nieuws

Het overgangsrecht voor de kapitaalverzekering

Archief

Het Wetsvoorstel inkomstenbelasting 2001 is goedgekeurd door de Tweede Kamer en ligt nu bij de Eerste Kamer. De Kamerbehandeling heeft voor bestaande kapitaalverzekeringen geleid tot een gecompliceerd overgangsrecht. In deze editie de ‘gewone’ kapitaalverzekering; over een maand de kapitaalverzekering eigen woning.

Door mr. Alfred Lagendijk en mr. Mechteld Hendriks
Onder het huidige recht zijn kapitaalverzekeringen vrijgesteld van inkomstenbelasting, mits is voldaan aan bepaalde voorwaarden met betrekking tot de duur en de bandbreedte van de premiebetaling. Deze vrijstelling maakt de kapitaalverzekering tot een aantrekkelijk planningsinstrument. Met de invoering van het Wetsvoorstel IB 2001 verdwijnt de algemene vrijstelling van de kapitaalverzekering echter uit de inkomstenbelasting, met uitzondering van een speciale faciliteit voor de hypotheek en voor studie.
Voor op 31 december 2000 bestaande kapitaalverzekeringen is een overgangsregeling in het leven geroepen. Voor het overgangsrecht dient onderscheid te worden gemaakt tussen kapitaalverzekeringen die gekoppeld zijn of gekoppeld worden aan de eigen woning en kapitaalverzekeringen waarbij dat niet het geval is. In dit artikel komt slechts de laatste groep aan de orde. In AM 7 van 31 maart gaan wij in op de kapitaalverzekering die gekoppeld is aan de eigen woning.
Voorwaarden
Het overgangsrecht geldt alleen voor op 31 december 2000 bestaande kapitaalverzekeringen. Kapitaalverzekeringen die worden gesloten na deze datum vallen onder het regime van het nieuwe belastingstelsel.
Het overgangsrecht heeft in beginsel tot gevolg dat het huidige regime van toepassing blijft. Voor zover het rentebestanddeel van een kapitaalverzekering onder het huidige regime is vrijgesteld, is dat door het overgangsrecht na 1 januari 2001 ook nog het geval. Een op 31 december 2000 bestaande kapitaalverzekering valt onder het overgangsrecht, voor zover deze voldoet aan één van de volgende voorwaarden:
voor de levensverzekering zijn vanaf de eerste premiebetaling jaarlijks premies voldaan waarbij de hoogste premie niet meer heeft bedragen dan het tienvoud van de laagste;voor de levensverzekering zijn ten minste vijftien jaar jaarlijks premies voldaan, waarbij de hoogste premie niet meer heeft bedragen dan het tienvoud van de laagste;de levensverzekering voldoet aan het bepaalde in artikel 76 Wet IB 1964, waardoor de rente begrepen in een kapitaalsuitkering niet tot de inkomsten uit vermogen behoort (het overgangsrecht voor oud regime-kapitaalverzekeringen).De kapitaalsuitkering te zijner tijd is vrijgesteld, voor zover dit onder de regels van het huidige regime ook het geval zou zijn geweest, de zogenaamde reguliere afwikkeling. Indien de kapitaalsuitkering niet is vrijgesteld, wordt het rentebestanddeel als inkomen uit werk en woning in aanmerking genomen in box 1 en progressief belast tegen maximaal 52%.
Rendementsheffing
Voor kapitaalverzekeringen die voldoen aan de genoemde voorwaarden geldt daarnaast nog dat ze vanaf 1 januari 2001 worden betrokken in de vermogensrendementsheffing van box 3 (1,2% over de waarde van het vermogen). Kapitaalverzekeringen die zijn afgesloten vóór 14 september 1999 zijn echter tot een bedrag van f 272.000 per belastingplichtige vrijgesteld van de vermogensrendementsheffing. Voorwaarde hiervoor is wel dat de looptijd van de verzekering na 13 september 1999 niet is verlengd en het verzekerd kapitaal niet is verhoogd.
