nieuws

Huzarenstukjes in het Verbondsgebouw

Archief

In menig opzicht was 1997 een turbulent jaar. Diverse gebeurtenissen vroegen meer dan gemiddelde aandacht van verzekeraars. Een vooraanstaande rol daarbij was weggelegd voor marktleider Nationale-Nederlanden. Op de drempel van 1998 een terugblik met Durk Brands, bestuursvoorzitter NN en bestuurslid ING Nederland. Ondanks een drukke agenda (tachtig tot negentig uur per week is ingevuld voor ING) kon tijd worden ingeruimd voor een bezinning thuis bij de open haard over de Wabb, Assuron, het debacle met GS Verzekeringen, de code Rendement en Risico, het fiasco met Interactiebank, en de positie van het Verbond van Verzekeraars. Kortom: Brands’ punten van 1997.

door Wim Abrahamse
Zonder enige overdrijving mag worden gesteld, dat de voorgenomen wijziging van de Wabb de gemoederen van vriend en vijand heeft beheerst in het afgelopen jaar. Vanaf de presentatie tot op de huidige dag was de Wabb geregeld in het nieuws, niet alleen dankzij de Haagse politiek, maar zeker ook door de nimmer aflatende lobby van de bedrijfstak zelf. En, naar het zich nu laat aanzien, met het vurig gewenste succes: de Wabb zal straks, als alle politieke koppen zijn geteld, op hoofdpunten volledig in tact blijven. Toch tempert Durk Brands de euforie. “Het is te vroeg om te juichen. Met name Financiën zet de hakken in het zand en zal niet snel geneigd zijn het wetsvoorstel, een joint venture tussen Wijers (EZ) en Zalm (Financiën), terug te nemen. Dat neemt niet weg, dat ik ontzettend blij ben met de nieuwe inzichten. Zelfs D66 heeft in haar eerste uitlatingen wat twijfel laten doorklinken. Het dossier ligt nu bij de Vaste Kamercommissie voor Financiën die een enorme hoeveelheid vragen te verwerken heeft gekregen. Met name de VVD heeft een aantal uitermate sterke vragen gesteld waaraan de ambtenaren hun handen vol hebben. Maar om nu al te zeggen dat wij tevreden zijn met het resultaat? Dat zijn we pas als de Tweede Kamer in meerderheid het wetsvoorstel van tafel haalt, en zover is het nog niet.”
Verdraaid goed gedaan
“Terugkijkend durf ik wel te concluderen dat het Verbond van Verzekeraars zijn werk verdraaid goed heeft gedaan. Het heeft voortvarend en zeer effectief gesproken met alle belanghebbenden. De eendrachtige samenwerking met de standsorganisaties NVA en NBvA, en niet te vergeten de inbreng van de Verzekeringskamer, maakte dat er één gezicht kon worden getoond naar de politiek. Om het anders te formuleren: er is gezorgd voor een zo groot mogelijk maatschappelijk draagvlak tegen de stapsgewijze afschaffing van onderdelen van de Wabb. Dat is ons belangrijkste argument steeds geweest: je kunt niet, een salami-tactiek volgend, een belangrijk stuk van het fundament weghalen en het bouwwerk overeind houden. De Wabb moet als één geheel worden gezien. Wat mij nog het meest verbaast, is dit: de Wabb is er gekomen omdat tussenpersonen destijds werden afgeschilderd als hardsellers, als colporteurs, Maar dat argument wordt nu, veertig jaar later, weer net zo makkelijk teruggenomen door de wetgever. Het is gek dat de Tweede Kamer dáár niet op inspringt.”
Maar in 1952 had de wet een beschermende functie. Vandaag de dag is de consument toch veel mondiger en deskundiger?
