nieuws

Kanttekeningen bij de nieuwe assurantiebelasting

Archief

Als tussenpersonen zich na 1 april laten belonen via uurtarieven of abonnementsgelden dan moeten zij assurantiebelasting gaan afdragen aan de Belastingdienst. Volgens de NBVA draait dat uit op een chaos (zie AM 22, pag. 6). De fiscalisten van PriceWaterhouseCoopers zien eveneens enkele beren op de weg.

Door Remco van der Linden en Karin van Beekum
Op grond van de huidige Wet Assurantiebemiddelingsbedrijf (Wabb) kan een tussenpersoon zijn honorarium (provisie) alleen ontvangen van de verzekeraar. In dat huidige stelsel wordt bij de meeste schadeverzekeringen – met uitzondering van medische varia en transportverzekeringen – 7% assurantiebelasting geheven over de brutopremie (nettopremie inclusief provisie). De assurantiebelasting wordt afgedragen door de verzekeraar, aangezien deze over alle gegevens beschikt om de assurantiebelasting op juiste wijze te berekenen en af te dragen.
Door een wijziging van de Wabb per 1 april 2002 kan de tussenpersoon voortaan provisie in rekening brengen aan een ander dan de verzekeraar. Die ‘provisie’ kan bijvoorbeeld berekend worden op basis van uren maal tarief of via een abonnementensysteem. Samenhangend met de Wabb-wijziging wordt voorgesteld om belastingplicht voor de assurantiebelasting te introduceren voor tussenpersonen, voorzover deze zijn provisie van een ander ontvangt dan de verzekeraar. Immers, zonder nadere maatregelen zou over deze beloning geen assurantiebelasting verschuldigd zijn. Naast belastingderving zou dat tevens een concurrentieverschil opleveren tussen direct-writers en intermediairverzekeraars.
Lijfrente
De Wabb-wijziging heeft overigens ook voor de inkomstenbelasting gevolgen. In het huidige stelsel is de brutopremie maatgevend voor de aftrek van bijvoorbeeld lijfrentepremies. Indien geen nadere maatregelen worden getroffen, zou een verzekeringnemer in het nieuwe stelsel slechts de nettopremie kunnen aftrekken. Daarom wordt voorgesteld de premie voor een verzekering onder voorwaarden gelijk te stellen met de kosten die de tussenpersoon in rekening brengt aan de verzekeringnemer ter zake van het afsluiten/verlengen van de verzekering of het incasseren van de premie.
Voorbeeld
De voorgestelde wetswijziging roept een aantal vragen op, die aan de hand van een voorbeeld kort worden besproken. Voor de goede orde: de gebruikte premie- en provisiebedragen zijn zuiver fictief.
Een tussenpersoon heeft een aantal besprekingen met een directeur-grootaandeelhouder van een familiebedrijf gevoerd. Uiteindelijk levert de tussenpersoon een schriftelijk advies aan zijn klant. Hij adviseert twee verzekeringen af te sluiten: een schadeverzekering en een lijfrente. Nettopremie Provisie Brutopremie Assurantiebelasting Schade e 8.500 e 1.500 e 10.000 e 700 (15%) Lijfrentekoopsom e 1.209 e 91 e 1.300 vrijgesteld (7%, voor het gemak per jaar)
Onder het huidige stelsel ontvangt de verzekeringnemer de rekening van de brutopremie en hierop staat de assurantiebelasting (e 700) expliciet vermeld. De verzekeringnemer betaalt de rekening aan zijn tussenpersoon. Deze draagt het restant af aan de verzekeraar onder achterhouding van zijn provisie. De verzekeraar draagt zorg voor afdracht van de assurantiebelasting.
De verzekeringnemer weet precies welk bedrag hij aan lijfrentepremie kan aftrekken in zijn aangifte inkomstenbelasting (e 1.300). Echter, hij heeft geen inzicht in de hoogte van de provisie die de tussenpersoon ontvangt. Tevens weet hij niet welk bedrag van de provisie betrekking heeft op enerzijds het advies dat voorafgaat aan het sluiten van de verzekeringen en anderzijds de handelingen die worden verricht ter zake van het daadwerkelijke afsluiten van de verzekering.
