nieuws

Kabinetsstandpunt over WAO: een gemiste kans Het

Archief

Het”>SER-advies over de WAO is door het demissionaire kabinet op essentiële punten niet overgenomen. In plaats van een private uitvoering van de loonaanvullingsregeling heeft het kabinet zich uitgesproken voor een publiekrechtelijke uitvoering. Daar zitten heel wat haken en ogen aan. Volgens het Verbond van Verzekeraars zullen met het voorstel van het kabinet de problemen niet kunnen worden opgelost.

De Sociaal-Economische Raad (SER) heeft op 22 maart van dit jaar het rapport ‘Werken aan arbeidsgeschiktheid’ gepresenteerd. Werkgevers en werknemers stemden unaniem in met dit voorstel om het aantal arbeidsongeschikten drastisch naar beneden te brengen door onder meer de verantwoordelijkheid voor ziekte en arbeidsongeschiktheid neer te leggen bij werkgevers en werknemers gezamenlijk. Helaas wijkt het demissionaire kabinet in haar standpunt op wezenlijke punten af van dit SER-advies. Het Verbond van Verzekeraars is van mening dat indien dit standpunt wordt omgezet in beleid er ten opzichte van de huidige situatie in de sociale zekerheid weinig zal veranderen zodat met recht gesproken kan worden van een gemiste kans.
De gevolgen van het SER-advies (indien het nieuwe kabinet het integraal overneemt) zijn voor private verzekeraars aanzienlijk. Enerzijds verdwijnen (deel)markten als de Pemba en het WAO-gat, anderzijds ontstaan nieuwe verzekeringsmogelijkheden (uitbreiding van de ziekengeldperiode naar twee jaar en een private loonaanvullingsregeling voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten met een baan). Alle bij de arbeidsongeschiktheid betrokken partijen krijgen volgens het SER-advies meer financiële prikkels, zodat zij de verantwoordelijkheid die zij hebben ook daadwerkelijk zullen oppakken en daaraan invulling zullen geven. Het Verbond van Verzekeraars steunt de grondgedachte van het advies, namelijk dat in het geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid de nadruk moet liggen op wat een werknemer nog wél kan in plaats van wat hij níet meer kan. De mate van arbeidsgeschiktheid, in plaats van de mate van arbeidsongeschiktheid, dient in het beleid voorop te staan, zoals de commissie Donner in 2001 reeds aangaf.
Publiek of privaat
Het kabinet kwam op 12 april met een reactie op het SER-advies. Het kabinet beweert het SER-advies op hoofdlijnen over te nemen, maar op wezenlijke punten wordt van het advies afgeweken. Waar het SER-advies pleit voor een private loonaanvullingsregeling voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten met een baan, is het demissionaire kabinet van mening dat deze regeling in het publieke domein dient te worden uitgevoerd. Dit kabinet noemt twee bezwaren tegen een loonaanvullingsregeling die in het private domein wordt uitgevoerd. Ten eerste wordt gesteld dat bij een private vormgeving van de loonaanvullingsregeling de werkgever en de private verzekeraar er een financieel belang bij kunnen hebben om een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer te ontslaan (zodat hij in aanmerking komt voor een uitkering vanuit de WW) ofwel volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te laten verklaren (zodat hij een uitkering ontvangt vanuit de publieke WAO). Dit wordt ook wel de perverse prikkel genoemd. Ten tweede spreekt het kabinet de vrees uit dat als gevolg van de private loonaanvullingsregeling twee keuringstrajecten naast elkaar gaan ontstaan (waardoor de betrokken werknemer twee keer een keuringsproces zou moeten doorlopen) en de werknemer te maken krijgt met twee uitkerende instanties, zowel gelijktijdig als volgtijdelijk (de schadelast kan over meerdere verzekeraars worden verdeeld). Het demissionaire kabinet stelt dat tenzij er oplossingen worden aangereikt voor de hier genoemde knelpunten, de loonaanvullingsregeling voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten met een baan in het publieke domein uitgevoerd dient te worden.
Perverse prikkel