“Er is slechts een gradueel verschil tussen de consument uit de jaren vijftig en die van vandaag. Waaraan nog wel eens wordt voorbijgegaan is dat verzekerden een langjarige verplichting aangaan. Iemand van 35 jaar die een pensioenverzekering sluit, 25 jaar premie betaalt en vervolgens tot zijn 90e elke maand een uitkering ontvangt, is 55 jaar aan een maatschappij verbonden. Dat betekent, dat je weloverwogen een keuze moet maken voor een maatschappij die betrouwbaar is, en je niet moet laten verleiden door cadeautjes. Sommige consumenten zijn inderdaad zo naïef. Veel mensen zijn toch ook in zee gegaan met Vie d’Or, waarvan de nasleep nu nog breedvoerig wordt besproken. Verder was in de jaren vijftig de maatschappij beduidend anders. Toen was de sociale heilstaat in opbouw, nu hebben we weer een maatschappij waarin we meer voor onszelf moeten zorgen, meer moeten uitzoeken, en dus in toenemende mate advies nodig hebben. In die zin is er nog steeds bescherming nodig van hen die adviezen uitbrengen en ontvangen, zodat de markt transparant blijft. Wat verder wel eens wordt vergeten, is dat afschaffing van het provisie-afstandsverbod leidt tot praktische problemen. Bijvoorbeeld: welke premie zet ik op de polis, wat moet iemand betalen als ik als verzekeraar niet weet wat de tussenpersoon heeft ‘weggegeven’, waar wordt assurantiebelasting over gerekend, is dat het bedrag voor of na het geven van retourprovisie? Dit zijn dingen waarover de politiek zich niet opwindt, maar die wél moeilijkheden opleveren.”
Over opwinding gesproken, de uitspraken van Interpolis-topman Jan Vullings schoten in het verkeerde keelgat van het Verbond. Is daarmee ook een bres geschoten in de eensgezinde opstelling van de aangesloten verzekeraars?
“Bij een belangrijk dossier als de Wabb was het erg moeilijk om iedereen voor de kar te krijgen. Toch was afgesproken, dus ook met Interpolis, dat naar buiten toe eensgezind zou worden opgetreden. Vullings mag zijn eigen mening hebben. Dat recht heeft elke Nederlander. Hij heeft alleen niet overzien dat informatie in een intern blad feitelijk op straat ligt. Ik kan me dat best voorstellen. Sommige verzekeraars waren wat opgewonden daarover, maar niemand in het Verbond heeft nu nog hard feelings daarover. Overigens, elke stemmingmakerij tussen de distributiekanalen is volstrekt achterhaald. Echte direct-writers zijn er niet meer, alleen nog hybride vormen. Het is de bevestiging dat verzekeraars het niet langer kunnen redden met één verkoopkanaal.”
Assuron: doodgeboren kindje
Tegen deze achtergrond is Brands ervan overtuigd dat de onderlinge Assuron, een initiatief van MKB Nederland, geen lang leven beschoren zal zijn. Zonder de advieskracht van het intermediair heeft deze onderlinge volgens hem niets te zoeken in de Pemba-markt. “Het is tamelijk onlogisch als je kijkt naar de marktontwikkelingen. Die zijn tegendraads. Als NN hebben we joint-ventures kunnen aangaan met het SFB, Metaalnijverheid, en Grafische Pensioenfondsen, omdat de een na de ander tot de conclusie is gekomen: zonder advieskracht red ik het eigenlijk niet. Neem Apollonia dat is overgenomen van het pensioenfonds van de Maatschappij voor Tandheelkunde en de Artsen-Onderlinge waarmee we in gesprek zijn; deze bedrijven stellen zich open voor het intermediair. Waarom? Omdat zulke bedrijven niet meer groeien als niet ook de advieskracht van de tussenpersoon erbij wordt betrokken. Assuron doet evenwel precies het tegenovergestelde. Ik denk, dat het niets wordt, omdat je niet kunt zitten afwachten totdat een lid zich meldt. Nee, Assuron zal een doodgeboren kindje zijn.”
