nieuws

Kleine verzekeraars maken zich breed

Archief

Ruim een jaar geleden werd de macht van het Verbond van Verzekeraars weggehaald uit het enorme netwerk van commissies en besturen om deze vervolgens voor een belangrijk deel neer te leggen bij één bestuur. De organisatie zou onder meer door deze machtsconcentratie slagvaardiger moeten worden. Een vervelende bijwerking van de operatie was echter dat hiermee de invloed van de omvangrijke groep kleinere verzekeraars aanmerkelijk afnam. Een selectie van de ‘machtelozen’ kwam onlangs bijeen onder voorzitterschap van Cees Bol, bestuurder van De Goudse.

door Bart Mos
Op de eerste bijeenkomst van het zogeheten ‘Platform voor kleine en middelgrote maatschappijen’ die onlangs werd gehouden in Hotel Mercure te Nieuwegein was een selecte groep van 35 vertegenwoordigers van de betreffende bedrijven aanwezig. Omdat de initiatiefnemers voorzagen dat een informeel overleg met alle ruim 200 verzekeringsmaatschappijen die voor het predikaat klein en middelgroot in aanmerking komen wellicht iets te informeel zou worden, besloot men tot het toepassen van een selectie op basis van diverse criteria. Zo moesten er direct-writers en intermediairverzekeraars aan het platform deelnemen, landelijk opererende maatschappijen en regionaal werkenden, algemene maatschappijen en specialisten, alsmede de kleinste maatschappijen en de middelgrote ‘jongens’.
De genodigden kwamen allemaal opdagen, waarmee volgens Bol het grote enthousiasme voor het idee is aangetoond. De aanwezigen hebben ook volmondig ingestemd met het voortzetten van het platform. Komende september is de tweede bijeenkomst gepland. Het is de bedoeling om drie tot vier keer per jaar bijeen te komen. De maatschappijen die niet tot de ‘uitverkorenen’ behoren, krijgen na iedere bijeenkomst de notulen opgestuurd.
Wanneer valt een verzekeringsmaatschappij eigenlijk onder die noemer ‘klein en middelgroot’?
“We hebben bewust geen criterium op grond van cijfers ontwikkeld. Er is meer gekeken naar de al dan niet direct bij het verbondswerk betrokken maatschappijen, bijvoorbeeld via lidmaatschap van besturen of commissies. Als je al over een kwantitatief criterium zou willen spreken, dan zou ik zeggen dat ze in ieder geval niet behoren tot de grote tien”.
Nieuwe structuur
De directe aanleiding tot het creëren van een platform voor kleine en middelgrote maatschappijen was de invoering van de nieuwe structuur van het Verbond van Verzekeraars, begin vorig jaar. Tijdens een van de ledenvergaderingen van het Verbond waar de laatste knopen voor de herstructurering werden doorgehakt, werd veel aandacht besteed aan de gevolgen van de nieuwe verenigingsstructuur voor de kleine en middelgrote leden.
“De positie van de kleinere verzekeraars kwam bij die vergadering uitvoerig aan de orde. Een flink aantal leden wees op de consequenties die het verplaatsen van de macht naar met name het verbondsbestuur voor deze groep van maatschappijen zou hebben”, aldus Bol.
“Overigens waren het niet alleen de vertegenwoordigers van kleine maatschappijen die zich in deze discussie roerden. Ook de grote verzekeraars waren zich bewust van de risico’s. Men realiseerde zich dat in de nieuwe structuur het gevaar schuilde dat er een Verbond ontstaat waar men opereert naar eigen inzicht en waar men onvoldoende voeling heeft met de achterban.”
Het was UAP-bestuurder J.P. Hoekstra die vervolgens een voorstel deed om naast de formele verenigingsstructuur een informeel orgaan neer te zetten, bedoeld voor de kleine en middelgrote maatschappijen, dat door het Verbond gebruikt zou kunnen worden om een draagvlak voor nieuwe ontwikkelingen te krijgen, om als klankbord te dienen en ideeën aan te dragen.
