Maar ja, ik ben zelf een van de initiatiefnemers geweest van het kenniscentrum en als je dan gevraagd wordt om het te leiden, kun je eigenlijk geen nee zeggen, ook al had ik een prachtige baan bij NN.”
Wat geeft dan toch de doorslag? “Het is een voorrecht om op een specifiek terrein bezig te zijn, zowel inhoudelijk als sturend. Ik ben gedurende mijn hele loopbaan vaak een projectleider geweest, maar tevens jurist en dat vakinhoudelijke zal ik nooit willen missen. Ik zou niet puur een manager kunnen zijn. Daar vind ik het recht te mooi voor. En er gebeurt zo ontzettend veel op het terrein van het aansprakelijkheidsrecht en schadevergoedingsrecht!” “Ik denk dat de personenschaderegeling een stuk beter kan en het is een mooie uitdaging om daar sturing aan te geven. Niet dat ik alles voor het zeggen heb, want ik heb uiteraard een bestuur boven me en vergeet ook niet de positie van het Verbond van Verzekeraars. Voorts heb ik ook met de deelnemers te maken, maar in deze functie ben je wel de spin in het web.”
Accountancy
In zijn oorspronkelijke studie heeft Kremer helemaal niets aan verzekeringen of aan aansprakelijkheid gedaan. HBS-scholier Kremer was heel goed in boekhouden en het verbaasde niemand dat hij voor accountant wilde gaan studeren. “Het eerste vak dat ik kreeg was Rechten en dat boeide me zozeer, dat ik toen voor die richting heb gekozen. Ik was daarbij vooral economisch gericht en had ook politieke interesses.”
Daarom trad hij na zijn studie graag in dienst van de in Den Haag zetelende ondernemersorganisatie Algemeen Verbond Bouwbedrijf. In die periode was Kremer ook secretaris van het VIB (Verzekeringsinstituut Bouwbedrijf). “Dat instituut ontwikkelde collectieve verzekeringen voor aannemers. Zo hebben wij in die tijd een collectieve CAR-polis ontwikkeld. Ik kom nu nog wel eens mensen tegen, die zeggen: ‘Ben jij misschien die Kremer die in de jaren zeventig…’ Ja, dat ben ik dus.” Maar u was toen toch nog blanco op verzekeringsgebied. Ga dan maar eens een CAR-polis ontwikkelen… “Ja, dat heb ik natuurlijk allemaal moeten leren. Van wie? Vooral van Frans X.J. Baneke. Ik heb trouwens enkele weken geleden nog een aardig briefje van hem gehad naar aanleiding van mijn benoeming. Baneke was de assurantiemakelaar voor het VIB. Hij had duidelijke filosofieën over de maatschappelijke positie van het verzekeringsbedrijf. Baneke heeft mij geleerd dat verzekeraars een heel belangrijke doelgroep in de maatschappij zijn. De hele preventie in verzekeringen begon toen gestalte te krijgen.”
Filosoof
Mede door de ‘Baneke-dimensie’ heeft Kremer zich ontpopt tot een op accountancy-leest geschoolde, filosoferende verzekeringsjurist. Zo zegt hij: “Vroeger was er vooral de relatie verzekeraarBverzekerde. Een aansprakelijkheidsverzekering sloot je om het risico uit te sluiten dat je persoonlijk grote claims aan de broek zou kunnen krijgen. Tegenwoordig zie je dat de aansprakelijkheidsverzekering veel meer als doel heeft: slachtofferbescherming. In de afgelopen dertig jaar heeft deze verzekering zich ontwikkeld van een micro-instrument naar een macro-instrument; het is nu min of meer een allocatiemiddel, een product om kosten te financieren.”
In het Wetsvoorstel Verkeersongevallen is uit praktisch oogpunt door Justitie opgenomen, dat indien een fietser/voetganger letsel oploopt bij een botsing met een motorrijtuig, dat dan de materiële schade ook op basis van risico-aansprakelijkheid wordt afgewikkeld. Daar hebben de verzekeraars moeite mee, onder meer omdat dit fraudegevoelig is. En het fraude-aspect boeit Kremer al tal van jaren. “Ik ben in 1988 gepromoveerd op het indemniteitsprincipe en in het proefschrift heb ik een pleidooi gehouden voor meer uitkeringen in natura. Dat is een goede frauderemmer. Je doet recht aan het schadevergoedingsprincipe en je beschermt je tegen verzekeringsfraude. Immers, naarmate je de sluizen ruimer openzet, zul je ook meer ongewenste elementen binnenkrijgen. Het systeem van de sociale verzekeringen biedt daarvan het beste voorbeeld. Ik ben in 1974 afgestudeerd op een scriptie over sociale verzekeringen. Mijn hoogleraar, van socialistische huize, vond dat ik wat overdreef met mijn waarschuwingen voor misbruik. Maar ik mag stellen, dat ik daarmee mijn tijd vooruit was. En met de huidige privatisering van sociale verzekeringen, moeten we erop bedacht zijn dat het misbruik meeverhuist. En dan laat ik in het midden of dat door de werkgever of de werknemer gebeurt.”
Willekeur
Waar Kremer zich ook druk over maakt, is de willekeur op het gebied van slachtofferbescherming. “Het ene slachtoffer wordt aanzienlijk ruimer beschermd dan het andere. Als ik ’s morgens slaperig mijn huis uitkom en tegen een bromfiets oploop die dertig kilometer per uur rijdt, ben ik veel beter af dan wanneer ik aanloop tegen een fietser die dertig kilometer per uur rijdt. Dat klopt niet.”
Mr. Theo Kremer: “Dat vakinhoudelijke zal ik nooit willen missen”.
Theo Kremer (46) is geboren in Almelo. Nadat hij aanvankelijk de weg naar de accountancy was ingeslagen, koos hij voor het rechtenpad. In 1974 studeerde hij af aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Vervolgens was hij als bedrijfsjurist werkzaam bij het Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB) en daarna bij het Ogem-concern. In 1980 verkaste Kremer naar de assurantiebranche en wel naar Nationale-Nederlanden, waar hij diverse functies vervulde, waaronder die van Hoofd Brandschade en Juridisch Adviseur. Van 1993 tot 1 januari van dit jaar was hij Hoofd Speciale Zaken bij NN-Schade. In 1988 promoveerde Kremer aan de Erasmus Universiteit op een proefschrift over het indemniteitsprincipe.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.