MKB Nederland vond Assuron nodig. Had de oprichting niet kunnen worden voorkomen als verzekeraars sneller hun Pemba-producten hadden uitgeleverd?
“Laten we even terug gaan in de tijd, dus nog voor oprichting van Assuron. Op 14 mei van dit jaar heeft NN al een offerte voor een premiestabiliteitspolis bij MKB Nederland neergelegd. Het verhaal dat er dus niets beschikbaar was, klopt gewoon niet. Dat element is er later met de haren bijgesleept. Ik kan begrijpen dat de NVA zei: ‘dit kan niet, dit is belangenverstrengeling en directe concurrentie van onze leden’. Onder het mantelcontract van De Amersfoortse, Delta Lloyd, Interpolis en NN, waarover deze week is beslist, kan elke tussenpersoon offreren. Als NN zijn we trouwens niet afwachtend. We hebben erg veel tijd gestoken in voorlichting, onder meer in 29 workshops voor zevenhonderd tussenpersonen, software en DM-materiaal. Inmiddels zijn ruim vierduizend offertes uitgebracht. Het zal echter nooit een booming-markt worden zoals de ziekteverzuimverzekering waarin ook het nodige is misgegaan. Overigens, een voorspelbare ontwikkeling als onze premies tot 60% of 70% worden onderboden. Dat is toch vragen om moeilijkheden.”
De verwachting is dat uiteindelijk slechts weinig bedrijven uit het publieke stelsel zullen stappen. Deelt u die mening?
“Op langere termijn kan dat best nog meevallen, vooropgesteld dat er successen zijn. Eerst moeten een paar grote bedrijven als successtory in de publiciteit komen, en dan zullen er meer volgen. De overheid helpt zelf niet erg mee. Als ING proberen we ook eigen-risicodrager te worden, maar als je ziet welke financiële garanties er moeten worden gegeven. Dat is gewoon onredelijk. Het Verbond is in gesprek met staatssecretaris De Grave (Sociale Zaken) over de vraag of dit echt de bedoeling is. We snappen dat er een grote zak geld moet zijn waaruit arbeidsongeschikte werknemers kunnen worden doorbetaald als het bedrijf failliet gaat, maar om een miljardenbedrag te moeten reserveren, gaat toch te ver.”
GS: smet op blazoen
Een nieuwe smet op het blazoen van de bedrijfstak is de affaire rond het Nijmeegse volmachtbedrijf GS Verzekeringen en zijn Belgische risicodrager AGF/De Schelde, vindt Brands.
Hij vindt het hoogst opmerkelijk dat – na het debacle met Vie d’Or – een nieuwe stuntende aanbieder als GS Verzekeringen zo snel premievolume heeft opgebouwd. “Dat heeft mij verbaasd. Er is dus weinig geleerd van Vie d’Or, of veel vergeten, dat is erg jammer.”
Dat vele honderden automobilisten nu nog zoekende zijn naar een nieuwe risicodrager nadat zij van hun tussenpersoon of de Rijksdienst voor het Wegverkeer hebben moeten horen onverzekerd rond te rijden, noemt hij “bijzonder slecht” en een gevolg van de open Europese markt. “Het is een uitermate vervelend fenomeen dat buitenlandse risicodragers die in ons land werken niet onder toezicht staan van onze Verzekeringskamer. Het toont aan, dat de Nederlandse markt meer en meer afhankelijk wordt van het toezicht in de andere lidstaten. In het licht van de Europese regelgeving zou het toezicht zich ook moeten richten op de wijze waarop de verzekeraar als volmachtgever zijn contracten heeft geregeld met de volmachtnemer.”
NN heeft zestig volmachten verstrekt die in totaal een premiestroom van f 150 mln per jaar genereren. Hoe wordt op deze volmachten toezicht gehouden?
