nieuws

Goede wil

Archief

Evenals de Raad van Financiële Toezichthouders (RFT) vindt de Sociaal-Economische Raad (SER) dat niet alle kwaliteitskenmerken van adviseurs in financiële diensten door de branche zelf moeten worden gereguleerd

In het ontwerpadvies aan het kabinet stelt de SER voor de minimumeisen voor integriteit én financiële en juridische zekerheid wettelijk vast te leggen; die voor informatievoorziening en deskundigheid mag de branche zelf regelen. Voor dit standpunt is veel te zeggen. De stroom negatieve publiciteit over op provisie beluste ‘adviseurs’ en de aanhoudende reeks faillissementen van tussenpersonen – soms geholpen door verzekeraars die hun riante leningen willen terughalen – doen afbreuk aan de integriteit van het intermediair en daardoor aan de verzekeringswereld. Logisch dat de SER een bodem in de markt wil leggen als het gaat om integriteit én financiële en juridische zekerheid. De vraag blijft evenwel of de bedrijfstak op het gebied van informatievoorziening wél meer ruimte voor zelfregulering moet krijgen. In de voorbije jaren hebben verzekeraars en intermediair niet of nauwelijks zelfreinigend vermogen aangetoond. Met de terechte kritiek van de consument over bijvoorbeeld tekortschietende (product)informatie, is lange tijd niets gedaan. Zelfregulering, zoals de Code Rendement & Risico, heeft lang niet gebracht wat ervan mocht worden verwacht. En wie herinnert zich niet hoe de leden van de NVA de zichzelf opgelegde verplichting om aandelenbelangen van verzekeraars te melden, niet serieus namen? Zulke gebeurtenissen verleidden de RFT eerder dit jaar al tot de cynische conclusie dat “een grote groep van tussenpersonen niet in staat is de zelfregulering naar letter en geest te implementeren, dan wel niet de intentie heeft om zich aan zelfregulering te binden.” Is het dan louter kommer en kwel in de verzekeringswereld? Nee, lichtpunt is dat de branche zich bewust lijkt te worden dat het zó niet langer gaat. Het verrassend hoge aantal van 8.000 tussenpersonen dat zich vrijwillig heeft aangesloten bij het Klachteninstituut Verzekeringen wijst in die richting. Impliciet voldoet dit intermediair daarmee aan de voorgenomen wettelijke eis van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Een tweede blijk van goede wil zou het instellen van een centraal kwaliteitsregister voor advieskantoren zijn, een variant op het voorstel dat de SER nog verdeeld houdt. Net als bij rijschoolhouders kan de consument zich dan – vóóraf – een objectief oordeel vormen over de kwaliteit van een adviseur. Overigens, van goede wil zou ook de wetgever moeten zijn om het wetsontwerp eindelijk eens de vlag te geven die de lading dekt: Advisering Financiële Diensten in plaats van Bemiddeling Financiële Diensten. Immers, het is een gotspe om direct-writers op één lijn te blijven stellen met bemiddelaars, zoals de afgelopen vijftig jaar in de Wet Assurantiebemiddelingsbedrijf. Wim Abrahamse wabrahamse@kluwer.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.