nieuws

‘Ketenintegratie bedreigt positie volmachtkantoren’

Archief

Verzekeraars en gevolmachtigden zien de invoering van ketenintegratie voor eenvoudige verzekeringsproducten als een bedreiging voor de positie van volmachtkantoren. Dat blijkt uit een onderzoek van de Nederlandse Vereniging van Gevolmachtigde Assurantiebedrijven (NVGA). Doordat verzekeraars zakelijke risico’s steeds minder in de volmacht onderbrengen, bedreigt het invoeren van (snellere) elektronische verwerking van simple-riskverzekeringen de toegevoegde waarde van de volmachthouder.

NVGA-bestuurslid Bas de Voogd presenteerde vorige week op het eerste volmachtcongres van de organisatie een onderzoek onder 53 volmachtkantoren, dat was aangevuld met gesprekken met acht volmachtverzekeraars en elf gevolmachtigden. Verzekeraars geven daarin aan dat hun rendement onder druk staat door een te hoge schadelast, onvoldoende sturing op rendement en te hoge interne kosten. “Vergoeding vindt nu plaats op basis van omzet en niet op basis van kwaliteit.” Aan het volmachtbedrijf moeten dan ook hogere eisen worden gesteld. Er moeten meer bindende afspraken worden gemaakt over rendementen en langetermijnbeleid. Subagenten en service providers moeten beter worden gecontroleerd. De gevolmachtigde moet zich in de ogen van de verzekeraars meer als assuradeur gedragen dan als assurantietussenpersoon.
Daarnaast zouden in de volmacht minder zakelijke risico’s moeten worden ondergebracht. Als de volmachtkantoren op termijn meer simple-riskverzekeringen in de volmacht onderbrengen, kan ketenintegratie de toegevoegde waarde van de volmacht ondermijnen, zo menen de verzekeraars. Eén van de voordelen van de volmacht, snelheid, wordt door de snellere elektronische verwerking teniet gedaan.
Geen inzicht
De volmachtkantoren zien in grote lijnen dezelfde ontwikkelingen. Zelf geven zij aan dat zij onvoldoende inzicht hebben in de oorzaken van de slechtere rendementen die de laatste jaren worden behaald. De noodzaak tot het vastleggen van procedures en meer aandacht voor kwaliteit en preventie ter verlaging van de schadelast wordt onderschreven. Verder stellen de volmachtnemers voor vaker met winstcommissie te werken, onder handhaving van de tekencommissie.
Vanwege de eerder gesignaleerde dreiging van de ketenintegratie zien de kantoren het behoud van de zakelijke tekening als noodzakelijk voor het voortbestaan van het volmachtbedrijf. Daarnaast onderkennen zij dat een structureel positief rendement nodig is. De gevolmachtigden vinden wel dat hun kwaliteit beter is dan verzekeraars nu vaak denken. Voor de toekomst wordt een afname van het aantal kantoren verwacht en een daling van het aantal volmachten per kantoor.
Rendement
AXA (100 volmachten) en NN (125 volmachten) hamerden op het congres, bij monde van hun topmannen Jan van den Berg en Bert Richaers, op rendementsverbetering bij de volmachtkantoren. Van den Berg ziet een relatie tussen de mate waarin de volmachtgever inzicht heeft in de portefeuille van de volmachtnemer en het resultaat van de volmachtnemer. “Bij AXA blijkt dat transparantie direct van invloed is op het resultaat. Van de honderd volmachten hebben er 42 een negatief rendement. Geen van hen heeft portefeuille-informatie aangeleverd en bij slechts 2% is de kwaliteit van de organisatie voldoende. Bij de 58 kantoren met een positief rendement zijn er 14 die portefeuille-informatie aanleveren en bij driekwart is de kwaliteit van de organisatie voldoende”.