“Onze afdeling volmachtbeheer bezoekt samen met de interne accountantsdienst frequent gevolmachtigden en trekt daar a-select dossiers om te kijken of afgesproken acceptatieregels over premies en voorwaarden worden nageleefd. Dat gaat in goed overleg met tussenpersonen. Zij weten dat dit kan gebeuren; daarvoor hebben zij getekend. Zeker in een markt waarin grote vraag naar volmachten bestaat, mede door de systeempakketten die de administratie sterk vereenvoudigen, is het stellen van stringente voorwaarden aan acceptatie, premiestelling, volume, boekenonderzoek, en een strikte scheiding tussen de acceptatie en de schadebehandeling nodig.”
In een schadeverzekeringsmarkt waarin de premiegroei vrijwel nul is, kijken maatschappijen scherper naar hun marktaandeel en zijn daardoor makkelijker te verleiden tot het doen van zaken met tussenpersonen die zich volgens Brands “niet hebben bewezen in de markt”. “Dat zal wel zo blijven, al praten we als bestuur van de Verbondssector Schade over dit soort ontwikkelingen en pogen we elkaars hand vast te houden. Een manco is, dat er geen registratiesysteem bestaat voor frauduleuze tussenpersonen. Zo’n zwarte lijst bestaat er wel voor verzekerden, maar niet voor het intermediair. Het is er nooit van gekomen. Een aanzet zou kunnen zijn dat we als branchegenoten een meldingsplicht aan elkaar krijgen. Dat is het in belang van de gehele bedrijfstak. Overigens, hebben we het gevoel dat het nog steeds om incidenten gaat.”
Interactiebank: een fiasco
Het fiasco met Interactiebank, de bank voor en door tussenpersonen, heeft Brands niet verrast. Het plan van voormalig Zürich-topman Bob Mos en makelaar Jaap Schouten – toch niet de eerste de besten in de markt – was volgens hem gedoemd om te mislukken.
“Als ING-man weet ik hoe moeilijk en verschrikkelijk kostbaar het is om een betalingssysteem op te zetten dat kan concurreren met de grootbanken. Van begin af aan had ik mijn twijfels over de kans van slagen. In elk geval zou er dan meer geld dan het startkapitaal van f 12 mln op tafel hebben moeten komen, want met dat bedrag is het absoluut onmogelijk om iets te doen. Voor het opzetten van een goed betalingssysteem moet je eerder denken aan een bedrag van honderden miljoenen.”
Was het een terecht initiatief?
“De argumentatie voor oprichting van Interactiebank was ronduit teleurstellend. De banken zouden gebruik maken van betalingsgegevens van tussenpersonen om zo werving te plegen onder hun klanten. Dat is absoluut niet het geval. Dat weet ik uit eigen ervaring. De actie was ingegeven door angst en wantrouwen jegens banken, en angst is nog steeds een slechte raadgever. Ik zie liever dat het intermediair de kansen grijpt die er zijn, en niet blijft verzanden in discussies over bedreigingen. Het intermediair doet volop zaken met banken. De helft van de hypotheekproductie van de Postbank komt binnen via tussenpersonen. En laten we ons goed realiseren dat niemand het monopolie op de klant heeft. Het is een illusie om dat te denken, want de helft van alle consumenten zweeft boven de markt, is altijd op zoek naar een andere bemiddelaar of verzekeraar. Om problemen te voorkomen, hanteren onze banken richtlijnen in hun relatie met het intermediair.”
