nieuws

‘Je bent onafhankelijk of je bent het niet’

Archief

door Manon Vonk

“Als wij na hoor en wederhoor concluderen dat een bedrijf fout bezig is, hebben wij het laatste woord. Wij bepalen hoe het moet als de wet is overtreden. Wij gedogen niet. Ik ben een voorstander van meer openheid, ook waar het gaat om misstanden.” De verzekeringsbranche kan zijn borst nat maken. Bestuursvoorzitter Arthur Docters van Leeuwen van de Autoriteit Financiële Markten heeft er zin in. “Wij zijn geen toezichthouder op de effectenbranche met een bijgebouwtje voor de verzekeringsbranche.”
De Autoriteit Financiële Markten (Autoriteit FM) zetelt in gebouw Muntstaete aan de Singel in hartje Amsterdam. De betonnen kolos ademt weinig openheid. Een klein bordje op de gevel verraadt dat hier dé toezichthouder op de financiële markt zetelt. Eenmaal binnen is dat anders. De transparantheid komt je tegemoet: veel glas en hout.
Arthur Docters van Leeuwen trapt af. “Als wij als toezichthouder transparantie willen uitdragen, dan moeten we ook niet bang zijn om misstanden te communiceren en het publiek op de hoogte te stellen. Het moet wel eerlijk. Wij zullen nadrukkelijk hoor en wederhoor toepassen. Maar de discussie is eindig. Wij bepalen hoe het moet als de wet is overtreden. De branche reageert overdreven bang ten aanzien van openbaarmaking. Maar dat is onterecht. In de afgelopen drie jaar hebben wij pas één keer een financiële instelling in het openbaar beboet.”
“De bedrijven die onder toezicht staan, moeten openhartig kunnen vertellen over allerlei zaken”, nuanceert Docters van Leeuwen. “Als zij het idee hebben dat na een gesprek met ons hun bedrijfsgeheimen op straat liggen, zullen ze niet zo makkelijk meewerken. Als wij als toezichthouder de stukken moeten gaan opvragen en bedrijven moeten gaan dagvaarden, komt er niets van terecht. Aan de andere kant wil het publiek tijdig gewaarschuwd worden en wil men zien dat er wordt opgetreden. Op dit moment bestaat de ongelukkige constructie dat ik weinig tot niets kan zeggen, maar ik ben een groot voorstander van meer openbaarheid.”
Docters van Leeuwen kiest voor een model dat door de Britten wordt gehanteerd en is vastgelegd in de Financial Services Act (FSA). “Een half A4-tje waarop staat waar het om ging, welke fouten gemaakt zijn, waarom de toezichthouder tot dit oordeel is gekomen en hoe er wordt gestraft. Dat moet toch niet al te moeilijk zijn.”
Eigen verantwoordelijkheid
Sinds begin dit jaar is de Autoriteit FM betrokken bij het toezicht op de verzekeringsbranche. Het valt Docters van Leeuwen op dat de branche er positief op reageert. “In eerste instantie was men wat terughoudend, maar nu duidelijk is dat er een nieuwe toezichthouder komt, wil men het toezicht ook goed regelen. Men is gewend aan het idee en wil er nu het beste van maken. Men blijft niet mokken. Maar ik had dan ook niet anders verwacht”, grijnst hij.
De verhoudingen met het Verbond van Verzekeraars en de brancheorganisaties NVA en NBVA noemt de toezichthouder ronduit goed. “Het is wat vroeg om nu al een doortimmerde visie op de branche te hebben, maar de contacten verlopen goed. We hebben een zeer goed gesprek gehad met het bestuur van het Verbond van Verzekeraars. Nee, ik vind niet dat het bijt als de toezichthouder op goede voet staat met de bedrijven waar hij toezicht op uitoefent. Het is goed om zaken te kunnen doen met een representatieve organisatie. Wij consulteren veel. We krijgen veel reacties, maar uiteindelijk nemen we onze eigen verantwoordelijkheid. Ik constateer dat de verzekeringsbranche doordacht opereert. Ze zijn op de goede weg, maar er valt nog heel veel te doen. Het toezicht op de verschillende sectoren zal nog meer naar elkaar toe moeten groeien. Er mogen best verschillen bestaan, maar dan wel met reden. Zeker ten aanzien van de zorgplicht zal er nog het een en ander veranderd moeten worden.” @PLI = Over wat er dan moet veranderen, kan Docters van Leeuwen nog niet veel zeggen. “Daar wil ik niet op vooruitlopen. Wij overleggen niet via de pers.”
