nieuws

Gratis pensioen door spaarloonregeling?

Archief

De markt van de inkomensdervingsuitkeringen is de laatste tijd zeer in beweging. Uiteraard willen particuliere verzekeraars en tussenpersonen daaraan hun bijdrage leveren. Al enige tijd worden produkten aangeboden in de vorm van spaarloonregelingen in combinatie met een lijfrente. Deze produkten worden, ook door tussenpersonen, in de markt gezet met leuzen als “Gratis Pensioen” of “Dubbele Aftrek”. Dit is een niet geheel juiste voorstelling van zaken en het valt te betreuren dat daardoor het belang van klanten niet altijd optimaal wordt gediend. Zij zijn immers aangewezen op een goed en onafhankelijk advies.

Voor zowel spaarloonregelingen als premiespaarregelingen geldt dat het tegoed binnen de blokkeringsperiode van 4 jaar onder andere opgenomen mag worden voor de betaling van premies voor lijfrenteverzekeringen òf voor kapitaalverzekeringen die bij leven uitkeren (dus niet voor verzekeringen die alleen uitkeren bij overlijden).
De wet stelt een aantal voorwaarden aan een opname waarvan de belangrijkste wel is dat een lijfrentepolis onbezwaard tot het vermogen van de werknemer blijft behoren. Verder geldt dat termijnen van lijfrente alleen toe mogen komen aan de werknemer, of zijn invalide (pleeg-)kinderen. Intussen blijft de situatie voortbestaan dat de blokkering van een lijfrente die is afgesloten door de echtgenoot van de werknemer niet is toegestaan.
Nu wordt soms gesteld dat er dubbel fiscaal voordeel ontstaat door gebruik te maken van de mogelijkheid om de gespaarde bedragen aan te wenden voor een lijfrente. Het eerste voordeel ontstaat door een besparing die optreedt na inhouding van het spaarbedrag op het fiscale loon. Het tweede voordeel is dan de aftrek van de polispremie op het onzuiver inkomen van de werknemer.
Men rekent dan voor dat bij een spaarbedrag van maximaal f 1.615 (1996) en een belastingtarief van 50% de kosten van de spaarloonregeling slechts f 808 (50% van 1.615) bedragen (netto) en dat storting van f 1.615 bij een verzekeraar nog een keer een belastingvoordeel van / 808,- oplevert. Kortom: een gelijkblijvend (netto) inkomen én een aanspraak op een extra stuk pensioen. Dit is op zich juist maar men gaat voorbij aan het feit dat het spaartegoed is opgeofferd en daarover dus ook geen (vrijgestelde) rente meer wordt ontvangen. Het extra pensioen is dus zeker niet gratis.
Het is in feite zo dat indien een klant een lijfrente wenst hij deze in veel gevallen gunstiger kan financieren uit andere middelen (banktegoeden) dan uit de spaarregeling. Belangrijk is de ‘gewone’ rentevrijstelling van de werknemer. Is deze reeds volledig benut dan kan optimaal gebruik worden gemaakt van de extra rentevrijstelling van de spaarloonregeling terwijl daarnaast minder belastingafdracht ontstaat door de verlaging van het banktegoed ter financiering van de lijfrente.
Het volgende voorbeeld maakt een en ander duidelijk. Een man maakt gebruik van de spaarloonregeling. Hij heeft de ‘gewone’ rentevrijstelling reeds volledig benut. Dat betekent dat zijn feitelijk banksaldo hoger is dan f 4.000. Ik ga er eenvoudigheidshalve vanuit dat zowel de rente op het banktegoed als op het spaartegoed van de spaarloonregeling 5% is. De man wenst een lijfrente. Hij kan de lijfrente financieren door het in het eerste jaar van de blokkeringsperiode op zijn brutoloon ingehouden bedrag van f 1.615 te storten als premie òf hij kan de premie voldoen uit zijn banktegoed. In beide gevallen geniet hij premieaftrek. Zie tabel.
