nieuws

Jonker zoekt steun in Haagse wandelgangen

Archief

Jonker zoekt steun in Haagse wandelgangen

Een jaar staat hij nu aan het roer van het Verbond van Verzekeraars. Aangetrokken om vooral de externe contacten met de overheid, de politiek en andere belangenorganisaties uit te bouwen, profileert Sam Jonker zich vooral als enthousiaste verzekeraar die zijn voorzittersrol uiterst serieus neemt. Hij voelt zichzelf geen politicus, maar weet bevlogen uit te dragen dat goed georganiseerd lobbyen van cruciaal belang is voor de bedrijfstak.
door Monique van Geenen
De politiek heeft geen boodschap aan één belang, is zijn overtuiging, maar legt haar oor te luisteren bij diverse belangengroepen. De politiek is alleen geïnteresseerd in het standpunt van het Verbond van Verzekeraars als het parallel loopt met het algemeen belang. Daarom, zegt Jonker is de politieke lobby, het Haagse circuit en het ‘verkopen’ van het verzekeringsstandpunt voor de bedrijfstak zo belangrijk.
Als oud vice-voorzitter van de raad van bestuur van Nationale-Nederlanden en onder andere lid van de SER, het VNO en oud-commissielid Pensioenen binnen de Stichting van de Arbeid, heeft Jonker zelf zijn netwerk zorgvuldig opgebouwd. “Want”, zegt hij, “verzekeren is niet alleen maar techniek. Verzekeringsvraagstukken krijgen steeds meer een brede maatschappelijke inbedding waardoor je als bedrijfstak intensiever in contact komt met je omgeving. Denk maar aan actuele onderwerpen als criminaliteit, aansprakelijkheid, catastrofes en de sociale zekerheid. Daarbij willen niet alleen ambtenaren, ministers, politieke partijen, organisaties als de consumentenbond en instanties als de SER, maar ook verzekeraars een woordje meepraten. Hiervoor moet je overal de juiste ingangen hebben. En als bedrijfstak waarin 55 miljard gulden omgaat, praat je over aanzienlijke belangen.”
De discussie rond de uitvoering van het aaw/wao/ziektewettraject haalt Jonker aan als voorbeeld van de noodzaak van juiste contacten. “Vanuit je vakgebied neem je daar als verzekeraars een standpunt over in. Ik denk dat onze bedrijfstak een toegevoegde waarde kan leveren daar waar het de beheersing van het proces betreft. Wij zijn in staat een techniek te ontwikkelen waardoor het ziekteverzuim beperkt kan worden. Hierdoor zijn de kosten te drukken. En natuurlijk willen we er ook winst op maken. Tenslotte zijn we gewone ondernemers. Het formuleren van een standpunt over een dergelijk maatschappelijk vraagstuk vergt intern heel wat studie. Neem bijvoorbeeld de hele onderlaag van de aaw. Als je die erbij krijgt, spreek je wel van een totaal andere invaliditeitsfrequentie dan bij de hogere inkomens. Uiteindelijk loop je hier aan tegen het vraagstuk van de grenzen aan de verzekerbaarheid.”
“Naast het standpunt dat je als verzekeraars inneemt, zijn er ook andere betrokkenen bij deze problematiek zoals de politieke partijen, werkgevers- en werknemersorganisaties en de SER. Daarom is het vreselijk belangrijk dat je overal je ‘verbindingen’ hebt zodat je jouw standpunt kunt uitleggen. Verzekeraars met hun kennis van de techniek moeten in staat zijn de vertaalslag te maken van die techniek naar de praktijk. En met die vertaling kun je nooit te vroeg beginnen: je dient te anticiperen op ontwikkelingen. Als je ervoor zorgt dat je overal je neus laat zien, heb je de mogelijkheid via kennisoverdracht problemen bespreekbaar te maken. De Robin Linschotens en de Jacques Wallages moeten het prettig vinden om eens even te komen buurten en te kijken hoe wij tegen bepaalde problemen aankijken.”