Uurtarieven
Indien de Wabb-wijziging wordt doorgevoerd, heeft de tussenpersoon de keuze de klant rechtstreeks een factuur te zenden. Indien daadwerkelijk een verzekering wordt afgesloten zou de tussenpersoon een aanvullende rekening kunnen sturen voor de kosten terzake van het afsluiten, beheer en schadeafhandeling. Uiteraard kan de tussenpersoon er ook voor kiezen assistentie bij schadeafhandeling pas in rekening te brengen, indien zich een schade voordoet. Indien de tussenpersoon op basis van uren maal tarief gaat werken, zou de rekening (uitgaande van hetzelfde voorbeeld) er als volgt uit kunnen zien: Schade Leven Nettopremie e 8.500 e 1.209 Advies e 500 e 60 ‘Afsluitkosten’ e 250 e 31 Assurantiebelasting ? ? BTW ? ? Totaal bedrag e 9.250+? e 1.300+?
Vragen
De wetgever schrijft in de toelichting op het wetsvoorstel dat “naast de premie de kosten voor met een verzekering samenhangende diensten (…) ook aan de verzekerde in rekening kunnen worden gebracht. De honorering voor deze diensten valt evenwel niet zonder meer onder het begrip premie. Deze honorering zal in de heffing van assurantiebelasting worden betrokken indien zij verband houdt met een concrete verzekering”.
De eerste vraag die naar voren komt bij het lezen van deze toelichting, heeft betrekking op de zinsnede: “de honorering valt evenwel niet zonder meer onder het begrip premie”. Wellicht doelt de wetgever op het onderscheid dat gemaakt moet worden tussen advieswerkzaamheden en overige werkzaamheden. Als de rekening betrekking heeft op advieswerk en er wordt een verzekering afgesloten, komt het ons voor dat assurantiebelasting verschuldigd is over het gedeelte van de rekening dat is toe te rekenen aan de schadeverzekering. Echter, indien dit niet het geval is of indien er uiteindelijk geen verzekering wordt afgesloten en de tussenpersoon desalniettemin een rekening stuurt, wat zijn dan de gevolgen? Dient de tussenpersoon dan BTW af te dragen over zijn factuur of valt dit binnen de BTW-vrijstelling voor tussenpersonen? Zelfs als wel een verzekering tot stand komt, waarin verschilt dan de positie van de tussenpersoon van andere adviseurs die op basis van uren maal tarief beloond worden?
Ten tweede: hoe moet het adviesbedrag van in totaal e 560 worden toegerekend aan de afgesloten verzekeringen? In het voorbeeld hebben wij e 500 aan de schadeverzekering toegerekend. Het gedeelte dat kan worden toegerekend aan een levenproduct zal de verschuldigde assurantiebelasting verminderen.
In het verlengde hiervan vragen wij ons af hoe dient te worden omgegaan met het onderscheid tussen advies- en afsluitkosten. Op basis van het wetsvoorstel voor de Inkomstenbelasting lijkt het erop dat de advieskosten niet beschouwd kunnen worden als lijfrentepremie, omdat het geen uitgaven zijn voor verlenging van de verzekering of het incasseren van premies. Derhalve zullen de advieskosten niet en de afsluitkosten wel aftrekbaar zijn.
Conclusie
De fiscale wetgever dient nog een aantal vragen te beantwoorden, voordat het wetsvoorstel 28015 definitief wordt. Het is te prijzen dat de overheid alle mogelijke beloningssystemen wenst toe te staan voor assurantietussenpersonen. Maar men dient zich wat meer te verdiepen in de gevolgen die zulks kan hebben voor de assurantiebelasting en BTW.
werkzaam bij de Financial Services Groep van PricewaterhouseCoopers.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.