nieuws

‘Ik zeg geen ‘nee’ tegen een man’

Archief

Vrouwen moeten hun eigen broek ophouden. Dat is het motto van assurantietussenpersoon Marja de Bruijn uit Overveen, die vindt dat er nog steeds te veel vrouwen rondlopen die hun oudedagsvoorziening niet goed of zelfs helemaal niet, geregeld hebben. Is een vrouwelijke tussenpersoon op zich al een zeldzaamheid, het kantoor van De Bruijn richt zich ook nog eens voornamelijk op vrouwen. Maar liefst 90% van haar klanten is vrouw. “Maar ik zeg heus geen ‘nee’ tegen een man.”

Door Jeannette Beentjes
Eindelijk eens geen rijen bij de damestoiletten. Die gedachte heb je als vrouw op elke bijeenkomst voor tussenpersonen. Je komt er heel veel mannen in blauwe pakken tegen en slechts een handjevol vrouwen. De vrouw in verzekeringsland is nog lang geen gemeengoed. Assurantietussenpersoon Marja de Bruijn kan zich er nog steeds over verbazen. “Ik begrijp niet waarom er zo weinig vrouwen een assurantiekantoor beginnen. Het lijkt wel alsof vrouwen toch altijd weer die beroepen kiezen waar bar weinig te verdienen valt: de zorg, het onderwijs, noem maar op. En laten we wel wezen, er valt gewoon veel te verdienen in verzekeringen. Het gaat nu weliswaar wat minder, maar ik heb gouden jaren gehad.”
Thuis op bezoek
Marja de Bruijn keerde twaalf jaar geleden het onderwijs de rug toe en begon een eigen assurantiekantoor. Aan huis, want dat was wel zo makkelijk met haar twee kinderen. Bovendien was zij als ‘eigen baas’ minder gebonden aan vaste werktijden. “Mijn ene zoon heeft een zeldzame stofwisselingsziekte, waardoor hij vaak naar het ziekenhuis moet. In het onderwijs kun je gewoon niet zo makkelijk vrij nemen.”
De eerste jaren waren zwaar, weet De Bruijn nog. “Toen ik net begon, stond er een inspecteur van Tiel Utrecht op de stoep, een oudere man vlak voor zijn pensioen, die graag nog een keer een startende tussenpersoon wilde begeleiden. Aan hem heb ik veel steun gehad. Soms belde ik hem huilend op dat ik het niet meer zag zitten. Hij wist me dan weer op te peppen. Toen ik vijf jaar bestond, ontbrak hij uiteraard niet op het feestje.”
Dit persoonlijke contact is tekenend voor Marja de Bruijn, die ook voor haar klanten veel tijd vrij maakt. “De eerste keer ga ik altijd bij de klant op bezoek, meestal thuis. Dat vind ik leuk: gezellig met een kopje koffie erbij even kletsen. Op de een of andere manier kan ik me later dan veel beter een gezicht bij die klant herinneren, en dat vind ik heel belangrijk. Ik neem echt de tijd voor zo’n eerste gesprek, dat is bij de meeste tussenpersonen wel anders. Ik neem dan beslist nog geen aanvraagformulieren of iets dergelijks mee. Ik stuur ze vooraf wel een checklist met vragen over hun levens- en werksituatie. Op basis daarvan geef ik ze tijdens het gesprek advies.”
Van haar klanten hoort ze regelmatig dat mannelijke adviseurs wat dit betreft een heel andere aanpak hebben. “Ze vertellen me dat mannen meteen gaan praten over de producten, dat ze ze overladen met informatie, moeilijke woorden en dat ze meteen willen verkopen. Ik laat een klant altijd eerst zelf praten. Waarom heeft ze contact met me opgezocht? Wat was de aanleiding? Een advies en concreet praten over producten komt pas veel later.”
Opzij
Opmerkelijk is dat het klantenbestand van Marja de Bruijn voornamelijk uit vrouwen bestaat: maar liefst 90%. Dat is niet altijd zo geweest, vertelt De Bruijn. Ze steekt niet onder stoelen of banken dat de focus op vrouwen puur vanuit commercieel oogpunt is ontstaan en niet zo zeer vanuit een feministische inslag. “In eerste instantie richtte ik me niet speciaal op vrouwen. Maar na verloop van tijd merkte ik simpelweg dat er steeds meer vrouwen bij me aanklopten. Kennelijk bestond er een behoefte aan een advieskantoor voor vrouwen. Ik dacht toen: ik lijk wel gek als ik daar niks mee doe. Ik ben toen in dat gat gedoken en ben me specifiek op deze doelgroep gaan richten.”