Institutionaliseren
Terwijl de contacten met ‘het Haagse’ en de verschillende belangenorganisaties momenteel veel op ad hoc-basis worden gelegd door de afzonderlijke verzekeraars, moeten in de toekomst ‘de verbindingen’, zoals Jonker ze noemt, via het Verbond van Verzekeraars gaan lopen. “Dat is een van de belangrijkste veranderingen in het ‘nieuwe’ Verbond. In toenemende mate zullen het bestuur, de sectorbesturen, de afdelingscommissies en het verbondsapparaat de functie van lobbyist overnemen. De afdelingsbesturen kunnen in de nieuwe opzet ook niet meer op eigen houtje naar buiten treden maar vervullen straks een meer initiërende en adviserende rol. Omdat de continuïteit van de contacten momenteel niet is gewaarborgd, kiezen we voor een geïnstitutionaliseerde aanpak. Het mag niet zo zijn, dat contacten afhangen van iemand die toevallig zijn ingangen kent. Vallen die personen of maatschappijcontacten namelijk weg, dan dreigen belangrijke onderwerpen tussen wal en schip te vallen. Neem bijvoorbeeld de uiteenlopende pensioenkwesties waarbij ik zelf destijds als NN-er vaak de spin in het web was. Naast mijn functie bij NN vergaderde ik me te barsten in het Verbondshuis en onderhield contacten met mijn netwerk. Toen ik mijn aandacht binnen NN meer ging richten op het buitenland, was mijn rol als lobbyist over. Iemand anders heeft het wel weer opgepakt, maar zulke belangrijke zaken mogen niet van toeval afhangen. Ook indien de belangen van een individuele maatschappij niet in het geding zijn, moeten de belangen van de bedrijfstak worden behartigd. Het Verbond is er om een klimaat te scheppen waarin alle leden goed kunnen gedijen.”
De verandering in de werkwijze houdt volgens Jonker niet in, dat de materiedeskundigheid die bij de leden aanwezig is niet meer wordt aangeboord. “Integendeel, juist die expertise blijft belangrijk en zal ook regelmatig worden geraadpleegd voor uiteenlopende doeleinden en mensen zullen betrokken worden bij actuele zaken. Als voorzitter heb ik op veel terreinen vanzelfsprekend niet de know how in huis. Het kan voorkomen, dat als ik ergens moet vergaderen of onderhandelen ik een specialist van een van de leden meevraag om inhoudelijk het gesprek bij te staan. Ik mag natuurlijk geen onzin uitkramen. De Verbondsmedewerkers die gespecialiseerd zijn in een bepaald onderwerp en contacten hebben op ambtelijk niveau en de besturen met contacten in diverse geledingen moeten zorgen voor de continuïteit.”
Luisteren naar kritiek
De kritiek vanuit de samenleving, maar zeker ook vanuit de bedrijfstak op het meedraaien van het Verbond in het politieke wereldje vindt Jonker ten dele terecht. “We passen de organisatie niet voor niks aan, en ik vind dat het nog wel beter kan. Je moet niet je ogen sluiten voor kritiek, maar er juist naar luisteren. En zelf ben ik natuurlijk ook niet voor niets als voorzitter aangetrokken. Mijn taak is vooral het ‘externe’ functioneren van het Verbond te verbeteren.”
De huidige aandacht voor de lobby van het Verbond, doet het voorkomen als zou het Verbond nooit contacten hebben onderhouden met politici of andere belangenbehartigers. “Voor die indruk moeten we inderdaad oppassen, want dat is totaal niet in overeenstemming met de werkelijkheid. Meer dan vijftig procent van het werk van een belangenbehartigingsorganisatie gebeurt achter de schermen en is niet geschikt voor publikatie. Het punt is alleen dat je slechts kunt bijsturen en zelfs dat lukt niet altijd. Daarom is het zo belangrijk dat we tijdig ontwikkelingen zien aankomen. Indien je als bedrijfstak in een vroeg stadium zaken signaleert, kun je tijdig je ideeën ventileren en de opinie beïnvloeden. Bij die opinie hoort ook die van de consument. We moeten niet langer bekend staan als de bedrijfstak die alleen geld verdient door kleine lettertjes in contracten. Dat we veel kennis in huis hebben waarmee we een bijdrage kunnen leveren aan maatschappelijke discussies kan duidelijker worden uitgedragen.”
“Het is natuurlijk niet zo, dat politieke besluiten worden genomen omdat wij iets willen. Je moet het omdraaien: wij moeten voeling houden met belangrijke ontwikkelingen zodat je als het even kan in een vroegtijdig stadium kunt bijsturen, zodanig dat het resultaat in je eigen belang uitdraait. De wet voorschrijven ligt echter niet in ons vermogen.”