Misstanden
Over de uitvoering van het toezicht op tussenpersonen kan de voorman van de Autoriteit FM weinig zeggen. “We zijn ijverig aan het praten. Wat mij trouwens verbaast, is dat niemand weet over hoeveel tussenpersonen we het eigenlijk hebben. Bij de Sociaal Economische Raad (SER) staan er iets van 24.000 ingeschreven. Maar die zijn lang niet allemaal praktiserend. Verder houden wij toezicht op cliënten-remisiers. Volgens de cijfers zijn dat er 7.000, maar wij denken dat het er tussen de 10.000 en 12.000 zijn. Dan hebben we nog de kredietbemiddelaars. Verder bestaat de kans dat financiële planners en andere adviseurs onder ons toezicht komen te vallen. Ik moet aan die onduidelijkheid erg wennen. Het lijkt een beetje op mijn tijd bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD). Daar wist je ongeveer hoeveel terroristen er waren, maar ook niet exact. Niet dat ik tussenpersonen met terroristen zou willen vergelijken”, haast hij zich te zeggen.
“Het zal duidelijk zijn dat we niet bij al die tussenpersonen op schoot kunnen zitten. De branche zal daarin zijn eigen verantwoordelijkheden moeten nemen. We zijn nu aan het praten over wie wat moet doen. Ik vind zelf dat op het terrein van kwaliteitsbewaking en kwaliteitsbevordering de branche zelf het voortouw moet nemen. Met enig toezicht van ons daarbij. Als er incidenten zijn, zal de publieke toezichthouder moeten optreden. En zoals al eerder gezegd: daar zijn we heel overzichtelijk in: hoor en wederhoor. Als de wet is overtreden, bepalen wij hoe het daarna moet.”
De Autoriteit FM zoekt nog uit of het een actieve rol moet hebben bij het opsporen van misstanden. “We kijken wat de branche nu doet. We vragen ons af of er wellicht een meldingsplicht moet komen. Verder zullen we natuurlijk steekproeven doen.” Docters van Leeuwen vindt het niet vervelend dat misstanden na onderzoek door de pers naar buiten komen. “De pers is vaak een goede alarmeringsbron. Ik hoop ook dat de media dat blijven doen. Verder krijgen we brieven en mensen bellen ons met klachten. Nu heb ik het wel over het toezicht op de effectenbranche. Het toezicht op tussenpersonen moet eerst nog bij wet geregeld worden.”
De Autoriteit FM ontvangt niet heel veel signalen van misstanden uit de verzekeringsbranche. “We hebben het toezicht nog niet, dus maken we ook niet veel herrie.”
Op de vraag of het hem zorgen baart dat er zoveel assurantiekantoren omvallen, weet Docters van Leeuwen geen antwoord te geven. “Er is eigenlijk bar weinig bekend waarom assurantiekantoren omvallen. En dat is vreemd, want er gaat toch zo’n miljard euro om in die branche. De academische wereld zou daar wel wat meer aandacht aan mogen besteden. De Raad van Financiële Toezichthouders heeft de Vrije Universiteit onderzoek laten verrichten naar dit fenomeen. Dat biedt wel enig houvast. Maar laat ik het zo zeggen: het is nog niet als probleem onder mijn aandacht gebracht. Ik heb wel gehoord dat er een consolidatie plaatsvindt. Maar ik weet niet of het grote of kleine kantoren zijn die omvallen. Ik vind het gek dat we daar zo weinig van weten.” Hoeveel mensen hij nodig heeft voor het toezicht op tussenpersonen kan hij nog niet echt zeggen. “Het ligt er aan hoe ernstig de situatie is. Maar je mag er vanuit gaan dat we een paar onderzoeksteams zullen opzetten. De Economische Controle Dienst zal alleen ingeschakeld worden bij strafbare feiten.”
Vooralsnog zijn er geen medewerkers van de Pensioen- en Verzekeringskamer overgekomen naar Amsterdam. Vanuit De Nederlandsche Bank zijn al wel een man of vijfentwintig bij de toezichthouder aan het werk. “Dat was ook nodig toen wij het toezicht op de beleggingsfondsen erbij kregen.”
