nieuws

Jonker: waarom blijft men ons toch kil en afstandelijk vinden?

Archief

Jonker: waarom blijft men ons toch kil en afstandelijk vinden?

Voorzitter S.J. Jonker van het Verbond van Verzekeraars zit ermee in zijn maag, dat de particuliere verzekeraars nog immer slecht scoren als het gaat om ‘maatschappelijke betrokkenheid’. De bedrijfstak zou in de ogen van het publiek nog te veel gericht zijn op eigen belang en komt (daardoor) nogal kil en afstandelijk over. Wat te doen?, zo vroeg Jonker zich vorige week in Noordwijk hardop af in zijn toespraak tot de ledenvergadering.
Jonker: “Het verwachtingspatroon van de ‘buitenwacht’ over het optreden van het Verbond is nog altijd hoger dan dat van onszelf. Met deze conclusie kunnen we twee kanten op: wij moeten nog meer doen om aan de verwachtingen van buiten te kunnen beantwoorden, of we moeten proberen het verwachtingspatroon van buiten bij te stellen omdat het ten onrechte zo hoog is.”
Op het feit dat het Verbond een belangenvereniging is, valt niets af te dingen, aldus Jonker. “Maar dat hoeft niet in te houden dat we als verzekeraars kil en afstandelijk worden gevonden.”
Randvoorwaarden
Hij sprak vervolgens over het verschuiven van overheidsvoorzieningen naar de markt. “Voor ons is hierdoor een nieuwe markt ontstaan, met echter heel specifieke kenmerken: veelal hangt er een hele ‘tros’ door de overheid gestelde randvoorwaarden aan onze nieuwe sociaal-geconditioneerde private verzekeringsprodukten. Als wij kil gevonden worden en ‘opkomend voor ons eigen belang’, heeft dat nadrukkelijk te maken met het feit dat wij keer op keer de stelling moeten betrekken dat de markt haar eigen economische wetmatigheden kent, en dat de verzekeringstechniek lang niet alles tolereert wat de politiek verlangt.”
Goede resultaten
De bedrijfstak heeft in financieel opzicht een geslaagd jaar achter de rug.
Jonker: “Is een stevig klop op de schouders van onze leden vanwege deze resultaten niet gerechtvaardigd? De concurrentie neemt immers toe, het toezicht stelt steeds strengere eisen, en Europese mededingingsregels hebben aan afspraken een einde gemaakt. We moeten, kortom, behoorlijk vechten voor ons brood. Toch doen we soms nog wat terughoudend over goede resultaten; alsof we er ons een beetje voor generen. Terwijl er voor onszelf en voor onze klanten niets leukers zou moeten zijn dan ons deelgenoot te voelen van een succesvolle onderneming of bedrijfstak. Zoiets als het Oranje-gevoel.” “We hebben van nature de neiging om mooie resultaten enigszins te relativeren. Winst wekt toch de schijn dat verzekeraars rijk worden aan de ellende van hun klanten, en dat betaamt nette mensen eigenlijk niet. En verzekeraars willen nette mensen zijn. Maar wij verdienen geen geld aan de ellende van onze klanten: daaraan verliezen wij, omdat schade wordt vergoed. Wij verdienen pas als risico’s zich niet of minder sterk voordoen dan werd verwacht.”
Marktcondities
Jonker verklaarde, even bij dit verschijnsel stil te staan, “omdat de laatste jaren heel wat ‘appartementen’ van het voormalige sociale zekerheidsgebouw naar de markt zijn verplaatst. Veelal in nauw overleg met de overheid en andere betrokken partijen hebben verzekeraars particuliere arrangementen tot stand gebracht en produkten ontwikkeld.” Een belangrijk motief voor de overheid voor deze ‘terug-naar-de-markt-operatie’ was en is kostenbeheersing. De overheid kon verwachten dat verzekeraars niet alleen deze verzekeringsarrangementen konden ontwikkelen en op de markt zetten, maar ook dat ze dat zouden kunnen op basis van marktcondities, dus met inachtneming van de wetten van de vrije markt. Tot op heden is dat gelukt. Er is dus ook dat opzicht geen enkele reden om terughoudend te doen over onze goede resultaten. Jonker: “Niettemin: goede resultaten wekken de schijn dat verzekeraars deel uitmaken van een harde, meedogenloze bedrijfstak die elk individu waar maar een vlekje op zit, de toegang weigert. Ook dat is niet waar, zeker niet waar het gaat om verzekeringen die je sociaal-geconditioneerd zou kunnen noemen. Daarvoor hanteren verzekeraars marktbreed een hierop speciaal geënt beleid van acceptatie en premiedifferentiatie. Dat houdt in beginsel volledige toegankelijkheid in voor collectieve arrangementen voor een bepaalde periode tegen een gemaximeerde premie.”
Jonker: “Verzekeraars willen nette mensen zijn”.
Schadebranche klimt uit dal
Volgens cijfers van het Centrum voor Verzekeringsstatistiek, onderdeel van het Verbond van Verzekeraars, is de schadebranche vorig jaar uit het dal geklommen. Het resultaat (na rente en herverzekering) kwam uit op +3%, tegen -2% in 1994 en -5% in 1993.
Het premie-inkomen uit schadeverzekeringen (exclusief Zorg) steeg in 1995 met 5% naar / 16 mld, waarvan ruim 40% voor Motorrijtuigen. Deze branche scoorde een resultaat van -0,5% (tegen -5,5% in 1994), waarvan het wa-deel negatief was (-3%) en casco een positieve uitkomst had (+2%).
In de brandverzekering trad een daling in de schadefrequentie op. Het goede weer in 1995, met een afnemend aantal bliksem-, storm- en waterschaden droeg hier zeker toe bij. Ook de brandschadelast vertoonde een daling. In de transportverzekering trad een lichte schadedaling op; in de pleziervaartuigenbranche bleef het resultaat – onder invloed van de gunstige weersomstandigheden – goed. In de aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren daalde de schadefrequentie en vlakte de de stijging van het gemiddelde schadebedrag iets af. Het resultaat nam toe tot 5% In de avb werd het resultaat iets beter, maar het bleef negatief (-4%). Bij Rechtsbijstand had de deelbranche motorrijtuigen een positief resultaat, maar bleef de gezinsverzekering in de rode cijfers. Op grond van de enquête van het CVS lijkt het resultaat in de bedrijvenverzekering rond de nul uit te komen. Brancheresultaten in % van de verdiende premie (na rente, vóór herverzekering) Branche 1995 1994 Motorrijtuigen -0,5 -5,5 Brand 16,7 9,1 Transport 10,3 8,6 Aansprakelijkheid 0,0 -3,0 Rechtsbijstand 5,0 5,0
Leven
De resultaten van de levensector worden niet centraal door het Verbond geregistreerd. Uit voorlopige cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt, dat het premie-inkomen Leven in 1995 met 20% is gestegen naar / 30 mld. De netto winst nam toe met 9%. Het aantal nieuwe individuele levenpolissen lag met ruim 1 miljoen 10% hoger dan in 1994. Driekwart van het totale premie-inkomen op nieuwe polissen bestond uit koopsommen. Het premievolume voor koopsommen steeg met 33% ten opzichte van 1994.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.