nieuws

Interpolis mag samenwerking met tussenpersoon stopzetten

Archief

Interpolis mag de zeventigjarige relatie met Robart’s Assurantiekantoor van 1913 (Dordrecht) beëindigen en de nog zeventig lopende polissen opzeggen. Dat heeft de rechtbank in Breda vorige week in kort geding besloten.

Kern van het geschil was de vraag of Interpolis bevoegd is om de samenwerkingsovereenkomst tussen beide partijen op te zeggen en of dat mogelijk is op de wijze zoals de verzekeraar dat heeft gedaan.
De rechtbank concludeert dat de inhoud van de omstreeks 1913 tussen de rechtsvoorgangers (o.m. De Twaalf Gewesten) van partijen tot stand gekomen overeenkomst nooit op schrift is gesteld en daardoor niet voorziet in een mogelijkheid tot opzegging. De rechtbank is van mening dat bij het ontbreken van een wettelijke contractuele regeling opzegging alleen mogelijk is als daar “voldoende zwaarwegende grond” voor bestaat.
De door Interpolis aangevoerde beweegredenen, de invoering van de ‘Alles-in-één-Polis’ en “het al in 1995 kenbaar gemaakte gebrek aan vertrouwen in een vruchtbare samenwerking met Robart”, zijn naar het oordeel van de rechter voldoende zwaarwichtige redenen tot beëindiging van de samenwerking.
Daarnaast speelt de feitelijke opzegging van de verzekeringen door Interpolis nog een rol. Volgens de rechter is de door Interpolis gehanteerde opzeggingstermijn van zes maanden niet onredelijk. “Hoewel Interpolis die reeds in 1995 heeft aangestuurd op een beëindiging van de samenwerking, destijds de volledige beëindiging niet heeft doorgezet, heeft Robart sindsdien in ieder geval geen nieuwe verzekeringen meer aangebracht. Deze ‘bevriezing’ van de portefeuille van Robart was niet alleen een duidelijke, eerste stap van Interpolis tot het afbouwen van de samenwerking, maar betekende ook dat als tweede stap met een eenvoudige afwikkeling van de resterende, naar verwachting aan ‘natuurlijk verloop’ onderhevige verzekeringsportefeuille kan worden volstaan.” De termijn van zes maanden is dus niet onredelijk, vindt de rechter. De vorderingen door Robart worden dan ook afgewezen.
Historie
Een moeizame samenwerking en een uiterst moeizame communicatie met Robart liggen volgens Interpolis ten grondslag aan de wil om de samenwerkingsovereenkomst met Robart te beëindigen. Zo bestonden er verschillen van mening over de condities waarop Interpolis verzekeringen accepteerde en over het opmaken van de polissen van Interpolis.
Interpolis liet weten met ingang van 1 februari 1996 alle lopende verzekeringen te zullen beëindigen per de eerstvolgende contractdatum. Zodra de laatste verzekering beëindigd was, zou Interpolis de samenwerkingsovereenkomst met Robart laten vervallen. Dit hield ook in dat Robart geen nieuwe verzekeringen mocht aanbrengen bij Interpolis. Hierdoor werd de portefeuille een ‘slapende portefeuille’.
Als andere reden voor de beëindiging van de samenwerking, voert Interpolis een beleidswijziging aan. Deze beleidswijziging houdt in dat Interpolis losse polissen omzet in pakketpolissen, de ‘Alles-in-één-Polis’. Het afzetkanaal van Interpolis loopt enerzijds via de lokale Rabobanken (90%) en anderzijds via overige tussenpersonen, zoals Robart. Interpolis had op dat moment (2001) in totaal 220 tussenpersonen in de boeken, die tezamen de andere 10% van het afzetkanaal voor hun rekening namen.
De overstap naar de ‘Alles-in-één-Polis’ betekent volgens Interpolis een forse investering in automatisering bij tussenpersonen met daaraan gekoppeld een opleidingstraject. Na een analyse van de assurantiekantoren, komt Interpolis tot de conclusie dat bij zestig kantoren, waaronder Robart, deze investeringen niet rendabel zijn. “De individuele productie van deze zestig tussenpersonen was te gering van omvang en bood te weinig perspectief om grote investeringen te rechtvaardigen”, stelt Interpolis tijdens het kort geding. Volgens Interpolis is het opzeggen van de samenwerking met de andere 59 kantoren in “goed onderling overleg” beëindigd.
