nieuws

Intermediair hunkert naar ruime overgangstermijn WFD

Archief

Tussenpersonen verlangen van de wetgever een ruime overgangstermijn bij invoering van de Wet Financiële Diensten (WFD). In die periode moet een ieder in staat worden gesteld te voldoen aan de deskundigheidseisen voor de zes modules waarin straks financiële diensten geleverd kunnen worden. De schrik voor een (tijdelijke) stop op bijvoorbeeld de bemiddeling in hypotheken zit er goed in.

Diepe zuchten en veel geroezemoes gaan door ’t Spant in Bussum als bijna achthonderd tussenpersonen te horen krijgen, dat ze na invoering van de WFD binnen vier maanden hun deskundigheid op zes terreinen in de financiële dienstverlening moeten laten zien. Naast Schade en Leven gaat het om Hypotheken, Consumptief krediet, Overige bancaire producten en Beleggen. “Zonder vergunning kan er niet meer geadviseerd/bemiddeld worden”, licht NVA-directeur Niels Mourits toe. Het intermediair moet de vergunningen aanvragen binnen één maand na inwerkingtreding van de WFD – die datum is nog onbekend, maar wordt verondersteld op 1 juni te liggen – en heeft daarna nog drie maanden de tijd om de benodigde papieren over te leggen.
Die periode zal in de praktijk waarschijnlijk langer worden. AFM-directeur Theo Kockelkoren belooft het intermediair een overgangstermijn: “Het systeem van vakbekwaamheidseisen mag in elk geval niet marktverstorend werken. Er moet een periode komen waarin men daadwerkelijk kan voldoen aan de gestelde eisen”.
Deskundigheid
Hoe de deskundigheidseisen uiteindelijk gaan luiden, is volgens Mourits, voorzitter van de Commissie Deskundigheid Financiële Dienstverlening, nog niet bekend. Hij verwacht dat alle eisen eind dit jaar vast staan. Voor de module schade- en levensverzekeringen zal naar verwachting het diploma Assurantie B volstaan. Over de andere marktinhoudelijke modules is nog niets bekend. De module Ondernemersvaardigheden, verplicht voor bestuurders en feitelijk leiders, zal te vergelijken zijn met een middenstandsdiploma. De basismodule Algemene Beginselen Financiële Dienstverlening, voor alle werknemers in de branche, zal een stuk basaler zijn dan het huidige B-diploma.
Sleutelfiguur
Kees Boer, lid van de NVA-commissie Onderwijs & Arbeidszaken, introduceert het begrip ‘sleutelfiguur’. “Die figuur moet de benodigde diploma’s hebben en is vitaal voor het krijgen van een vergunning voor één van de modules.” Niet alle medewerkers hoeven dus over een vergunning te beschikken, maar zij moeten wel vakkennis hebben. “Medewerkers die actief zijn op een deelterrein, werken onder verantwoordelijkheid van de vergunninghouder. Is een medewerker actief op het gehele moduleterrein, dan geldt de module als referentiekader”, aldus Boer. “Heeft iemand nog geen diploma, dan moeten alle adviezen worden gecontroleerd door de vergunninghouder.”
De nieuwe deskundigheidseisen zorgen ook tijdens de voorlichtingsavond in Huizen voor onrust in de zaal. “In alle andere branches worden eisen afgeschaft. Waarom moeten ze voor ons dan worden aangescherpt?”, vraagt een tussenpersoon.
“De WFD is juist goed voor de bedrijfstak. Zonder kennis mag je geen zaken meer doen”, antwoordt Boer. “We streven ernaar dat autohandelaren en mensen die zich bezighouden met vieze video’s zich niet meer na twee avonden intensieve studie pensioenadviseur kunnen noemen.”
Uitzendbureaus
Ook de aankondiging dat bemiddeling op een deelgebied moet stoppen op het moment dat een vergunninghoudend persoon in het intermediairbedrijf wegvalt, oogst geroezemoes. “Als er niemand anders is met zo’n diploma, dan is dát de consequentie”, aldus Mourits. Of ten aanzien van dit aspect nog een overgangstermijn van enkele weken of maanden zal gelden, is nog onbekend. Het lijkt erop van niet.