Inmiddels profileert De Bruijn zich bewust als tussenpersoon gespecialiseerd in pensioenadvies voor vrouwen. Haar klantenbestand telt circa zeshonderd vrouwen en pakweg zestig mannen, meestal de partners. “Ik ben me dan weliswaar niet uit feministisch oogpunt op vrouwen gaan richten, ik heb natuurlijk wel een duidelijke visie op dit punt”, zegt ze snel. “Vrouwen moeten financieel hun zaakjes beter regelen. Er zijn er nog te veel die hun toekomst financieel niet zeker hebben gesteld. Zeker bij vrouwen die gescheiden zijn, of die kinderen hebben gekregen en weer intreden in het arbeidsproces, is de oudedagsvoorziening vaak niet goed geregeld. Ik roep dan altijd: Meiden, hou je eigen broek op!”
Om haar kantoor onder de aandacht te brengen, timmert De Bruijn flink aan de weg. In het feministische maandblad Opzij, maar ook in andere vrouwenbladen, adverteert ze regelmatig met teksten als: ‘Wil je later niet op een houtje bijten, dan moet je nú wat doen voor je pensioen’. Sinds januari heeft ze in Opzij zelfs een eigen rubriek, getiteld Slim met geld, waarin ze steeds ingaat op geldzaken en ook schrijft ze regelmatig in het seniorenblad Midi. “Ik vind dat erg leuk om te doen”, zegt ze enthousiast. “Na een jaar kijken we of we met de rubriek in Opzij doorgaan.”
Ook is ze als financieel adviseur verbonden aan de internetsite gelderbij.nl; een ludieke site voor vrouwen die wel wat extra geld kunnen gebruiken. Verder is De Bruijn zeer actief in het lezingencircuit. “Ik zit in allerlei vrouwennetwerken, bijvoorbeeld SVE, een club voor vrouwelijke ondernemers en de Federatie Zakenvrouwen. Ik word daardoor regelmatig uitgenodigd om lezingen te houden bij allerlei vrouwenclubs over het onderwerp ‘vrouwen en geld’: van een club voor lesbische vrouwen tot een vakbond voor vrouwen in de bouw. Laatst bijvoorbeeld nog bij de FNV. Kom ik het podium op, vlak na minister De Geus! Dat vind ik nou echt ontzettend leuk. De meeste nieuwe klanten hebben me ooit eens een lezing horen geven of ze komen op advies van een vriendin bij me. Ook ontmoet ik er veel mensen, en dat is soms ontzettend handig. Zo heb ik bijvoorbeeld een goed contact opgebouwd met Wilma de Bruijn van Avéro. Ja, grappig dat we dezelfde achternaam hebben. We zien elkaar te weinig, maar áls we elkaar zien, dan kletsen we en lachen we heel wat af, bijvoorbeeld over de mannenwereld waar we in werken Als ik bijvoorbeeld met mijn man naar een feestje van een verzekeraar ga, dan richt iedereen zich standaard eerst tot hem: ‘Waar is je kantoor gevestigd’? Als er een speciaal partnerprogramma is, dan heeft hij het overigens prima naar zijn zin. Zo heeft hij laatst gezellig met allemaal vrouwen gewinkeld in Maastricht!”
Dat er zo weinig vrouwen in de branche werken, vindt De Bruijn jammer, maar last heeft ze er niet van. “In tegendeel, het is soms wel makkelijk. Je moet het natuurlijk wel een beetje benutten”, zegt ze lachend. “Als ik als een van de weinige vrouwelijke tussenpersonen bij een NBVA-bijeenkomst ben, dan lopen er veel mannen rond die dat vrouwtje handige tips willen geven. Of je hoort nog eens wat, waar je je voordeel mee kan doen. Ach, je moet het spelletje gewoon een beetje slim meespelen.”
Schade de deur uit
Runde De Bruijn de eerste jaren een allround assurantiekantoor, drie jaar geleden besloot ze de schadeportefeuille de deur uit te doen. “Wil je een schadeportefeuille goed onderhouden, dan gaat daar ontzettend veel tijd in zitten. Je wordt dan heel veel gebeld en omdat ik veel op pad ben, is dat moeilijk. Ik wil niet tachtig uur per week moeten werken. Andere tussenpersonen doen dat wel, maar dat is hun keus. Ik had ook personeel aan kunnen nemen, maar dat heb ik bewust niet gedaan. Ik heb een tijdje hier stagiaires gehad – per slot van rekening kom ik uit het onderwijs – maar dat werkte ook niet. Mijn ervaring is dat mijn klanten mij toch persoonlijk willen spreken. Voor schadeverzekeringen verwijs ik door naar een collega-tussenpersoon en daar hebben mijn klanten geen moeite mee.”
