nieuws

Kleine intermediair moet de barricaden op

Archief

Door Willem van Spronsen en Henk Weusthof

In de media geven tussenpersonenorganisaties, verzekeraars, grotere advieskantoren en overige organisaties hun visie op de Wet op de Financiële Dienstverlening (WFD) en de mogelijke gevolgen. De visie van de kleinere en de niet-georganiseerde tussenpersoon komt echter niet of nauwelijks aan bod. Hieronder de visie van een niet-georganiseerde tussenpersoon en een NVA-lid.
Bij het ‘kleine’ intermediair hebben we het over de vele kleinere kantoren die naar de huidige maatstaven goed zijn opgeleid en de klant al vele jaren voorzien van een goed advies en dito begeleiding. We hebben het dus niet over een aantal verzekeringsmaatschappijen en reeds failliete assurantiekantoren van die maatschappijen, die jaren lang bulkomzet hebben gerealiseerd in ‘spaar’ en leaseproducten en sporen van vernieling in de markt hebben achtergelaten. Opmerkelijk daarbij was dat de belangen organisaties NVA en NBVA toen ook lekker aan de kant bleven staan als toeschouwer.
Strop?
Of het inderdaad een strop is, is alleen te bepalen als je een vergelijk trekt met de wijze van toezicht in de ons omringende landen. Daar hoor je niemand over in het Land van duizend meningen. Maakt men in Duitsland of België dezelfde wetgeving? Is er met deze wet nog wel vrij financieel verkeer mogelijk in Europa. Timmeren ze in Den Haag zomaar naar eigen inzicht even de zaak dicht? Schiet men niet teveel door? Wie plukt hier de zoete en wie hier de wrange vruchten?
Als de wetgever van mening is dat de markt thans op bepaalde terreinen niet adequaat wordt bediend, dan dient hij eerst zelf maar eens aan te geven waar het momenteel aan schort. Dan komt er een discussie aangaande de belangen en uiteindelijke belangen op gang. Doet hij dat niet dan is er een taak weggelegd voor de NVA en de NBVA om die zaak maar eens open te breken. Of de NVA die lans wil gaan breken, valt mijns inzien ernstig te bezien. Daarvoor zijn de politieke belangen wellicht te groot, immers veel (concern) kantoren van grote verzekeringsmaatschappijen zijn NVA-lid. Heel goed mogelijk dat je elkaar dan toch een keer aangaande distributie in de weg loopt. Nee, dan kiezen we liever voor het pluche, want als je je billen verbrandt, moet je op de blaren zitten. Dan moet de NBVA die de ‘kleintjes’ vertegenwoordigt haar achterban in (nog) te beleggen vergaderingen maar eens vragen of het allemaal wel zo precies moet. Halen ze daar de ongeorganiseerden ook bij, dan is het zonder meer te verwachten dat men dan pas echt weet wat er bij het ‘kleine’ intermediair leeft.
Bemoeials
Onze visie is dat er drie partijen, politiek gezien, het meeste belang hebben bij deze op een aantal terreinen doorgeschoten (voorgenomen) wetgeving. Het grootste belang zit bij de grotere verzekeraars die eigen concernassurantiekantoren bezitten en bepaalde banken. Die gaan zoveel mogelijk portefeuilles opkopen. Daarna legt men zich toe om – al dan niet onder eigen label – zo veel mogelijk polissen naar zich toe te trekken. Men noemt dit in eigen kring of naar buiten uitdiepen (of uitmelken) van de klant, ofwel realiseren van ‘aardige targets’, budgetten of doelstellingen. Booming business!
Daarna komen de opleidingscentra, immers er komt een grote markt aan. En er valt door onderverdeling van de markt in segmenten de komende jaren altijd wel wat bij te spijkeren c.q. te verdienen. Om niet te vergeten is er uiteraard nog de toezichthouder. Het toezicht wordt dan gedaan door ‘deskundige bemoeials’ in hoge ivoren torens met salarissen waar het gemiddelde ‘kleine’ intermediair geen inzicht in moet krijgen, om ze niet te frustreren. Niet ondenkbaar is dat men de baantjes met de aardige salarissen al op de plank heeft liggen en dat men vindt dat de massa (het vele ‘kleine’ intermediair) de komende jaren, zolang ze in grote hoeveelheid nog bestaan, dat wel kan ophoesten. De bedragen die men noemt, staan in immers in geen verhouding met het bedrag dat nu aan de SER wordt betaald.
De vraag is dus wie er allemaal uit die ruif moet gaan eten en wat hun toegevoegde waarde is. Je mag niet spreken van diefstal, maar wel in verhouding van toekomstig gelegaliseerd financieel machtsmisbruik. Duidelijk moge zijn dat de klant belang heeft bij een deskundige adviseur/assurantietussenpersoon die hem onafhankelijk van verzekeringsmaatschappijen of banken, adviseert en begeleidt. Het ‘kleine’ intermediair dat geen productieverplichtingen heeft en goed is opgeleid geeft daar al jaren een goede invulling aan.
Onnodig in de stress
Met betrekking tot vergunningen en aanvullende opleidingen valt ook het een en ander op te merken. De tijdslimiet bijvoorbeeld die men stelt van achttien maanden is voor het oudere ‘kleinere’ intermediair veel te kort. Men jaagt die collega’s onnodig in de stress met alle gevolgen van dien.
Reëel is een langere overbruggingstermijn aan te houden, van bijvoorbeeld drie tot vijf jaar. Voor hen die 45 jaar en ouder zijn, dient men verdergaande mogelijkheden te scheppen. Te denken valt aan vrijstelling voor bijvoorbeeld de feitelijk leider die de leeftijd van 45 jaar is gepasseerd en reeds jaren in het vak werkzaam is. Hij dient de branchevergunningen op basis van marktervaring te verkrijgen. In verhouding met wat de Wabb biedt, is dat niets meer dan een reële optie.
De wetgever ziet de belangen van het ‘kleine’ intermediair over het hoofd en creëert met deze voorgenomen wetgeving verval van arbeidsplaatsen en booming business voor de grote marktpartijen. De tijd is nu gekomen dat het ‘kleine’ intermediair (leden van de NVA, de NBVA en ongeorganiseerden actief gaan reageren op wat door politiek Den Haag op termijn over ze wordt afgeroepen. Willem van Spronsen uit Westerlee en NVA-lid Henk Weusthof uit Abbenes.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.