Een recent voorbeeld van de grenzen aan het lobbyen, is de uitvoering van de Inbouwwet Bodemsanering. In tegenstelling tot het verleden maakt de nieuwe wet het de overheid mogelijk om de kosten van bodemsanering te verhalen op bedrijven die vòòr 1975 verontreinigingen hebben veroorzaakt. De wet creëert een zware aansprakelijkheid en wel met terugwerkende kracht. “Deze risico’s waren voor verzekeraars niet voorzienbaar en zij konden hiervoor ook geen premie calculeren en adequaat reserveren”, zegt Jonker. “Onze belang hier is uiteraard het zo beperkt mogelijk houden van de schade die voortvloeit uit de nieuwe wet. Maar dit belang gaat verder dan alleen verzekeraars. Het gehele bedrijfsleven wordt hierdoor getroffen. Door intensief lobby-werk van met name de VNO en het NCW in de richting van de Eerste Kamer – mede op verzoek van ons natuurlijk – hebben we de schade kunnen beperken door de formulering in de wet ‘ernstig verwijtbare handelingen’, of woorden van gelijke strekking, te laten interpreteren als ‘grove schuld’. Deze formulering biedt bij interpretatie van de wet meer mogelijkheden. De wetgeving zelf kunnen we zoals gezegd niet veranderen.”
Uitholling afdelingen
Het leggen van de beleidsverantwoordelijkheid bij het algemeen bestuur en de sectorbesturen, betekent volgens Jonker geen uitholling van de afdelingen. “Ik vind dat er voor hen niet veel verandert. Belangrijke onderwerpen zullen nog steeds aan de orde worden gesteld, er zullen discussies worden gevoerd en standpunten ingenomen. Wat straks alleen niet meer kan, is dat de afzonderlijke branches geen oog hebben voor wat er buiten hun vak gebeurt. De grenzen van de diverse vakgebieden worden steeds vager en het naar buiten treden met een specifiek branche-standpunt moet tot het verleden gaan behoren. Een onderwerp als criminaliteit gaat verder dan alleen Brand of Auto. Voortaan treden we naar buiten met één Verbondsstandpunt en laten ons niet meer leiden door incidentele ad hoc-uitspraken. Uiteindelijk denkt onze omgeving ook niet in louter brandverzekeringen of letselschadepolissen. Daar kun je niet omheen.”
Het juiste gevoel
In zijn rol als voorzitter beaamt Jonker dat je “een beetje richting kunt geven aan de weg die het Verbond is ingeslagen”. “Maar”, voegt hij er direct aan toe “in een belangenbehartigingsorganisatie moeten wel corrigerende factoren zijn ingebouwd. Ik klaar de klus dan ook zeker niet alleen, dat zou ik bovendien niet willen. Wat je als voorzitter natuurlijk wel moet hebben is het ‘gevoel’ voor ontwikkelingen. Als je tijdig de juiste feeling hebt, ben je ook in de gelegenheid bij te sturen.”
Voor het krijgen van het juiste gevoel moet je volgens de verbondsvoorzitter wel een typische verzekeraar zijn. “Je moet de techniek in je vingers hebben en je moet het Verbond kunnen verkopen. In de functie van voorzitter kom ik wat losser te staan van de techniek en dat is een gevaar. Daarom blijf ik er op hameren dat de echte experts betrokken blijven bij verbondszaken. Want door bundeling van onze kennis en de toegang tot de vele wandelgangen kunnen we de belangen van de bedrijfstak het beste behartigen. Daar zet ik me voor meer dan 100 procent voor in.”
Jonker: “Het Verbond moet open staan voor kritiek” kader: De Groninger Sam Jonker (64) startte na een HBS-opleiding in 1959 bij De Nederlanden van 1845 zijn loopbaan in de verzekeringsbranche. Na verschillende functies op het gebied van commercie, organisatie en automatisering doorlopen te hebben, werd hij in 1973 benoemd tot directeur NN-Leven. In 1980 trad hij toe als lid van de raad van bestuur van NN en in 1990 werd hij vice-voorzitter. Het jaar daarop nam hij ook zitting in het bestuur van de ING Groep. Na zijn pensioen aanvaarde hij vorig jaar de voorzittersrol van het Verbond van Verzekeraars. Daarnaast vervult hij nog een aantal andere externe functies waaronder lid van de SER, lid Algemeen en Dagelijks Bestuur van het VNO en lid Board of Directors International Insurance Society.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.