Met hypotheken is De Bruijn net weer begonnen. Over de reden doet ze niet geheimzinnig: “De spoeling is wat dun geworden de laatste twee jaar. Maar ik mag wel zeggen dat ik gouden jaren heb gehad. In mijn topjaren had ik een provisie-inkomen van zo’n e 350.000 euro. Als eenmanszaak aan huis maak ik weinig kosten. slechts e 20.000, dus reken maar uit. Gelukkig heb ik goed geïnvesteerd, waardoor ik nu de magere jaren kan opvangen”.
Juist die lage kosten is volgens De Bruijn een belangrijke reden waarom haar kantoor, in tegenstelling tot veel kantoren die zich voornamelijk op levensverzekeringen richtten, nog bestaat. “Natuurlijk in het ‘rampjaar 2002’ heb ik ook er ook even aan gedacht het bijltje erbij neer te gooien. Door IB 2001 kreeg ik immers te maken met veel terugboekingen. De ‘hit-and-run-kantoren’ zijn in deze periode om die reden gesneuveld. Maar ik ben me gewoon blijven bezighouden met dat wat ik altijd al deed: goed advies geven.”
Geen last van saneringen
Op het gebied van levensverzekeringen werkt Marja de Bruijn met een beperkt aantal verzekeraars samen, voornamelijk AXA, De Goudse, Hooge Huys, Avéro en Delta Lloyd. “Wat ik heel belangrijk vind, is het contact met de accountmanager. Doet hij zijn werk goed en heb ik er een leuk contact mee, dan werk ik graag met zo’n maatschappij samen. Ik ben zelfs eens meegegaan met een accountmanager die van maatschappij wisselde. Nee, het maakt me dan echt niet uit of het een vrouw of man is, hoor. Ik denk dat mannelijke tussenpersonen een veel zakelijker contact met hun accountmanagers hebben. Ik stuur sommigen zelfs kaartjes met verjaardagen!”
Haar persoonlijke aanpak lijkt vruchten af te werpen. In tegenstelling tot veel kleine collega-tussenpersonen, zegt De Bruijn totaal geen last te hebben van de saneringen bij verzekeraars, die kleine kantoren min of meer de deur wijzen. Zo maakte Delta Lloyd, die er vorige maand duizend kleine tussenpersonen per brief ‘uitknikkerde’, voor het Overveense kantoor een uitzondering. “Je moet zorgen dat je opvalt, dan gooien ze je er niet uit”, klinkt het beslist. “Ik zou het ook niet pikken: ik ben toch ook hun klant! Ik wil gewoon een accountmanager houden, punt uit! Oké, ik kan het zakelijk wel begrijpen waarom verzekeraars saneren, maar in goede tijden hoor je niemand erover. Dan zijn de kleintjes wel goed genoeg. Dat is toch raar?”
De Bruijn ziet op korte termijn dan ook beslist nog geen noodzaak om de krachten te bundelen en zich aan te sluiten bij een inkooporganisatie of samen te gaan werken met andere tussenpersonen. “Ik werk het liefst alleen.”
Op de vraag of ze bij haar keuze voor een bepaalde verzekeraar ook kijkt naar de ‘vrouwvriendelijkheid’ van de producten, zegt ze: “Natuurlijk ben je altijd op zoek naar voordeeltjes voor vrouwen”. “Het is dat ik geen schadeverzekeringen meer doe, maar ik deed altijd veel met Zwolsche Algemeene, nu Allianz, die voor vrouwelijke autobestuurders een aantrekkelijk tarief hanteert. Tegenwoordig lijken alle producten erg op elkaar; er is niet echt één verzekeraar die er wat dit betreft uitspringt. Wel doe ik veel met De Goudse, omdat die als eerste in de arbeidsongeschiktheidsverzekering een zwangerschapsdekking opnam. En ik kijk welke verzekeraars aan groen beleggen doen, want dat vinden vrouwen belangrijk.”
“Verder doe ik veel met Delta Lloyd en Avéro, omdat die als een van de weinige verzekeraars een lijfrenteverzekering aanbieden met een garantieproduct erin. Daar hechten vrouwen aan: die gaan veel meer voor degelijkheid en minder voor rendement. Vrouwen zijn nu eenmaal veel voorzichtiger dan mannen en ze hebben soms zelfs de neiging om zich voor alles te willen verzekeren: daar waarschuw ik ze dan voor.”
De Bruijn zegt geen ideeën te hebben om als gespecialiseerde tussenpersoon met een eigen-labelproduct voor vrouwen te komen. “Ik kan in de markt prima vinden wat ik nodig heb voor mijn klanten.” Opvallend is dat het kleine assurantiekantoor wel in gesprek is met een verzekeraar over de ontwikkeling van een nieuw product. Veel wil ze er niet over kwijt, alleen dat het zou gaan om een product dat het mogelijk maakt dat ouderen langer thuis blijven wonen. “Ik heb het idee samen met een kennis op eigen initiatief aan de directie – nee, ik zeg niet welke maatschappij – voorgelegd en we zijn erover aan het praten. Dat is natuurlijk erg spannend.”