Omdat deze kapitaalverzekeringen tevens in de vermogensrendementsheffing worden betrokken – onder voorwaarden vanaf f 272.000 – is bepaald dat voor de vaststelling van het rentebestanddeel, de kapitaalsuitkering gesteld wordt op de feitelijke uitkering met een maximum van f 272.000; danwel, indien dit hoger is, de waarde in het economisch verkeer per 31 december 2000. Indien de waarde van de kapitaalverzekering per 31 december 2000 derhalve hoger is dan f 272.000, wordt voor de heffing over de kapitaalsuitkering in de toekomst uitgegaan van een uitkering ter grootte van de waarde in het economisch verkeer per 31 december 2000.
Wat echter naar onze mening over het hoofd is gezien, is dat deze verzekeringen, indien afgesloten voor 14 september 1999, vanaf f 272.000 in de vermogensrendementsheffing worden betrokken, waardoor voor deze verzekeringen een dubbele heffing ontstaat over het verschil tussen de waarde in het economisch verkeer en f 272.000. Eigenlijk zouden deze verzekeringen dan pas vanaf de waarde in het economisch verkeer per 31 december 2000 in de vermogensrendementsheffing moeten worden betrokken.
Voorbeelden
Om het bovenstaande te verduidelijken een tweetal voorbeelden. Een kapitaalverzekering afgesloten in 1984, die voldoet aan de voorwaarden voor het overgangsrecht, geeft in 2006 een uitkering van f 900.000. De waarde in het economisch verkeer bedraagt per 31 december 2000 f 650.000 (rentebestanddeel f 150.000). Onder de huidige regelgeving is over deze uitkering geen inkomstenbelasting verschuldigd, dus na 2001 is dat ook niet het geval, mits de verzekering regulier wordt afgewikkeld. De polis wordt na 1 januari 2001 vanaf f 272.000 in de vermogensrendementsheffing betrokken. Indien sprake is van twee verzekeringnemers, kan gebruik worden gemaakt van een vrijstelling voor de vermogensrendementsheffing van f 544.000.
De kapitaalverzekering uit het vorige voorbeeld is niet binnen de bandbreedte 1:10 gebleven en wordt afgekocht in 2004 voor f 750.000. De uitkering zou derhalve onder het huidige recht niet zijn vrijgesteld voor de inkomstenbelasting. Dit heeft tot gevolg dat de kapitaalsuitkering gesteld wordt op de waarde in het economisch verkeer per 31 december 2000, zijnde f 650.000. Het rentebestanddeel van f 150.000 wordt aangemerkt als inkomen uit werk en woning en progressief belast. Na 1 januari 2001 is tevens vermogensrendementsheffing vanaf f 272.000 verschuldigd.
Overigens wordt de vrijstelling van het huidige artikel 26a Wet IB 1964, dat voor het overgangsrecht van toepassing is, verminderd indien gebruik wordt gemaakt van de vrijstelling voor de kapitaalverzekering eigen woning. Dit is de werking van de zogenaamde imputatieregeling. De volgende keer gaan wij hier verder op in, aangezien de imputatieregeling nauw verband houdt met de kapitaalverzekering eigen woning.
Progressief
Indien een kapitaalverzekering niet voldoet aan één van de drie eerdergenoemde voorwaarden, wordt het rentebestanddeel van de kapitaalsuitkering bepaald volgens de huidige regels van de Wet IB 1964. Dit rentebestanddeel wordt vervolgens progressief belast als inkomen uit werk en woning. Onder andere de uitkering uit een koopsompolis valt hieronder.
Onder het huidige recht is rente begrepen in dergelijke uitkeringen immers ook niet vrijgesteld. Op grond van het overgangsrecht worden deze polissen volledig afgewikkeld via box 1. Ze worden dan ook niet betrokken in de vermogensrendementsheffing.
Eerbiedigende werking
We kunnen concluderen dat, in tegenstelling tot het oorspronkelijke wetsvoorstel, toch een soort eerbiedigende werking is opgenomen in het Wetsvoorstel IB 2001. Wij hebben echter ook vastgesteld dat, doordat de vrijstelling en de heffing in box 1 en box 3 niet in alle gevallen op elkaar zijn afgestemd, een deel van de eerbiedigende werking via box 3-heffing weer wordt teruggenomen.
Mr. Alfred Lagendijk en mr. Mechteld Hendriks zijn werkzaam bij de fiscale en juridische sectie Pensioenen & Verzekeringen van PricewaterhouseCoopers in Amstelveen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.