nieuws

Groot prijsverschil tussen rechtsbijstand van verzekeraar en van

Archief

advocaat

De verhouding tussen de kosten bij de advocaat en die bij de rechtsbijstandsverzekeraar is volledig uit balans, betoogde voorzitter mr R. Kootker van de afdeling Rechtsbijstand van het Verbond van Verzekeraars tijdens de recente themadag ‘Rechtshulp in beweging’, die door het Verbond was georganiseerd.
Rechtsbijstandsverzekeraars schakelden volgens Kootker in 1993 voor bijna 4.500 verzoeken om rechtshulp advocaten in en betaalden hen hiervoor f 48 mln. De ruim 182.000 zaken die de rechtsbijstandsverzekeraars zelf behandelden, kostten hen circa f 100 mln.
Rechtsbijstandsverzekeraars besteden een uitermate klein percentage van hun rechtshulp uit aan advocaten, en in veruit de meeste gevallen gebeurt die uitbesteding omdat uitsluitend advocaten als pleiter mogen optreden in bepaalde civielrechtelijke en strafprocessen (‘procesmonopolie’). Ook schakelen rechtsbijstandsverzekeraars wel eens een advocaat in, wanneer beide partijen bij dezelfde verzekeraar verzekerd zijn of wanneer op een andere wijze een belangenconflict dreigt. Daarnaast kan een advocaat worden ingeschakeld op grond van de geschillenregeling in de rechtsbijstandsverzekering.
Procesmonopolie
“De gemiddelde kosten per geval van rechtsbijstand worden dus in belangrijke mate bepaald door slechts enkele duizenden zaken die als gevolg van het bestaande procesmonopolie van de advocatuur moeten worden uitbesteed”, aldus Kootker.
In een groot aantal rechtsgebieden mogen rechtsbijstandsverzekeraars bij processen optreden. Dat is het geval bij onder meer zaken voor het kantongerecht, bij bestuursrechtelijke zaken voor rechtbanken, geschillen van bestuur en beroepszaken bij de Raad van State, bij huurcommissies, gemeenteraden, bij het college van beroep voor het bedrijfsleven, de centrale raad van beroep, ziekenfondsraad etc.
Kootker: “Daar waar juristen van rechtsbijstandsverzekeraars als procesgemachtigde mogen optreden, is zo langzamerhand een traditie opgebouwd waarin kennis, kunde en ervaring gemeengoed zijn geworden”. Mede door voortdurende bijscholing is de deskundigheid van de rechtsbijstandsjurist buiten elke twijfel, betoogt Kootker.
Rechtsbijstandsverzekeraars willen hun cliënten bijstaan in alle zaken waaraan de rechter te pas komt. Volgens Kootker is een discussie over de noodzaak tot handhaving van het procesmonopolie van de advocatuur noodzakelijk. Hij bestrijdt een recente suggestie van de deken van de Orde van Advocaten dat een rechtsbijstandsjurist niet voldoet aan de voorwaarde van onafhankelijkheid bij optredens in de bewuste processen. De Europese richtlijn voor rechtbijstandsverzekering en de WTV regelen en waarborgen volgens Kootker de onafhankelijkheid van de rechtshulpverlening door de rechtsbijstandsverzekeraar.
Toegankelijkheid van het recht
“In de groeiende vraag om rechtshulp kunnen en willen rechtsbijstandsverzekeraars een bijdrage leveren om op verzekeringsbasis het vacuüm in te vullen tussen hetgeen de overheid niet kan of niet wil en hetgeen de advocatuur niet lukt”, aldus Kootker. Rechtsbijstandsverzekeraars kunnen volgens hem een belangrijke bijdrage leveren aan de toegankelijkheid van het recht, door er zorg voor te dragen dat de premie voor particulieren en het midden- en kleinbedrijf betaalbaar blijft en de omvang van de dekking binnen de grenzen van de verzekerbaarheid optimaal blijft.
Kootker deed een dringende oproep aan het ministerie van justitie om de politieke discussie over toelating van andere rechtshulpverleners dan advocaten bij processen prioriteit te geven.
Declaratiestelsel