Rendementscode: leren van fouten
Een veelbesproken initiatief van het Verbond was dit jaar de introductie van de code Rendement en Risico, die van meet af aan stevige kritiek oogstte. De te verwachten verbetering van de code heeft veel voeten in de aarde gehad, aldus Brands. “Als NN hebben we ons steentje bijgedragen in het sectorbestuur Leven om te zorgen dat er een betere code komt. Het vraagt veel tijd en nog meer tact om alle schapen in één hok te krijgen. Vaak is daarvoor druk van buiten nodig, zoals van de Consumentenbond en de politiek, die dreigde met ingrijpen. De buitenwereld onderschat wel eens welke huzarenstukjes er in het Verbondsgebouw worden verricht. Het is hetzelfde als distributeurs van VW, Lancia en Mercedes op één lijn te krijgen. Gelukkig is de bedrijfstak nu redelijk eensgezind over de noodzaak van een vernieuwde code. We moeten durven leren van onze fouten. Het consumentenonderzoek heeft aangetoond dat de meeste pijn zit in de gebrekkige communicatie, en minder in de vraag of het juiste rendementspercentage wordt opgegeven. Ik sluit niet uit dat begin volgend jaar de vernieuwde code er is.”
Wat moet er dan volgens de verbeterde rendementscode duidelijker worden gecommuniceerd naar de klant?
“Als levensverzekeraars verplichten we ons duidelijk tegen de klant te zeggen: denk erom, dit is een verzekering én geen spaarproduct voor de korte termijn. Behaalde rendementen in het verleden zijn absoluut geen maatstaf voor de toekomst. Als deze elementen er helder en duidelijk uitspringen in onze brochures, doet het er eigenlijk niet zo veel meer toe of dat rendementspercentage nu 12, 10, of 9 is. Als de consument maar begrijpt waarover het gaat. Om die helderheid te kunnen geven, zijn eenduidige criteria onmisbaar. Daarover lopen nu nog gesprekken.”
“Een andere verbetering is dat verzekeraars willen overgaan tot publicatie van de afkoopwaarde over de eerste vijf jaar in offertes en nieuwe polissen. Op die manier willen we bijdragen tot een beter inzicht bij de consument op dit punt. Die publicatieplicht willen we in de loop van volgend jaar introduceren.”
Verbond: een metamorfose
De velerlei ontwikkelingen in de bedrijfstak hebben het afgelopen jaar veel gevergd van het Verbond van Verzekeraars. De effectiviteit van deze organisatie is, wat Brands betreft, sterk verbeterd. En dat is voor een maatschappij die een vijfde van alle kosten van het Verbond voor haar rekening neemt, geen onprettige constatering, zegt Brands. “Voor al dat geld zijn niet altijd de juiste prestaties geleverd. Zeker in het recente verleden was NN bepaald niet tevreden met het totale functioneren van het Verbond. Nu evenwel heeft de organisatie een ware metamorfose ondergaan. De begroting is teruggebracht met twintig procent en het personeelsbestand is sterk gereduceerd door onder meer outsourcing van taken. Als NN zijn we nu uitermate tevreden. De zaken worden veel adequater aangepakt.”
Een andere steunpilaar van het Verbond is Aegon. Wat vindt u van het marktgedrag van deze maatschappij?
“Aegon is binnen het Verbond een betrouwbare partner met een grote inbreng in commissies en activiteiten. De maatschappij wijkt wel eens af van dogma’s, maar doet alles met een open vizier. Ze maakt zich niet schuldig aan premiebederf of marktverstorende zaken. Ik heb best bewondering voor maatschappijen die een eigen weg gaan. Aegon durft met haar intermediairbedrijven zich soms rechtstreeks tot de klant te wenden, een keuze die zij, naar ik aanneem, weloverwogen maakt. NN werkt uitsluitend met het intermediair; dat is natuurlijk ook een gegeven gezien de distributiefilosofie van ING Groep.”
Durk Brands (55) trad in 1967 in dienst van RVS te Rotterdam en bekleedde daar diverse functies binnen het schadebedrijf. In 1979 werd hij directielid. Vijf jaar later werd hij tevens directeur van De Zeven Provinciën, die later integreerde in de Residentie Assurantie Maatschappij. Brands werd voorzitter van het schadebedrijf van Nationale-Nederlanden in 1989. Drie jaar daarna werd hij lid van de hoofddirectie van NN en in 1993 bestuurslid van ING Nederland.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.