nieuws

Hoge Raad accepteert premiekoopsommethode

Archief

De Hoge Raad heeft in een recent arrest de zogenoemde ‘premiekoopsommethode’ geaccepteerd als toegestane methode voor pensioenopbouw in eigen beheer. Na intensieve en lange procedures lijkt nu het einde in zicht van de discussie over de hoogte van de pensioendotaties en pensioenvoorzieningen in eigen beheer. De enige methode waarover men nog niet is uitgeprocedeerd, is de ‘premie bij indiensttredingsmethode’. Verder gaat Alfred Lagendijk in op de aanstaande wijzigingen in de successiewetgeving.

door Alfred Lagendijk
Na afschaffing van de lineaire methode in 1995, door invoering van artikel 9b in de Wet op de vennootschapsbelasting (Vpb), is een onderneming verplicht om zijn pensioenverplichtingen te waarderen conform een actuariële methode die in overeenstemming is met goedkoopmansgebruik. Dit geldt overigens voor alle pensioenverplichtingen die op een balans van een onderneming worden opgenomen. De discussie met de belastingdienst spitst zich toe op de pensioenvoorziening in eigen beheer van de directeur-grootaandeelhouder.
In de praktijk zijn drie methoden gangbaar: de koopsommethode, premiekoopsommethode en de premie bij indiensttredingsmethode. Hieronder volgt een korte beschouwing over de drie methoden, zonder een bespreking van de ingewikkelde actuariële details.
Drie methoden
De koopsommethode berekent de koopsom die nodig is ter financiering van het opgebouwde recht aan ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen.
De premie bij indiensttredingsmethode berekent bij aanvang van de pensioenregeling het te bereiken pensioenrecht op basis van het salaris op het moment van indiensttreding. Aan het te bereiken pensioenrecht wordt een doelvermogen gekoppeld. Om dit doelvermogen te bereiken wordt een vaste premie berekend die elk jaar aan de pensioenverplichting wordt toegevoegd. Bij salarisverhoging wordt een nieuw doelvermogen vastgesteld en daaraan wordt een nieuwe premie gekoppeld. Deze premie wordt geacht over de hele looptijd betaald te zijn. De backservice bestaat dan uit het verschil van de premies die in de afgelopen jaren werkelijk betaald zijn en de premies die betaald zouden moeten zijn als dat nieuwe doelvermogen van meet af aan zou hebben gegolden.
Bij de premiekoopsommethode wordt op dezelfde wijze te werk gegaan, met dit verschil dat bij een salarisverhoging de backservice nu berekend wordt op de koopsom die nodig is voor het in te kopen recht.
De premie bij indiensttredingsmethode heeft de hoogste vpb-lasten, biedt het meest gunstige resultaat en wordt het zwaarst bevochten door de belastingdienst. De koopsommethode kent geen voorfinanciering van welke aard dan ook, biedt het minst gunstige resultaat en is altijd toegestaan. De premiekoopsommethode zit er qua resultaat tussenin en is nu dus goedgekeurd in het laatste arrest van de Hoge Raad. In de berekeningsmethodiek van de meeste adviesbureaus wordt de premie bij indiensttredingsmethodiek gehanteerd. Hierover is ook een zaak bij de Hoge Raad aanhangig. De uitspraak hierin wordt doorslaggevend.
Successiewet
Het Belastingplan 2002 is afgelopen maand bekend geworden, waarin een omvangrijk pakket van belastingveranderingen is aangekondigd. Ik ga in op een essentieel punt voor de verzekeringsbedrijfstak, namelijk de vrijstelling in de Successiewet voor ongehuwde partners en echtgenoten, die van elkaar erven.
Toch nog toe is de vrijstelling gemaximeerd geweest tot bijna ( 600.000 voor echtgenoten. Voor ongehuwde partners loopt de vrijstelling op naarmate men langer samenwoont. Dit lijkt heel wat, maar hierop dient wel in mindering te worden gebracht de waarde van de aanspraken op nabestaandenpensioen en nabestaandenlijfrente, die overigens zelf zijn vrijgesteld van successierecht. Neem verder in ogenschouw dat veel mensen een behoorlijke overwaarde in hun huis hebben, en er blijft niet veel meer van de vrijstelling over.
Onbeperkte vrijstelling
In het belastingplan 2002 wordt een onbeperkte vrijstelling van successierecht voorgesteld voor gehuwde en ongehuwde partners. Onder de ongehuwd samenwonende wordt verstaan de persoon die tot het tijdstip van het overlijden of de schenking samen met de erflater of schenker een als duurzaam bedoelde gemeenschappelijke huishouding heeft gevoerd. Deze huishouding moet in geval van overlijden reeds zes maanden hebben geduurd en in geval van schenking reeds twee jaar, waarbij slechts in aanmerking wordt genomen een periode na het bereiken van de 18-jarige leeftijd. Als criteria voor het voeren van een gemeenschappelijke huishouding geldt dat de verkrijger en de erflater/schenker volgens de basisadministratie persoonsgegevens (of een daarmee naar aard en strekking overeenkomende administratie buiten Nederland) op hetzelfde woonadres staan ingeschreven en een wederzijdse zorgverplichting zijn aangegaan, vastgelegd in een notarieel samenlevingscontract.
De motivering van de vrijstelling is dat er voor wat betreft ongehuwd samenwonenden sprake dient te zijn van een samenlevingsvorm die in termen van duurzaamheid en onderlinge zorgplicht naar maatschappelijke opvattingen gelijkwaardig is met het huwelijk en het geregistreerde partnerschap. Op zich is de voorwaarde van een notarieel samenlevingscontract zwaar, doch duidelijk. De fiscale voorwaarden van de Wet op de loonbelasting om in aanmerking te komen voor een nabestaandenpensioen zijn beslist minder zwaar, maar kennen wel dezelfde motivering.
Geen vrijstelling
Onder partner worden niet verstaan bloedverwanten in de rechte lijn van de erflater/schenker, én verkrijgers die gedurende de laatste vijf kalenderjaren voorafgaand aan het kalenderjaar van overlijden/schenking, zich hadden kunnen kwalificeren als partner voor de heffing van de inkomstenbelasting van de erflater/schenker, doch zulks hebben nagelaten.
Dit laatste is een stevige adder onder het gras. Voor de meeste mensen hoeft dit geen onoverkomelijk bezwaar op te leveren. Er kan wel een heel andere motivering dan verzorging van de partner ten grondslag liggen aan het al dan niet aanvragen van het fiscaal partnerschap. Hiermee wordt geen rekening gehouden. Daarnaast is het zo dat ik hiervoor geen overgangsrecht heb kunnen ontdekken.
Als de nu voorgelegde voorstellen ongewijzigd worden ingevoerd, betekent dit dat mensen die per 1 januari aanstaande vijf jaar samenwonen en geen fiscaal partnerschap voor de inkomstenbelasting hebben gevraagd, bij overlijden de vrijstelling voor successierecht mislopen. Daarnaast zullen ze ook geen vrijstelling voor nabestaandenpensioen en nabestaandenlijfrente krijgen, omdat deze met de invoering van de algehele successievrijstelling komt te vervallen. Contact met de belastingdienst en aanvragen van fiscaal partnerschap lijkt me in veel gevallen geboden.
Tot slot nog dit: de wetgever houdt niet van communes of soortgelijke samenlevingsvormen. Want er kan slechts één persoon als partner gezien worden.
Pensioenen & Verzekeringen van PriceWaterhouseCoopers.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.