Politiek actief
Begin dit jaar hebben De Goudse en Winterthur als een van de eerste maatschappijen sekseneutrale tarieven ingevoerd voor hun pensioenverzekeringen. Het kabinet heeft inmiddels bekendgemaakt tegen een landelijke invoering van sekseneutrale tarieven of sterftetafels te zijn, maar op Europees niveau speelt deze discussie nog steeds. Een Europees besluit kan nadelig uitpakken voor een kantoor dat zich voornamelijk richt op vrouwen; de meestal gunstigere vrouwentarieven zijn dan immers verleden tijd. De Bruijn kan zich er niet echt druk om maken. “Ik geloof niet dat het echt nadelig zal zijn. Het is halen en brengen: je kunt de voor- en nadelen tegen elkaar wegstrepen. De ene periode loopt de man meer risico, de andere de vrouw. Ach, het zal niet zo’n vaart lopen.”
Waar De Bruijn zich duidelijk wél over op kan winden, zelfs een jaar later nog, is het gebrek aan aandacht voor de nadelige gevolgen voor vrouwen van de afschaffing van de basisaftrek voor lijfrente. “Het hebben van een pensioentekort is niet voldoende. Het moet ook aangetoond kunnen worden, pas dan kan er nog iets in de lijfrentesfeer gedaan worden. En dat is nu juist het probleem bij veel vrouwen, bijvoorbeeld bij herintreders zonder inkomen in het verleden, of vrouwen die een eigen zaak hebben gehad, geen geld hadden om iets aan hun pensioen te doen en nu in loondienst met een pensioenfonds komen. Zij hebben met de reserveringsaftrek van zeven jaar geen mogelijkheid meer om het pensioentekort in te halen.”
Waar De Bruijn zich vooral kwaad om heeft gemaakt, is dat er bij de kabinetsplannen vorig jaar vanuit de verzekeraars geen enkele lobby richting Den Haag op gang kwam. “Het Verbond deed werkelijk niets: er werd totaal geen tegengas gegeven! Ik heb me toen echt in de politiek gestort en ben gaan mailen met diverse Tweede-Kamerleden en zelfs met Gerrit Zalm en Annemarie Jorritsma. Eric Fisher van het Verbond heb ik ook gemaild, want die ken ik omdat hij op mijn verzoek een keer een lezing voor het vrouwennetwerk heeft gehouden”, aldus De Bruijn, die ondertussen een compleet dossier van haar correspondentie op tafel legt.
De Bruijn besloot de kwestie ook aan te kaarten bij de NBVA. “Daarna werd er ineens een vergadering belegd met Eric Fisher, Hans Kadiks en Frits de Leeuw van het Verbond, de NBVA én Marja de Bruijn uit Overveen. Dat was wel heel bijzonder, dat ik als kleine tussenpersoon ineens met al die belangrijke kerels aan tafel zat. Ik ben toen namens de NBVA zelfs nog op de televisie geweest bij het Verzekeringsmagazine van RTLZ.”
Teleurgesteld meldt De Bruijn dat alle inspanningen niets hebben uitgehaald. “Inhoudelijk gingen de politici er nauwelijks op in. Ik blijf het vreemd vinden: aan de ene kant wil de overheid dat iedereen pensioenbewuster wordt en aan de andere kant ontmoedigen ze dit door de afschaffing van de basisaftrek en de invoering van ingewikkelde berekeningen van de jaarruimte! Maar ik heb veel van deze ervaringen in de politiek geleerd. Ik zou er zo weer tijd in steken.”
Marja de Bruijn (46) werd na de lerarenopleiding aan de VU in Amsterdam, docent textiele werkvormen, tekenen en kunstgeschiedenis aan een middelbare school in Alkmaar. Na tien jaar, in 1991, hield ze het voor gezien en begon in haar huis in Overveen een eigen assurantiekantoor. De Bruijn richt zich voornamelijk op pensioenverzekeringen voor vrouwen en komt ‘graag bij de mensen thuis’. “Ik vind het heerlijk om er in mijn MG met open dak naar toe te rijden, lekker relaxed.” De Bruijn is actief in verschillende vrouwennetwerken en schrijft sinds kort rubrieken in het maandblad Opzij en is verbonden aan de financiële rubriek van het tijdschrift Midi.
Marja de Bruijn: “Ik zou het niet pikken als een verzekeraar me eruit gooit. In goede tijden zijn de kleintjes wel goed genoeg!”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.