Uit de tabel blijkt duidelijk dat financiering uit andere middelen dan de spaarloonregeling voordeliger is. Dit blijkt voor alle belastingtarieven te gelden, maar het voordeel is het grootst bij het hoogste tarief (60%). Ook blijkt het zo te zijn dat het verschil groter is naarmate het banktegoed kleiner is. Dit is logisch omdat dan de bijgeschreven rente over het banktegoed waaruit de lijfrente gefinancierd is verhoudingsgewijs lager is. In de situatie dat de ‘gewone’ rentevrijstelling niet volledig is benut maakt het niet uit hoe de lijfrente gefinancierd wordt en is de keuze aan de werknemer. Toch kunnen er overwegingen zijn om ook in dat geval te financieren uit andere middelen.
Eén van de aanbevelingen (aanbeveling 20) van de Werkgroep Witteveen is dat loon gespaard is door middel van een bedrijfsspaarregeling aangewend mag worden als vrijwillige storting van premie ter verbetering van pensioenregeling van de werknemer. Inmiddels is duidelijk dat zowel spaarloonregelingen als premiespaarregelingen hiervoor in aanmerking komen (brief van de Staatssecretarissen van Financiën en SoZaWe van 16 januari 1996). Hoe een en ander (fiscaal-) juridisch geregeld gaat worden is op dit moment nog onzeker.
Omdat het hier pensioenpremie betreft zal het fiscale pensioenregime van toepassing zijn wat betekent dat er voor de deelnemer een bruto besparing zal optreden. Immers pensioenpremie is aftrekbaar van het bruto loon. Ingeval er sprake is van een premiespaarregeling is het dus niet voldoende terug te vallen op de aftrekmogelijkheden van de inkomstenbelasting (persoonlijke verplichting) maar moet een oplossing worden gezocht in de sfeer van de loonbelasting. Voor spaarloonregelingen lijkt dit wat eenvoudiger te regelen omdat de premie al in mindering komt op het brutoloon en er dus een soort dubbelslag optreedt.
Hiervoor is het niet per se noodzakelijk dat de voorwaarde dat de werkgever minimaal 50% van de pensioenpremie dient te financieren moet worden gewijzigd. Inmiddels ligt er een wetsvoorstel (24 april 1996) waarin voorgesteld wordt deze voorwaarde te laten vervallen. Een omschrijving van het begrip pensioentoezegging zal worden opgenomen in een Algemene maatregel van bestuur.
De verplichtstelling komt m.i. ook onder druk: niet valt in te zien dat niet verplichte individuele pensioenbijdragen (aanbeveling 23 van de Werkgroep) niet bij andere (pensioen-) uitvoerders ondergebracht mogen worden. De vraag die daarbij naar voren komt is immers of het verplichtgestelde pensioenfonds bij een vergaande individualisering nog wel aan te merken is als een sociale instelling of dat het veeleer beoordeeld moet worden als een onderneming.
Hoewel een en ander nog niet volledig is uitgekristalliseerd, zal de tussenpersoon hier een belangrijke rol kunnen blijven vervullen. Door een vinger aan de pols te houden zal hij snel op toekomstige ontwikkelingen, die volgens mij toch onvermijdelijk zijn, kunnen inspelen. Financiering uit Financiering uit banktegoed spaarloonregeling saldo saldo saldo saldo bank spaarloon bank spaarloon beginsaldo 4.000 1.615 4.000 1.615 Aankoop lijfrente -/-1.615 – – -/-1.615 2.385 1.615 4.000 – Renteopbrengst jaar 1 60 81 100 jaar 2 61 85 103 jaar 3 63 89 105 jaar 4 64 94 108 saldo na 4 jaar 4.597 4.416 Rente is 5%. IB-tarief 50% alleen berekend over banksaldo door de extra rentevrijstelling over spaarloontegoed. De f 4.000 is het saldo boven het door de rentevrijstelling vrijgestelde banktegoed.
De rubriek ‘Open Forum’ staat open voor eenieder die een visie heeft op een kwestie die voor de ontwikkeling van het verzekeringsbedrijf van belang kan zijn. De redactie behoudt zich evenwel het recht voor, een aangeboden bijdrage te weigeren.
Drs A.C. Giuntoni, pensioenadviseur, Roermond

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.