Capaciteit
Bol: “In de oude situatie was sprake van een fijnmazig netwerk van 160 commissies en vele besturen, waar het vanzelfsprekend was dat een flink aantal maatschappijen participeerden in het beleidsmatige verbondswerk. Natuurlijk namen ook daar de grote maatschappijen het voortouw en leverden zij verhoudingsgewijs veel capaciteit in de verschillende werkzaamheden van besturen en commissies. Maar dat komt grotendeels doordat bij de kleinere bedrijven gewoonweg minder menskracht aanwezig is. Daarentegen zag je toch dat de kleine of gespecialiseerde maatschappijen nadrukkelijk in het verbondswerk vertegenwoordigd waren.”
“Nu in de nieuwe structuur sprake is van een zekere centralisatie van de macht, is het als vereniging niet alleen noodzakelijk om het draagvlak in de gaten te houden, maar ook om alle leden voldoende mogelijkheden te bieden om hun creativiteit ten aanzien van verbondsvraagstukken te uiten; om mee te kunnen denken. De ledenvergaderingen zijn voor zoiets niet geschikt, aangezien daar toch meestal sprake is van een informatie-overdracht van achter de bestuurstafel naar de leden toe. Daar ga je niet rustig met elkaar zitten filosoferen over ideeën en ontwikkelingen.”
Achterban
In vervolg op de suggestie van Hoekstra werd een werkgroep opgericht, bestaande uit Aanstoot (Elvia), Westerbeek (Nieuwe Hollandse Lloyd), Weurding (Verbond) en Bol. De werkgroep presenteerde uiteindelijk twee plannen waarmee de binding met de achterban verstevigd zou kunnen worden. Behalve een concreet voorstel voor het oprichten van het Platform voor kleine en middelgrote maatschappijen, gaf de werkgroep aan, dat volgens haar de communicatie vanuit het Verbond met de leden verbeterd moest worden.
Bol: “Hoewel er erg veel aan het verstrekken van achtergrondinformatie gedaan wordt, achtten wij het niet juist dat de leden van het Verbond het nieuws vaak uit de media moeten vernemen, terwijl er toch voldoende kennis van zaken bij het Verbond aanwezig is. Want als je echte participatie van de leden verwacht, dan moet je ook frequent melden waar je mee bezig bent en wat er speelt.”
Het voorstel om de leden regelmatig op de hoogte te brengen van actuele zaken, resulteerde in de tweewekelijkse uitgave ‘Bondig’.
“Daarnaast hebben we geadviseerd om bij vervulling van vacatures in commissies, besturen en werkgroepen nadrukkelijker te kijken naar mogelijkheden om mensen van kleine en middelgrote maatschappijen erbij te halen. Want het was duidelijk waar te nemen dat het de gewoonte was om in dergelijke gevallen vaker bij de grote verzekeraars te zoeken dan bij minder voor de hand liggende kleinere maatschappijen.”
Informeel
Tijdens de allereerste bijeenkomst van het platform werd onder meer een toelichting gegeven op de lopende cao-onderhandelingen van het Verbond.
Volgens Bol moet de verzekeringsbedrijfstak de ontwikkelingen op cao-gebied goed in de gaten houden. “Als bijvoorbeeld alle grote maatschappijen zich naar een eigen bedrijfs-cao zouden bewegen, zoals nu het geval is bij Amev, Reaal en Centraal Beheer, dan komen de cao-onderhandeling van het Verbond in een heel ander daglicht te staan.” Bol vindt zo’n ontwikkeling ook niet wenselijk, aangezien de cao volgens hem één van de elementen is die de branche bindt.
Op de bijeenkomst van het platform werd verder uitvoerig gesproken over onderwerpen als de voortgang van de werkzaamheden van de Cupo en de ontwikkelingen die betrekking hebben op de Wabb.
Voordat de aanwezigen uiteindelijke instemden met de informele structuur van het platform, vond daarover eerst nog een uitvoerige discussie plaats.
Bol: “Er zijn maatschappijen die vinden dat het op zich een goede zaak is dat kleine en middelgrote maatschappijen bij elkaar komen, maar zij vragen zich af waarom dat niet gewoon op een formele manier in de verbondsstructuur verweven kan worden. Ik ben daar geen voorstander van. Er is gekozen voor de huidige verbondsstructuur met een ledenvergadering en een bestuur. Dat is een feit. Ik denk dat je als informeel orgaan meer invloed hebt op de ontwikkelingen dan wanneer je iets formeels binnen de verbondsstructuur zou creëren. We zijn overigens niet het enige platform in de branche. Ook de onderlingen en de direct-writers hebben een vergelijkbare gespreksgroep.”