Dat niet alle assurantiekantoren blij waren met de invoering van de ‘Alles-in-één-Polis’ blijkt uit het feit dat begin dit jaar dertien voormalige Interpolis-tussenpersonen – overigens niet behorend bij de zestig kantoren waarmee Interpolis de samenwerking wilde beëindigen – uit onvrede over de algehele invoering van de ‘Alles-in-één-Polis’ een eigen volmachtbedrijf hebben opgericht: Connect Assuradeuren (zie AM 4, pag. 19). Connect-directeur Kees Bennis zei toen “ongelukkig te zijn met het verdwijnen van specifieke schadepakketten van Interpolis voor het intermediair”. Vooral de voorwaarden die Interpolis stelde met betrekking tot deze pakketpolis, waren Bennis een doorn in het oog. “Interpolis trekt de polistoezending, de premie-incasso en de schadeafhandeling naar zich toe, waardoor wij als tussenpersoon richting particuliere klant niet meer de positie kunnen innemen die we vinden dat we zouden moeten hebben.” De toeëigening van taken door Interpolis gingen tevens gepaard met een provisieverlaging van 20% naar 15%.
Interpolis heeft, om het conflict met Robart te beëindigen, drie alternatieven aangeboden: overname van de portefeuille voor een bedrag van drie keer de jaarprovisie; het oversluiten van alle polissen per eerstkomende hoofdpremievervaldatum door Robart; Interpolis is Robart behulpzaam bij het onderbrengen van de verzekeringen bij een andere verzekeraar naar keuze van Robart.
Lastig
Robart Assurantiekantoor van 1913 stelt bij monde van directeur Jennifer Robart, deze handelswijze van Interpolis ter discussie. “Het is natuurlijk makkelijk om nu te zeggen dat de portefeuille te klein en daarmee onrendabel is, als je eerst bezig bent geweest de portefeuille te bevriezen door in 1995 de samenwerking op te zeggen en te besluiten dat ik geen nieuwe polissen mag aanbrengen.”
Robart bestrijdt verder dat er sedert de aankondiging van Interpolis iets is veranderd in de samenwerking tussen Robart en Interpolis. “Ik heb gewoon mijn werkzaamheden kunnen uitvoeren, zoals het afhandelen van schades, muteren van polissen en het doorvoeren van premieverhogingen. Vernieuwde polisvoorwaarden worden doorgestuurd naar de klanten en Interpolis verstrekt maandelijks een prolongatieborderel aan mij waarop staat aangegeven welke relaties nog geen premie hebben betaald. Vervolgens verzorg ik de incasso.”
Robart is woedend over de houding van Interpolis. “Zij zien mij gewoon als een lastige tussenpersoon, omdat ik graag foutloze polissen wil hebben. Ik heb diverse keren de kastanjes voor Interpolis uit het vuur moeten halen, omdat hun eigen administratie niet deugde. Als dank daarvoor kreeg ik allerlei cadeautjes aangeboden, tot aan ballonvaarten toe. En dan krijg je dit. Als dit de handelswijze wordt voor verzekeraars die afwillen van lastige tussenpersonen, dan staat er heel wat te gebeuren in de branche.”
Naar aanleiding van de uitspraak van de rechter in het kort geding, zegt Robart de objectiviteit van de rechter in twijfel te trekken. “De rechter baseert zich op de brief gedateerd 19 oktober 1995 waarin Interpolis de samenwerking opzegt. De relatie is daarna echter hersteld en er was zelfs sprake van een vruchtbare samenwerking.” Robart beraadt zich op te nemen stappen.
Jennifer Robart: “Interpolis vindt mij gewoon een lastige tussenpersoon, omdat ik graag foutloze polissen wil, die zij niet kan leveren”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.