Deze bevindingen waren voor AXA reden om een kwaliteitsproject te starten onder de volmachthouders, gericht op het verbeteren van het resultaat. “Daarbij focussen we op de reductie van de combined ratio.” Die is bij AXA 105%, onderverdeeld in een schaderatio van 70% en een kostenratio van 35%. Die laatste is, zo liet Van den Berg zien, in ons land tot 10% hoger dan in andere EU-landen. De schaderatio moet blijvend lager worden dan die van de provinciale portefeuille.
Tegelijk met de kwaliteitsoperatie wil AXA het aantal volmachten in de komende drie jaar uitbreiden van 100 tot 150. Wel is de afgelopen jaren afscheid genomen van een aantal volmachthouders. “Dat zijn er zo’n twintig geweest”, aldus directielid Khalid Darweesj. “Overigens gaan we nu niet bij al onze volmachtkantoren de eis van volledige transparantie neerleggen. Het is een proces dat enkele jaren in beslag gaat nemen, net als de uitbreiding van het aantal volmachten. Die groei kan ook uitkomen op twintig kantoren en niet op vijftig.”
Ook Richaers (NN) liet de NVGA-leden weten dat aan het rendement nog veel te sleutelen valt. “Wij zijn blij met u als de kosten in de keten laag zijn en het schadepercentage lager of gelijk is aan het schadepercentage van de volmachtgever.” Hij beaamde dat de volmachtkantoren zich meer als een verzekeraar moeten gedragen.
Delta Lloyd-topman Niek Hoek onderstreepte in de afsluitende paneldiscussie nog maar eens dat de volmachten het de laatste jaren een stuk slechter doen: “Het rendement van de volmachtportefeuille was jarenlang beter dan dat van de overige tussenpersonen. Maar de laatste vijf jaar presteren de volmachten juist slechter”.
Communicatie
NVGA-voorzitter Jos van der Poel stelde in zijn inleiding dat de communicatie in de branche beter moet. Volmachtkantoren staan als partij nog te vaak aan de zijlijn: “Waar het in ieders belang is dat er technisch goede resultaten worden behaald en individuele volmachtgevers daar bij herhaling hun gevolmachtigden ook op aanspreken, is het verwonderlijk dat het Verbond van Verzekeraars een congres over brandpreventie organiseert en daarvoor de gevolmachtigden niet eens uitnodigt. Ook aan het overleg over de terrorismepool hebben de gevolmachtigden niet deelgenomen. Met de implementatie van de Gidi zat de NVGA niet eens aan tafel bij de commissie Intermediaire Distributie, terwijl er NVGA-leden zijn die met meer dan vjfhonderd agenten zaken doen”.
Toegevoegde waarde
Volgens Henk Duthler, directeur bij Avéro Achmea (100 volmachten), is de tekencommissie voor kantoren vaak de enige reden om volmachten aan te houden. “Je moet als volmachtbedrijf goed kijken waarom er ooit volmachten zijn verkregen en wat hun toegevoegde waarde is. Er zijn veel legitieme redenen te bedenken om volmachthouder te worden: het betekent taakverrijking binnen je bedrijf en door meer tekencommissie kun je beter personeel aantrekken. Maar als je drijfveer is geweest dat de administratie bij verzekeraars een puinhoop was, moet je je afvragen of dat nog opweegt tegen de steeds strengere eisen die worden gesteld. Nokia was eerst een bosbouwbedrijf, maar heeft zichzelf opnieuw uitgevonden. Dat kan een volmachtkantoor ook.”
Een aantal kleinere volmachtbedrijven beschouwt de tekencommissie evenwel als onmisbaar. Daarvoor moet een oplossing worden gezocht, zegt Duthler. “Als zij hun portefeuille willen afbouwen en bij ons onderbrengen via Avéro Achmea Online, kunnen wij bijvoorbeeld de tekencommissie in stappen terugbrengen van 10% of extra provisie betalen.”
Een panel met (v.l.n.r.) Niek Hoek (Delta Lloyd), retailadviseur Dave Janssen, NVGA-bestuurslid Peter Lijbers, Bert Richaers (NN) en Jan van den Berg (AXA) discussieerde over de toegevoegde waarde van de volmacht.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.