nieuws

Grote publiekscampagne rond invoering financiële bijsluiter

Archief

De Raad van Financiële Toezichthouders (RFT) is van plan een grootschalige publiekscampagne te gaan houden rond de invoering van de financiële bijsluiter, een kort document met belangrijke informatie over (complexe) financiële producten. Dit voornemen staat in een brief die minister Zalm van Financiën onlangs aan de Tweede Kamer stuurde.

In de brief worden Kamerleden bijgepraat over de vorderingen met de financiële bijsluiter. Het ‘kernpuntendocument’, zoals de bijsluiter in eerste instantie werd genoemd, moet vanaf 1 juli 2002 door banken, verzekeraars en beleggingsinstellingen worden verstrekt bij ‘complexe’ financiële producten. Een exacte omschrijving van de term ‘complex’ is nog niet gegeven. De datum van 1 juli is evenmin zeker; Zalm laat binnenkort weten of hij de adviesdatum van de RFT overneemt.
De Raad komt tot dit advies, omdat de benodigde tijd voor invoering – mede op aangeven van belangenorganisaties als het Verbond van Verzekeraars – wordt geschat op zes maanden. De Raad specificeert de schatting: “De bijsluiters moeten worden geschreven en de rendementsweergaven en risico-indicatoren worden berekend. De sales- en marketingafdelingen moeten erop worden voorbereid, de automatisering moet worden aangepast en de reclamecampagnes moeten erop worden ingesteld”. Dat laatste is nodig, omdat de RFT de instellingen dwingt in reclame-uitingen te verwijzen naar de financiële bijsluiter. “In verband met de euroconversie is 2001 geen normaal jaar”, zo benadrukt de RFT vervolgens nog de noodzaak tot een invoeringstermijn van zes maanden.
In eerste instantie geldt de verplichting van de financiële bijsluiter voor levensverzekeraars en beleggingsinstellingen. Hypotheken, anders dan beleggingshypotheken, blijven vooralsnog buiten schot. De toezichthouders kunnen de verplichting op ieder moment uitbreiden. De RFT bekijkt nog of de verplichting – zoals nu is geadviseerd – wel nodig is voor natura-uitvaartverzekeraars en aanbieders van eenvoudige levensverzekeringen. Vooralsnog schat de overkoepelende toezichthouder RFT in dat 4.500 producten de verplichting van een financiële bijsluiter krijgen. Op jaarbasis zou het om 25 miljoen verkochte producten gaan. Toezichthouders mogen vrijstellingen verlenen, maar die moeten wel worden gepubliceerd in de Staatscourant.
Kosten
De verplichting behelst actieve verstrekking (kosteloos) van de bijsluiter vóór of bij het sluiten van een overeenkomst, waarbij een eventueel reeds bestaande verplichting tot het geven van een prospectus zou kunnen gaan vervallen. Financiële instellingen worden verantwoordelijk voor de verstrekking ervan door tussenpersonen. Voor het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting wordt een boete van ( 12.000 opgelegd, eventueel te vermenigvuldigen met een factor die afhankelijk is van het eigen vermogen van de verzekeraar.
Invoering van de financiële bijsluiter kost, volgens opgave van de brancheorganisaties, ruim ( 343 miljoen. Daarbovenop komen structurele kosten van ( 245 mln per jaar. Volgens een opgave van het Verbond van Verzekeraars zijn verzekeraars naar schatting ( 56,3 mln kwijt bij de invoering en is structureel ( 20,7 mln per jaar nodig.
Volgens de RFT is er echter geen sprake van ‘extra’ lasten voor het bedrijfsleven. “De kosten die voortvloeien uit dit besluit komen in de plaats van kosten die ook op grond van zelfregulering zouden moeten worden gemaakt”, zo schrijft de RFT. Zij verwijst daarbij onder meer naar de Code Rendement en Risico. Verder is er een economisch voordeel te verwachten in de individuele advisering van klachten. “Minder tijd hoeft te worden geïnvesteerd in het verstrekken van algemene informatie.”
Model
De minister van Financiën zal invoering van de financiële bijsluiter bij Koninklijk Besluit verplicht gaan stellen. Voor de vormgeving van de bijsluiter stelt de RFT een standaardmodel op. Volgens het huidige model zijn de volgende punten verplicht:
– aard en doel van het product;- beschrijving van de met het product samenhangende risico’s;- verplichtingen voor de afnemer;- indicatie van het voorbeeldrendement en van de aan het product verbonden kosten;- voorwaarden voor tussentijdse opzegging en de daaraan verbonden kosten en gevolgen;- fiscale aspecten van het product;- informatie over het toezicht op de aanbieder en de van toepassing zijnde klachten- en garantieregeling;- een kwantitatieve risico-indicator.Aan de ontwikkeling van een (kwantitatieve) risico-indicator wordt nog gewerkt. De indicator moet in tabel- of grafiekvorm duidelijk maken welke risico’s de consument loopt.
Twee jaar na invoering van de financiële bijsluiter volgt een evaluatie. Onderdelen die dan op de weegschaal worden gelegd zijn: het functioneren van de bijsluiter, de lengte, de volledigheid, de begrijpelijkheid, de vergelijkbaarheid en de betrouwbaarheid.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.