nieuws

‘Haal provisie-elementen uit brutotarief verzekeringsproduct!’

Archief

Door Theo Willemssen

Met het vervallen van de beloningsregels in de Wet Assurantiebemiddelingsbedrijf (Wabb) per 1 april 2002 zijn er veel fiscale problemen ontstaan. In de Wet op de Inkomstenbelasting is daarom een ‘premiegelijkstellingsbepaling’ (artikel 1.7b) opgenomen. Een onding, zegt fiscalist Theo Willemssen van de Fiscount Adviesgroep. Volgens hem is het beter om alle provisie-elementen uit de verzekeringstarieven te schroeven.
Artikel 1.7b van de Wet IB 2001 zegt dat met de verzekeringspremie wordt gelijkgesteld ‘de op de verzekeringnemer drukkende uitgaven ter beloning van de assurantietussenpersoon ter zake van het afsluiten dan wel het verlengen van de desbetreffende verzekering of het incasseren van premies’. Bedoeling is om geen fiscaal onderscheid te maken tussen verzekeringen waarbij de beloning van de tussenpersoon op verschillende wijze tot stand komt: provisie maakt deel uit van de premie en als daarvoor een andere beloning – bijvoorbeeld een declaratie – in de plaats komt, moet ook die tot de premie worden gerekend. En dat levert knelpunten op.
Voorbeelden
Bij een kapitaalverzekering eigen woning (KEW) kan zich bijvoorbeeld het probleem voordoen dat de polis bij betaling van een declaratie niet als KEW ‘kwalificeert’. De premie wordt in fiscale zin namelijk betaald aan een assurantietussenpersoon, of aan een accountant die de nota van de adviseur doorbelast aan de cliënt. Terwijl de premie volgens de wet (art. 3.116, lid 2d) verschuldigd moet zijn aan een professioneel verzekeraar.
Een ander probleem kan ontstaan als bij een nieuwe KEW de premiebetaling is afgestemd op de maximaal toegestane hoog/laagverhouding. De bandbreedte-eisen worden geschonden als bovenop de ‘hoge’ premie in het eerste jaar een additionele rekening verschijnt ter zake van werkzaamheden voor het tot stand brengen van het contract. Voor kapitaalverzekeringen die in het overgangsrecht van box 3 zitten, geldt een tijdelijke vrijstelling op voorwaarde dat de premie niet wordt verhoogd. Komt die tijdelijke vrijstelling in gevaar als in verband met een oversluitingsadvies bij dergelijke lopende polissen een nota aan de adviseur wordt betaald?
En wat te denken van de problemen bij lijfrenteverzekeringen. Basisprincipe is dat de betaalde premie inclusief declaratiebedrag nog geheel aftrekbaar is. Maar de verzekeraar zal voor de verplichte renseignering van betaalde lijfrentepremies geen andere premie kunnen (en willen) opgeven dan de nettopremie, dus exclusief de beloning van de tussenpersoon die zich aan zijn waarneming onttrekt. En wat als er een terugbetaling plaatsvindt van een deel van de rekening? Leidt de creditnota tot teruggaaf van een stukje lijfrentepremie? Het zou formeel moeten leiden tot het in aanmerking nemen van negatieve uitgaven voor inkomensvoorziening.
En wat als een lijfrenteaanspraak – al dan niet ten tijde van expiratie – bij een andere verzekeraar wordt voortgezet of afgewikkeld? Is in het jaar van oversluiten – bij dezelfde premie op jaarbasis – een hogere lijfrentepremieaftrek mogelijk? Bij de overnemende verzekeraar wordt immers een nieuwe verzekering gesloten, waarbij in die optiek de voor de advisering genoten beloning als premie wordt beschouwd.
Ervan uitgaande dat genoemde gevolgen niet waren voorzien en ook niet gewenst zijn, vertrouw ik erop dat het ministerie van Financiën binnenkort tot bezinning komt.
Weg met artikel 1.7b
Naar mijn mening is er een oplossing waarbij alle genoemde problemen, en nog meer zelfs, als sneeuw voor de zon verdwijnen. Met de invoering van art. 1.7b heeft de wetgever precies de verkeerde benadering gekozen, namelijk: andersoortige beloningen met provisie gelijkstellen. De wijziging in de Wabb was nu juist een uitgelezen kans om provisie-elementen uít de (bruto)tariefstelling van verzekeringsproducten te elimineren.