Over de werkzaamheden van het Wabb-bureau bij de SER wil hij evenmin iets zeggen. “Daar wachten we eerst op het SER-advies. Daarna zullen daar onder leiding van het ministerie van Financiën gesprekken over plaatsvinden.”
Captives
Over het fenomeen captives, assurantiekantoren waar een verzekeraar een meerderheidsbelang in heeft, is Docters van Leeuwen duidelijk. “Dat is geen probleem zolang de kantoren het maar duidelijk maken. Tussenpersonen moeten duidelijk maken of verzekeraars een belang hebben in hun kantoor. Overigens vind ik dat kantoren die weliswaar onafhankelijk zijn en maar met een aantal verzekeraars zaken doen, dat ook duidelijk moeten maken.”
De oud-voorman van de BVD wil absoluut een handhavingsbeleid voeren ten aanzien van het kenbaar maken van belangen. Het is een van de vijf thema’s in het toezicht. Die thema’s bestaan uit betrouwbaarheid, deskundigheid, transparantie, zorgplicht en financiële bescherming van de klant. “Ik begrijp ook niet zo goed wat men er tegen heeft. Je moet jezelf geen onafhankelijkheid toedichten als je dat niet bent. Je kan niet van twee walletjes eten. Je bent onafhankelijk of je bent het niet. Bovendien heeft het zichtbaar maken daarvan ook voordelen voor de klant. Die weet waar hij aan toe is.”
De Europese richtlijn hanteert een percentage van tien procent. Daarboven moet het bekend gemaakt worden. Docters van Leeuwen wil zich nog niet ophangen aan een getal. “Maar er komt zeker een percentage en we gaan het zeker handhaven”, klinkt het strijdlustig.
Een cultuurverschil tussen de effectenbranche en de verzekeringsbranche constateert hij hier wel. “Het is ondenkbaar dat je als belegger niet zou willen weten wie er een belang heeft in een maatschappij en wie er toezicht houdt. Ik ben er alleen nog niet uit in welk stadium de tussenpersoon het aandelenbelang zou moeten melden. Moet dat op voorhand al of moet het beschikbaar zijn als de klant er om vraagt? Daar ben ik nog niet uit. Bovendien moeten we eerst maar eens inventariseren wat de klant daar zelf van vindt.”
Hij verbaast zich over het feit dat Nederlanders in zijn algemeenheid veel te weinig vergelijken. “Begrijp me niet verkeerd. Ik ben daar geen uitzondering op. Men is ongelooflijk trouw aan zijn bank of tussenpersoon. Dat is eigenlijk niet goed. De consument zou veel kritischer moeten zijn. De Autoriteit FM moet daar een stimulerende rol in hebben.”
Schijnveiligheid
Over de Financiële Bijsluiter is de toezichthouder vooralsnog tevreden. “Dit was het beste wat we er uit konden halen. Er zijn geen suggesties blijven liggen. Het document wemelt van de risico-waarschuwingen. Het enige wat we nog niet hebben kunnen realiseren, is het kwantificeren van de risico’s. Dat is ook heel lastig. Er zijn wel meetinstrumenten ontwikkeld, maar die zijn maar op een beperkt aantal producten toe te passen. En u weet net zo goed als ik, dat er een veelheid aan financiële producten bestaat.”
Over de berichten in de pers dat de Bijsluiter de transparantie niet bevordert en zelfs een vorm van schijnveiligheid creëert, begrijpt hij niet veel. “Laat ik vooropstellen dat ik instellingen als MoneyView en Independer uitnodig om ons te laten zien waar de schoen wringt. Maar als ik in de krant lees dat de offerte er anders uitzag dan de Bijsluiter, dan kan ik daar geen chocola van bakken. Dat is zoiets als: hij ziet er anders uit dan we verwacht hadden en daarom is hij niet goed. Daar kan ik dus niets mee. Een van de verbeterpunten van de Bijsluiter is wellicht dat de offerte en de Bijsluiter volgens een zelfde standaard moeten worden opgesteld. Dat nemen we mee. Daarnaast is het vervelend dat de Bijsluiter vaak pas geleverd wordt bij de polis in plaats van bij de offerte. Na ongeveer een jaar zullen we de Bijsluiter gaan evalueren.”
