nieuws

Intermediair kan nog vooruit met rechtsbijstandpolissen

Archief

Het intermediair kan voorlopig vooruit met rechtsbijstandpolissen. Van bijvoorbeeld de gezinnen heeft nu 15% een verzekering, maar in 2010 zal dat 25%-30% zijn. Dit bleek op de jaarlijkse Rechtsbijstandmeeting van het Verbond van Verzekeraars.

“In de periode 1990-2000 is de penetratiegraad bij rechtsbijstandverzekeringen fiks gestegen”, zei Sybolt ten Have – voorzitter van de Rechtsbijstandcommissie van het Verbond, en directeur van SRK Rechtsbijstand – op de meeting. In de gezinssector steeg de penetratiegraad van 6% naar 15%, bij de bedrijfspolissen was dit van 21% naar 25%, en in de autosector van 26% naar 35%.”
Op de 279.000 gezinspolissen in 1990 werden 35.000 zaken aangemeld, op de 973.000 polissen in 2000 waren dat er 110.000. Opvallend is, dat het aantal verhaalszaken in verband met een onrechtmatige daad daalde van 53% naar 34%. Daarentegen steeg het aantal zaken in verband met arbeidsrecht van 13% naar 21% en steeg het aantal zaken dat verband houdt met wonen van 7% naar 15%.
Door de groei moeten de rechtsbijstandverzekeraars meer medewerkers aantrekken. In de periode van 1990-1998 (de laatste cijfers hierover bij het Verbond) verdubbelde het aantal medewerkers van 800 naar 1.600. Ter vergelijking: bij de Bureaus voor Rechtshulp, die tegenwoordig Stichtingen Rechtsbijstand heten (zie ook bijstaand kaderbericht), steeg in die periode het aantal medewerkers van 600 naar 800.
Krapte arbeidsmarkt
Door de sterke groei moeten de verzekeraars steeds meer rechtshulp organiseren. Zij zoeken daarbij naar een goede balans tussen de verhouding van insource (zelf doen) en outsource (uitbesteden, aan bijvoorbeeld advocaten) van de rechtshulp. Maar ook bij een gelijkblijvende verhouding moet het eigen juridische apparaat steeds groter worden. En dat is bij de huidige krapte op de arbeidsmarkt geen sinecure. “De huidige situatie kenmerkt zich door zowel een straf op outsourcing als op insourcing”, aldus Ten Have. “Op outsourcing, doordat de advocatentarieven de laatste jaren sneller stijgen dan de inflatie. En op insourcing doordat het moeilijk is om aan specialisten te komen. Kortom: er moet duchtig gejongleerd worden.”
Advocatuur
Tussen de rechtsbijstandverzekeraars en de advocatuur botert het niet altijd. Door druk van de overheid heeft de Orde van Advocaten regels opgesteld voor toetreding door niet-advocaten. De ‘spelregels’ zijn echter zodanig dat het voor de juristen in dienst van rechtsbijstandverzekeraars geen zin heeft zich in te laten schrijven.
“De advocatuur is ons niet altijd goed gezind, dat wil zeggen wel in onze hoedanigheid als financier maar niet als rechtshulpverlener”, zei Ten Have. “Het zou echter verstandiger zijn als de Orde zich zou realiseren dat er buiten de balie grote groepen professionals zijn. Een Orde die over pakweg tien jaar ontdekt dat zij niet meer representatief is voor de rechtshulpverlening in ons land, bewijst de samenleving en zichzelf geen goede dienst. Wat zou nu mooier zijn dan een Orde van Advocaten die alle rechtshulpverleners kan vertegenwoordigen, hun wensen coördineert en samen met hen probeert het rechtsbedrijf zo goed mogelijk te laten verlopen?”
Henk (H.J.A.) Hofland, journalist en columnist, hield op de Rechtsbijstandmeeting een lezing waarin hij een mix had verwerkt van sociaal-politieke geschiedenis in ons land, maatschappelijk trends, filosofische gedachten en vrolijke anekdotes.
Stichtingen Rechtsbijstand
De Bureaus voor Rechtshulp, die tegenwoordig Stichtingen Rechtsbijstand heten, lijken veelal andere zaken te behandelen als de rechtsbijstandverzekeraars. Op de Rechtsbijstandmeeting toonde Sybolt ten Have toonde een diagram met de volgende verhoudingen in werkzaamheden (naar aantal zaken) bij verzekeraars/stichtingen: arbeidsrecht 11%/26%, sociaal recht 2%/20%, verbintenissen 14%/12%, personen/familie/erfrecht 1%/4%, wonen 9%/14%, en overige (voornamelijk verkeers-)zaken 63%/24%.
“Bij verzekeraars is de categorie verkeerszaken oververtegenwoordigd en de Rechtsbijstandstichtingen doen veel zaken in het kader van het vreemdelingenrecht”, zei Ten Have. “Als we die twee categorieën er uithalen, blijkt dat de verhoudingen al een stuk dichter bij elkaar komen.” Het plaatje ziet er dan als volgt uit (verzekeraars/stichtingen): arbeidsrecht 28%/29%, sociaal recht 5%/22%, verbintenissen 31%/13%, personen/familie/erfrecht 2%/4%, wonen 22%/15%, overige zaken 14%/17%.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.