Dat klinkt een beetje vreemd. Een informele structuur die meer invloed heeft dan een formele stuctuur?
“Het lijkt misschien aardig om zo’n groep een formele status te geven, maar kijk naar de statuten van het Verbond. Er is sprake van een ledenvergadering en een bestuur en er wordt gestemd naar zwaarte op basis van het bruto premie-inkomen. Nou dan weet je het wel: één plus één is twee.”
“Het is veel verstandiger om de invloed informeel te houden, dan is die veel groter dan wanneer je het formaliseert. Je krijgt het namelijk niet echt geformaliseerd. Er is eigenlijk helemaal geen keus.”
“Ik zie het niet gebeuren dat bijvoorbeeld in besturen en commissies altijd twee of drie vertegenwoordigers zitten namens kleine maatschappijen. Dat werkt ook niet. Tenminste, ik zou niet weten hoe dat zou moeten. Stel, dat je niemand of geen geschikte mensen kunt vinden, wat moet je dan?”
Voordeel
Wat kunnen kleine en middelgrote verzekeraars nou concreet van hun eigen platform verwachten?
“Het zou een hele goede zaak zijn als het Verbond via dit nieuwe platform duidelijk zou maken aan de grote groep van leden wat het voor hen kan betekenen. Er is zoveel kennis aanwezig waar ook de kleinere verzekeraars hun voordeel mee zouden kunnen doen.”
“Bij een heleboel kleinere bedrijven is niet bekend welke mogelijkheden het Verbond hen allemaal biedt. Voor die groep is ‘Den Haag’ erg ver weg.”
“Neem nou de jaarlijkse Leven-actie van de marketingcommissie van het Verbond. Indien je als kleinere maatschappij meer van de komende actie zou weten, is het mogelijk om je daar beter op voor te bereiden en zou je daar met je eigen campagne veel beter rekening mee kunnen houden. Zo’n half jaar vóór het losbreken van de Levencampagne is er al de nodige informatie over op te vragen. Op die manier kun je op basis van ontwikkelingen op verbondsniveau het eigen bedrijfsbeleid veel beter uitnutten en dat is juist voor kleinere maatschappijen van groot belang.”
Een andere plek waar de betrokkenheid van kleinere maatschappijen van wederzijds groot belang is, noemt Bol de issue-commissies van het Verbond, waar branche- en sectoroverschrijdende onderwerpen worden behandeld. “Neem nou de commissie Consumentenbeleid, waar ik zelf sterk bij betrokken ben. Daar komen alle facetten aan de orde waar de consument mee te maken krijgt, zoals acceptatie, schaderegeling en dergelijke. Als we de stem van kleinere maatschappijen in dat orgaan niet horen, dan lopen we vanzelf tegen problemen aan”.
“Het is heel eenvoudig: een grote maatschappij kan bijvoorbeeld een afzonderlijke klachtenprocedure instellen, terwijl zo’n procedure voor bedrijven met een wat bescheidener omvang een stuk moeilijker te realiseren valt. Daarom moet je zoiets eerst goed met z’n allen overdenken, aangezien je anders het risico loopt de kleinere maatschappijen op te zadelen met procedures waar ze helemaal niet op zitten te wachten omdat ze te veel geld kosten of omdat ze het op een eigen manier hebben opgelost, doordat ze bijvoorbeeld hun eigen klantenkring heel goed kennen. Hiermee wil ik maar zeggen dat er issues zijn waar het belang van de kleinere maatschappijen wel degelijk meetelt”.
Bol: “Voor het vervullen van vacatures in verbondscommisssies werd vooral gezocht bij grote verzekeraars”.
Drs. C.A. (Cees) Bol (57) trad na zijn rechtenstudie in de stad Utrecht in dienst bij de gelijknamige levensverzekeringmaatschappij. Via de IBB Kondorgroep en de Westland-Utrecht Hypotheekbank, kwam hij in 1982 bij Goudse Verzekeringen terecht als directeur marketing en verkoop. Zeven jaar later werd hij benoemd tot lid van de raad van bestuur. Bij het Verbond van Verzekeraars bekleedt hij momenteel een bestuursfunctie en is hij lid van de Commissie Sociale Zaken, in welke hoedanigheid hij deel uitmaakt van de cao-onderhandelingsdelegatie. Tevens is hij voorzitter van de verbondscommissie Consumentenbeleid.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.