nieuws

‘Heldere afspraken met letsel- schaderegelaar van groot belang’

Archief

“Duidelijke afspraken tussen verzekeraar en schaderegelaar omtrent de omvang van het mandaat van deze laatste kunnen veel ergernis en wellicht ook de gang naar het Klachteninstituut voorkomen.” Dat betoogde mr. Onno Kelterman, coördinerend secretaris van het Klachteninstituut Verzekeringen, vorige week in een bijeenkomst van het Platform Experts Personenschade (PEP).

Keltermans lezing ‘Correcte schadebehandeling binnen de personenschaderegeling’ sloot zeer goed aan op de actualiteit, gezien de aandacht die de letselschadebehandeling onlangs te beurt viel tijdens én na een uitzending van het televisieprogramma Radar.
Kelterman liet weten, dat genoemde uitzending niet ongemerkt aan het Klachteninstituut was voorbijgegaan, al bleef het aantal extra telefoontjes beperkt tot vijf à tien per dag. Veel telefoontjes betroffen hele oude zaken. “Een van de voorwaarden om een klacht in behandeling te kunnen nemen, is dat de verzekeraar niet langer dan een jaar geleden zijn definitieve standpunt heeft ingenomen. Helaas komt een aantal zaken hierdoor niet meer voor behandeling in aanmerking. Niettemin is het niet onbelangrijk geweest dat het bestaan van het Klachteninstituut weer eens onder de aandacht van de verzekeringsconsument is gebracht”, aldus Kelterman.
Raad van Toezicht
Na een korte toelichting op de organisatie en werkwijze van het Klachteninstituut Verzekeringen werden aan de hand van een aantal uitspraken van de Raad van Toezicht (RvT) mogelijke knelpunten in het schadebehandelingstraject besproken. Eén van de uitspraken betrof (onnodige) vertraging in de behandeling van een schadegeval. Kelterman had niet veel moeite nodig de aanwezigen van de gegrondheid van de klacht te overtuigen. De RvT oordeelde ook in het voordeel van een klager die door een onderzoeksbureau in opdracht van een verzekeraar zelfs tijdens zijn wintersportvakantie werd gevolgd, omdat de verzekeraar twijfelde aan de rechtmatigheid van een claim.
In dit verband wees Kelterman nog op een uitspraak waarin is bepaald dat verzekeraars tuchtrechtelijk aansprakelijk zijn voor ingeschakelde hulpbureaus. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn in een situatie waarin een door een verzekeraar ingeschakelde schaderegelaar op laakbare wijze probeert om, ten nadele van het slachtoffer, een voor zijn opdrachtgever zo gunstig mogelijk resultaat te behalen. De verzekeraar mag zich in zo’n geval niet verschuilen achter de aan de schaderegelaar verleende bevoegdheden, maar kan rechtstreeks op dit handelen worden aangesproken.
In het verlengde hiervan ontspon zich later onder de circa veertig aanwezigen nog een discussie inzake de bevoegdheid van een schaderegelaar om zijn opdrachtgever te binden aan toezeggingen die aan het slachtoffer zijn gedaan. Hoewel de toezegging in de regel onder het voorbehoud van een akkoord van de opdrachtgever wordt gedaan, zal bij een slachtoffer (en diens eventuele belangenbehartiger) eenvoudig de indruk kunnen ontstaan dat een akkoord slechts een formaliteit is. Maar wat als de verzekeraar het voorstel afwijst en van mening is dat het met een lager aanbod ook moet lukken de kwestie te regelen? Kelterman hamerde erop dat duidelijkheid onder alle omstandigheden zeer wenselijk is.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.