De redenatie van het kabinet wordt op geen enkele wijze onderschreven door het Verbond van Verzekeraars. Het Verbond is van mening dat het zwaartepunt van reïntegratie dient te liggen tijdens de eerste twee jaren van het ziekteverzuim (de loondoorbetalingsperiode). Bij adequate en snelle reïntegratie gedurende deze periode nemen de kosten van loondoorbetaling en de schadelast uit hoofde van de ziekengeldverzekering af. Naarmate de reïntegratie sneller plaatsvindt, is de besparing voor de verzekeraar groter. Onderneemt de verzekeraars niets, dan is de kans zeer groot dat gedurende twee jaar ziekengeld betaald zal moeten worden; een ongewenste zaak voor de ziekengeldverzekeraar. De mogelijkheden van afwenteling op de WW door de werkgever zijn al aanzienlijk verkleind als gevolg van de per 1 april 2002 in werking getreden Wet Verbetering Poortwachter. Immers, onvoldoende reïntegratie-inspanningen van de kant van de werkgever hebben uitstel van de WAO-keuring en verlenging van de loondoorbetaling als gevolg. Tenslotte zijn ook in het SER-advies maatregelen opgenomen om afwenteling op de WW tegen te gaan, onder meer doordat de verzekeraar bij het mislukken van reïntegratie een financiële vergoeding betaalt, alsmede doordat het recht op de loonaanvullingsregeling herleeft zodra de gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer vanuit de WW weer aan het werk gaat.
Dubbele keuring
Ook de vrees die het kabinet uitspreekt voor het ontstaan van twee keuringstrajecten naast elkaar is naar de mening van het Verbond ongegrond. Wat verzekeraars betreft, wordt er onderscheid gemaakt tussen een publiek uit te voeren entreekeuring (waarmee het recht op uitkering wordt vastgesteld) en een private claimbeoordeling. Wat betreft de keuring voor de loonaanvullingsregeling is het Verbond van mening dat het binnen de private verzekering van groot belang is dat er sprake is van een doorlopende periode van loondoorbetaling (eerste twee ziekteverzuimjaren) en loonaanvulling (daarna). Tijdens deze periode zal de verzekeraar zich bezig houden met claimshandling, dat wil zeggen met het proberen om de werknemer zo spoedig mogelijk te reïntegreren om daarmee de schadelast zo laag mogelijk te houden. Op deze wijze wordt al tijdens de loondoorbetalingsperiode duidelijk of en zo ja welke mate van arbeidsongeschiktheid zal resteren. Het feitelijke moment van keuren, aan het einde van de loondoorbetalingsperiode, is dan het juridische moment waarop die resterende mate van arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld, maar zeker niet het einde van het reïntegratieproces. Ook daarna zullen immers de reïntegratie-inspanningen moeten worden voortgezet en zal dus het proces van claimshandling doorlopen.
Publieke uitvoering
Een publieke uitvoering van de loonaanvullingsregeling voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten is volgens het Verbond van Verzekeraars geen garantie voor een beter resultaat. Integendeel, de publieke uitvoerder kan pas met reïntegratieactiviteiten beginnen zodra de loonaanvulling is toegekend en er al minimaal twee jaren zijn verstreken. Op dat moment is de betrokken werknemer dus al (weer) werkzaam en (gedeeltelijk) gereïntegreerd. Het zwaartepunt van reïntegratie-inspanningen ligt in de eerste twee jaren van het ziekteverzuim. Om goede resultaten te kunnen behalen dient zo snel mogelijk na het ingaan van de ziekteperiode met de reïntegratie-activiteiten te worden aangevangen. Juist tijdens deze periode is de rol van de overheid teruggedrongen en ligt het accent op inspanningen vanuit de private markt. Verder zal de publieke loonaanvulling uit publieke middelen worden gefinancierd en landelijk worden omgeslagen. Financiële prikkels voor de publieke uitvoerder om de gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer te reïntegreren zijn er dus niet en als er al wordt begonnen met reïntegratie-activiteiten, dan is het op een rijkelijk laat tijdstip. Bij een private uitvoering van de loonaanvullingsregeling is de financiële prikkel voor verzekeraars om vanaf de eerste ziektedag reïntegratie-activiteiten te ondernemen vele malen groter. Verder hebben private verzekeraars al enige jaren goede ervaringen met de ondersteuning van het reïntegreren van (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte werknemers.
Het Verbond van Verzekeraars is van mening dat het advies van de SER inzake de WAO voldoende aanknopingspunten voor alle betrokken partijen biedt om het aantal arbeidsongeschikten drastisch terug te brengen. Verzekeraars zijn bereid om binnen een dergelijk stelsel fors te investeren om zieke en arbeidsongeschikte werknemers zo spoedig mogelijk weer aan het werk te helpen. Verzekeraars zijn al jaren actief op dit gebied en met succes. Het Verbond betreurt het dan ook ten zeerste dat het kabinet kiest voor een publieke regeling voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten. Met een dergelijke regeling zal er (te) weinig veranderen ten opzichte van het huidige stelsel van sociale zekerheid en zal binnenkort de éénmiljoenste arbeidsongeschikte verwelkomd kunnen worden.
Jacques van Ek
voorzitter Coördinerend Beraad Donner van het Verbond van Verzekeraars

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.