nieuws

‘Ik zal het wel niet begrijpen’

Archief

De uitleg over het netto/bruto rendement in het artikel “De assurantie-adviseur wil het niet begrijpen” in Assurantie Magazine nr 12 van 16 juni jl. kan ik volledig onderschrijven. Op deze manier probeer ik al jaren offertes te vergelijken en ik heb over dit onderwerp speciaal een folder gemaakt die te gebruiken is door tussenpersonen. In het artikel kwamen ook een aantal opmerkingen naar voren waar ik wat moeite mee heb.

Ik vind het uitermate curieus dat de heer Hagenaars het voorstel van de heer Valkenburg afwijst om als alternatief de maatschappij een netto rendement te laten offreren, maar ook de inhouding te vermelden. Hij wijst dit af omdat dit mensen op een verkeerd been kan zetten.
Als hij echter kijkt naar zijn Royal universal life- produkt, dan zal hij zien dat Royal in haar offertes juist een netto rendement vermeld. Iets wat dus volgens de heer Hagenaars niet moet, maar door zijn eigen maatschappij wel gedaan wordt. Dit ondanks het feit dat Royal er steeds op hamert, dat alle maatschappijen verplicht zouden moeten worden om offertes te baseren op het bruto rendement.
Verder blijft hij zich met zijn universal life-systeem vasthoudend afzetten tegen traditionele verzekeraars omdat zij de mogelijkheid hebben om in jaren dat het hen zelf uitkomt, een groot deel van het beleggingsrendement voor zichzelf te houden.
Dit is natuurlijk onzin. Een groot aantal verzekeraars werkt bijvoorbeeld met het T-rendement (contractuele overrente-deling COD), waardoor dit niet mogelijk is! Dan kan Royal beter de hand in eigen boezem steken en kijken naar het Royal garantiefonds. Daar wordt niet het T-rendement doorgegeven, maar een T-rendement van de laatste 12 maanden. Het T-rendement van 1994 was 6,55%. Royal heeft 1% inhouding, dus je mag verwachten dat het netto (doorgegeven) rendement in het garantiefonds 5,55% zou zijn. Dit blijkt echter 5,1% te zijn voor het 5% garantiefonds en 5,2% voor het 4,75% garantiefonds.
Tenslotte zegt de heer Hagenaars dat bij universal life de kosten vooraf vastliggen en er dus niet valt te sjoemelen. Ik vermoed dat hij zich vergiste met traditionele verzekeringen. Juist bij universal life is het mogelijk de kosten aan te passen tijdens de looptijd van een verzekering en bij traditionele verzekeringen niet.
Ik citeer daarom twee passages over universal life uit het jaarverslag 1994 van AXA Equity & Law.
“Doordat toe te rekenen kosten periodiek kunnen worden aangepast, worden hiervoor geen veiligheidsmarges gehanteerd, zodat verzekerden niet al vantevoren extra betalen voor eventuele toekomstige kostenstijgingen”.
De klant weet bij traditionele verzekeraars wel waar hij aan toe is en de praktijk wijst uit dat verzekeraars de kostenstijgingen (te) laag inschatten. Verder kan het geprognosticeerde rendement van een verzekering die op basis van een universal life-systeem is verstrekt, wel eens niet uitkomen als de kosten gedurende de looptijd van de verzekering aangepast (moeten) worden. Het kan de maatschappij, die het produkt voert, lui maken en niet erg kostenbewust. Vallen enige jaren de kosten van de maatschappij wat al te hoog uit, dan is de klant degene die het betaalt.
“Interessante aspecten zijn onder andere snelle aanpassingsmogelijkheden van kostenniveaus en grondslagen (zoals bijvoorbeeld sterftetafels) en het ontbreken van langjarig gegarandeerde tariefsonderdelen”.
L.L. Lievers,
pensioenadviseur Winterthur (een maatschappij die wèl werkt met een bruto rendement)
Uit een recente offerte van Royal

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.