Over de schijnveiligheid die de Bijsluiter zou creëren, is Docters van Leeuwen duidelijk. “Men denkt kennelijk dat de Bijsluiter een certificaat is. De consument behoort de Bijsluiter te lezen, alvorens hij zijn poot onder het contract zet. Overigens wijzen testpanels uit dat de Bijsluiter wel degelijk gelezen wordt. Op dit moment krijgen we enkele honderden telefoontjes per maand over de Bijsluiter. Wij willen de consument best beschermen, maar niet tegen zichzelf. Het gaat hier om volwassen mensen die actief kennis moeten nemen van het product dat ze kopen.”
Provisie
Docters van Leeuwen betracht voorzichtigheid als het onderwerp openbaarmaking provisie aan de orde komt. “Ik moet daar voorzichtig in zijn. Het makkelijke antwoord is: ja. Ten aanzien van de kostenstructuur van financiële producten hebben we nog een lange weg te gaan. Ik zie het als mijn taak om dat helder te krijgen.”
“Als je kijkt hoe zorgvuldig en weloverwogen mensen een nieuwe keuken aanschaffen voor de somma van e 25.000 en daartegenover het gemak waarmee ze een contract sluiten dat beslissend is voor hun financiële toekomst. Dat verbaast mij zeer. Het financiële bewustzijn van de consument moet toenemen. Maar wij worden niet de opvoeder van de consument. Wij willen wel dat financiële bewustzijn bevorderen. Voor initiatieven van een Consumentenbond en een Independer staan wij open. Ook hier vind ik dat de transparantie moet toenemen.”
Verbieden
Bij de toezichthouder is een stevige discussie gevoerd over de vraag of de toezichthouder indien nodig, een financieel product moet verbieden. “Het antwoord is een duidelijk nee”, zegt Docters van Leeuwen. “Daar moet de centrale overheid in dat geval zorg voor dragen.”
“Over aandelenlease hebben we onze mening kenbaar gemaakt. Dat is ons niet in dank afgenomen. Bij een product als aandelenlease betaal je een hoop rente en moet je maar afwachten wat de aandelenbeurs gaat doen. Er moet helder neergezet worden wat je zou hebben gekregen als je het geld gewoon op een spaarrekening gezet zou hebben. Maar dat moet je dus wel inzichtelijk maken, bijvoorbeeld in een Financiële Bijsluiter. Luid en duidelijk, zodat niemand kan zeggen ‘dat heb ik niet geweten’.”
Over een radiocommercial van tussenpersoon Gelink Advies, die suggereert dat de overwaarde van het huis benut kan worden voor vakantie op de Bahama’s, het aanbouwen van een serre en dan ook nog lagere maandlasten oplevert, wil de toezichthouder niets zeggen. “Ik mag dat niet. Ik kan wel zeggen dat wij nauwkeurig de advertenties volgen. Ook die van nieuwe aanbieders. Als er aanleiding voor is, pakken we het aan.”
Aan het eind van het gesprek wil Docters van Leeuwen wel kwijt dat hij al jaren naar tevredenheid zaken doet met een tussenpersoon. “Hij heeft mij altijd nog van een goed advies voorzien. Bovendien heeft hij er meer verstand van dan ik. Ook als ik doorvraag, heeft hij de antwoorden klaar. Nee, ik ben zeer tevreden.”
Arthur Docters van Leeuwen: “Kantoren die weliswaar onafhankelijk zijn, maar slechts met een aantal verzekeraars zaken doen, moeten dat ook duidelijk maken”. [Kader]
Arthur Docters van Leeuwen is op 8 mei 1945 geboren in Zeist. Na het doorlopen van het gymnasium, voltooide hij in 1969 zijn doctoraal examen Nederlands Recht. In datzelfde jaar begon zijn carrière bij de overheid bij de afdeling Wetgeving, hoofdafdeling Pensioenen en wachtgelden van het Directoraat-Generaal voor Overheidspersoneelsbeleid van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Daarna werkte hij tien jaar voor de Inspectie der Rijksfinanciën. In 1980 werd hij een jaar plaatsvervangend directeur Politie, bij het Directoraat voor Openbare Orde en Veiligheid, om hier vervolgens plaatsvervangend directeur-generaal te worden. Zijn bekendheid geniet hij vooral vanwege zijn functie als directeur bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst (1989-1994) en later als voorzitter van de procureur-generaals (1995 – 1998). Sinds 15 september 1999 is hij voorzitter van de Stichting Autoriteit Financiële Markten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.