Een nieuwe markt ziet Mourits daarom ontstaan voor uitzendbureaus met financiële dienstverleners. “Dat lijkt me één van manieren om het wegvallen van een vergunninghoudende functionaris op te vangen. Andere manieren zullen vooral in samenwerkingsvormen van kantoren gezocht moeten worden.”
Dossiers
Transparantie en Zorgplicht zijn de onderwerpen waar NBVA-voorman Rob Groenemeijer de lamp op zet tijdens de WFD-tour door het land. Volgens Groenemeijer wordt ten onrechte gevreesd voor bureaucratie. “Het maken van een klantprofiel en het schriftelijk onderbouwen van het advies wordt alleen gevraagd voorzover dit redelijkerwijs relevant is voor het advies. Kortom, bij schadeverzekeringen is deze verplichting heel gering en bij inkomensafhankelijke producten (hypotheek, lijfrente, aov) uitgebreider. De diverse commissies in het Platform Financiële Dienstverlening werken overigens aan een standaard voor de administratieve organisatie van en interne controles bij intermediairbedrijven.”
Opbouw van een dossier kan vrijwel geheel achterwege blijven als de financiële dienstverlener zich beperkt tot execution only: alleen bemiddeling bij verkoop en geen advies. “Er moet dan sprake zijn van zelfwerkzaamheid van de klant en voor hem moet duidelijk zijn dat er sprake is van verkoop zonder advies.” Volgens Groenemeijer komen inkomensafhankelijke verzekeringen niet in aanmerking voor execution only.
De vraag van een tussenpersoon of het dossier tevens geldt als juridisch bewijs wordt bevestigend beantwoord. Maar, onderstreept Groenemeijer, de klant heeft een eigen verantwoordelijkheid. “Het is wellicht een idee de verplichtingen van de klant, zoals het kennisnemen van polisvoorwaarden of een financiële bijsluiter – schriftelijk vast te leggen.”
Kosten
Wat het intermediair moet gaan betalen voor het toezicht is onderwerp van overleg in de commissie Transparantie en Zorgplicht. Niels Mourits schatte de kosten voor de kleinere kantoren eerder op zo’n e 300 à e 500 per jaar. Na het eerste overleg over de toezichtskosten kon commissielid Rob Groenemeijer nog geen duidelijkheid geven. “We zijn er nog lang niet uit. Zeker is wel dat de rekening voor het toezicht pas vanaf 2005 aan het intermediair zal worden gepresenteerd.”
Klein-zakelijk
Het conceptvoorstel voor de WFD was voor wat betreft verzekeringen oorspronkelijk alleen gericht op particulieren. In mei meldde AM (nr. 10, pag 1) dat het ministerie van Financiën ook zakelijke verzekeringen onder de wet wil laten vallen. Volgens Johan van der Schoot (Fortis ASR en Verbond van Verzekeraars) wordt dit in de definitieve wettekst alsnog ingeperkt tot ‘klein-zakelijk’.
Wat exact onder midden- en kleinbedrijf wordt verstaan, is nog onduidelijk. “De wet gaat heel nadrukkelijk uit van de bescherming van consumenten. Ze is dus niet bedoeld voor de Unilevers, Philipsen en Akzo’s van ons land. Aanvankelijk werd gedacht dat de hele zakelijke markt op verzekeringsgebied mondig genoeg is, maar voor bijvoorbeeld bakkers, slagers en schilders geldt dat niet.” Volgens Van der Schoot stoeit het ministerie van Financiën nog met de vraag waar de grens moet worden gelegd. “Er is wel eens gesproken over 250 medewerkers.”
Niels Mourits (NVA): “Er zal een nieuwe markt voor uitzendbureaus met financiële dienstverleners ontstaan”.
Rob Groenemeijer (NBVA): “Rekening van het toezicht pas vanaf 2005”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.