Dit zou in de eerste plaats de zo gewenste transparantie voor de consument ten goede komen. Producten van verschillende aanbieders laten zich nu eenmaal beter vergelijken als het beloningselement voor de tussenpersoon buiten beschouwing blijft. In de tendens naar (nog) meer openheid zou de afnemer het recht kunnen hebben om te weten wat de tussenpersoon op welke wijze verdient bij een verzekeringsproduct: afsluitprovisie, doorlopende provisie, beloning in natura, in rekening brengen van adviesuren of misschien wel niets. De sinds 1 juli van kracht zijnde Financiële Bijsluiter voorziet hier niet in, maar zoiets is heel goed te realiseren in de Gedragscode Informatieverstrekking Dienstverlening Intermediair (Gidi). In de Advieswijzer kunnen de diverse beloningsaspecten inzichtelijk worden gemaakt.
Het beloningsvraagstuk kan zodoende helemaal buiten de invloedsfeer van het producttarief blijven en de afnemer van het product hoeft daar met zijn verzekering en de daarvoor verschuldigde premie niets van te merken. Ieder verzekeringsproduct krijgt een soort ‘fabrieksprijs’, die kenbaar is voor de afnemer van dat product én fiscaal maatgevend is.
Tijdsevenredig
Als we de lijn doortrekken naar pensioenverzekeringen, dan lossen we en passant ook het probleem op van het verbod op uitstelfinanciering (artikel 7a PSW) bij pensioenverzekeringen, voor zover het de provisie betreft. Als onderdeel van de pensioenpremie frustreert de frontloading van provisie de voorgeschreven ‘ten minste tijdsevenredige opbouw en financiering’ bij pensioenregelingen op basis van beschikbare premies. Waarom dan niet de provisie elimineren uit de pensioenpremie?
Assurantiebelasting
Bij de meeste schadeverzekeringen wordt 7% assurantiebelasting geheven over de brutopremie. Deze wordt ingehouden en afgedragen door de verzekeraar. Voor tussenpersonen die hun beloning van een ander ontvangen dan van de verzekeraar is een belastingplicht geïntroduceerd. Over die beloning zijn ze assurantiebelasting verschuldigd. Het is eigenlijk een soort ‘belastingdervingsbepaling’.
Het afzonderen van de beloningscomponent maakt deze belastingplicht overbodig. Het maakt voor de grondslag van de heffing niet meer uit hoe de beloning plaatsvindt. Tussenpersonen zijn verlost van veel rompslomp en naar direct-writers toe ontstaat er zo een meer gelijke positie. Mijn voorstel zou namelijk zijn om assurantiebelasting te gaan heffen over de nettofabriekspremie, dus zonder de in de premie begrepen beloning voor de tussenpersoon. Om de operatie budgettair neutraal te laten zijn, moet het tarief dan misschien omhoog naar 8%.
Het vrijlaten van de beloningswijze kan evenwel een aanzet zijn om te overwegen de assurantietussenpersoon zijn vrijgestelde BTW-status geheel of gedeeltelijk te laten inleveren. Wanneer een tussenpersoon belaste prestaties verricht, zal hij dus BTW in rekening moeten brengen over de door hem geleverde diensten. Zo vreemd is dat niet: bij andere zakelijke dienstverleners is dat al heel gebruikelijk. Omdat de herkomst van de vrijstelling voortvloeit uit de Zesde Richtlijn, zal er op supranationaal niveau draagvlak voor een dergelijke wijziging moeten zijn.
Administratie
Verzekeraars zullen er ongetwijfeld niet op zitten te wachten dat ze hun verzekeringstarieven moeten demonteren om vervolgens de beloning van de met hun samenwerkende intermediairs separaat te administreren. Maar wat is het alternatief, gegeven enerzijds de te verwachten voortgaande groei van uiteenlopende beloningsafspraken en anderzijds de fiscale inbedding van verzekeringsproducten? Ook verzekeraars zullen hun portie meekrijgen van de complicaties die art. 1.7b teweegbrengt, zoals de renseigneringsplicht richting fiscus en de correcte verantwoording naar polishouders toe van voor de belastingaangifte relevante zaken.
Conclusie
De ‘premiegelijkstellingsbepaling’ (artikel 1.7b) zorgt voor talloze complicaties en kan maar beter zo snel mogelijk worden geschrapt. Diverse nevenproblemen worden dan uit de wereld geholpen, zoals de kostenproblematiek bij pensioenen, de assurantiebelastingplicht en het gebrek aan transparantie over de beloningsstructuur. Naar mijn inschatting valt er voorts op lange termijn een aanzienlijke administratieve lastenverlichting voor verzekeraars te behalen als provisiesystemen en de daarbij horende rekening-courant buiten de prijs van het verzekeringsproduct worden gehouden.
Adviesgroep in Zwolle.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.