In februari van dit jaar heeft een gezamenlijke delegatie van rechtsbijstands-, auto- en aansprakelijkheidsverzekeraars gesproken met de Orde van Advocaten over de omvang van de advocaatskosten en over het daarmee samenhangende declaratiestelsel. Verzekeraars vinden het declaratiesysteem te ondoorzichtig en daarmee de advocaatskosten onvoldoende beheersbaar, controleerbaar en calculeerbaar. Discussies met advocaten gaan in de praktijk meestal over de hoogte van het te hanteren basistarief, het aantal gedeclareerde uren, de toegepaste tariefverhogende factoren (onder meer in verband met het belang van de zaak en de specialisatie), en over het opstapelingseffect in het geval dat een gespecialiseerde advocaat ook nog eens een andere specialist, bijvoorbeeld een schaderegelaar, inschakelt.
Volgens Kootker blijken individuele advocatenkantoren bereid met individuele verzekeraars tot afspraken te komen over de te hanteren tarieven. Hij hoopt dat deze initiatieven een belangrijk signaal zijn voor de Orde van Advocaten om de besprekingen met verzekeraars voort te zetten.
Cijfers
Voorzitter Kootker bracht tijdens de themadag cijfers die voor een belangrijk deel ontleend zijn aan een enquête dit voorjaar door het CBS onder de belangrijkste rechtsbijstandsverzekeraars.
In 1993 hadden rechtsbijstandsverzekeraars een gezamenlijke portefeuille van bijna 2 miljoen polissen. Van dit totaal betrof 71% rechtsbijstand voor motorvoertuigen, 22% waren gezinspolissen en 7% betrof bedrijfsrechtsbijstand.
Sinds 1986 is het aantal polissen volgens Kootker ieder jaar met minstens 5% toegenomen. In de sector gezinspolissen was de groei meer dan 10% per jaar.
Het totale premie-inkomen beliep in 1993 f 287 mln, een verdubbeling ten opzichte van 1986. De stijging is voor 2/3 gevolg van de toeneming van het aantal polissen, 1/6 is te danken aan de extra groei in het aantal gezinspolissen en 1/6 is het gevolg van premieverhogingen.
De vraag om professionele rechtshulp neemt toe door onder meer de groeiende complexiteit van de samenleving en de verharding van de samenleving door de individualisering. De kwaliteit van de regelgeving lijkt te verminderen naarmate de complexiteit toeneemt, aldus Kootker. “Vele burgers voelen zich nauwelijks gehinderd om tot de hoogste instantie hun recht te halen bij de overheid. Het handelen van overheden wordt in toenemende mate niet meer als redelijk ervaren”. Ook de afbraak van sociale voorzieningen verhoogt de vraag naar rechtsbijstand.
Eigen bijdrage
Bij de invoering van de Wet op de Rechtsbijstand op 1 januari 1994 is de eigen bijdrage van de burger bij de rechtsbijstand van de overheid aanzienlijk verhoogd. Uit onderzoek is gebleken dat particulieren en het midden- en kleinbedrijf het uurtarief van advocaten te hoog vinden. Die twee ontwikkelingen verklaren volgens Kootker dat grote groepen in de samenleving zich tegen betaling van een redelijke jaarpremie willen verzekeren van rechtsbijstand.
In 1993 hadden rechtsbijstandsverzekeraars meer dan 120.000 verkeerszaken te doen, die als volgt gespecificeerd kunnen worden:
89% gevallen van schade;
8% schade en letsel;
1% contractuele geschillen over onder meer levering, garantie en reparatie;
2% strafzaken.
De circa 65.000 juridische zaken kunnen onderscheiden worden in de volgende categorieën:
7.000 zaken van verhaalsrecht en onrechtmatige daad buiten het verkeer (milieu, belediging, overlast, concurrentie);
ruim 23.000 contractuele kwesties (consumentenklachten, geschillen over samenwerkingsovereenkomsten);
ruim 19.000 zaken over arbeidsovereenkomsten (ontslagen) en de sociale verzekering;
15.000 zaken betroffen het overig rechtsgebied (onder meer administratief recht, huur-, pacht- en burenrecht).
Kootker: “… naarmate de regelgeving complexer wordt, lijkt de kwaliteit ervan minder te worden”.
De verhouding tussen de kosten van een advocaat en die van een rechtsbijstandsverzekeraar is uit balans.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.