nieuws

‘Geen Engelse toestanden in Nederland’

Archief

“We moeten zelf het stuur in handen houden door ons zelf normen op te leggen.” Dit betoogde Johan van der Schoot, voorzitter van het overlegplatform Intermediaire Distributie, tijdens een drukbezochte informatie-avond voor tussenpersonen in het Leidse Holiday Inn.

Met ‘Geen Engelse toestanden’ doelt Van der Schoot op de Financial Services Act, die als doel heeft de consumentenbelangen te beschermen. De Britse overheid heeft een woud aan regels opgelegd aan de bedrijfstak. Eén van de regels uit deze wet is, dat de klant ervan verzekerd moet zijn dat hem geen verzekering wordt verkocht, die hem niet past. Elke verzekering wordt aan deze best-advice-regel getoetst.
Van der Schoot ging in zijn verhaal in op een aantal actuele dossiers: stand van zaken met betrekking tot de Wabb (retourprovisie en de provisiestructuur); de concept EU-richtlijn, toezicht op het intermediair en zelfregulering.
Al deze onderwerpen hebben een gemeenschappelijke achtergrond, stelde Van der Schoot, namelijk marktwerking en consumentisme. “De vragen die aan de bedrijfstak gesteld worden, zoals ‘Wat mag ik als klant verwachten?’, ‘Hoe wordt mijn tussenpersoon daarvoor beloond?’, ‘Wat heb ik als klant te zeggen als mijn tussenpersoon zijn werk niet goed doet?’, zijn redelijke vragen. De druk op het intermediair neemt toe, het vergroot de onrust zowel onder intermediair als bij zijn verzekeraars. De algemene lijn van de bedrijfstak richt zich op het vinden van een evenwicht tussen het ‘eigen belang’ en de ‘maatschappelijke druk’. Het is volgens Van der Schoot “meeveren, waar nodig of wenselijk”.
Als beleidsuitgangspunten noemde Van der Schoot onder meer dat een goed werkend systeem niet verstoord moet worden; er sprake moet zijn van een level playing field; dat het werkbaar moet zijn; transparantie, maar alleen voorzover functioneel; en zelfregulering in plaats van wetgeving.
Gedragscode
Vooruitlopend op de concept EU-richtlijn is er vanuit de Nederlandse overheid ook druk gezet op de bedrijfstak. Zo eist de overheid een ‘standaardopdrachtenformulier’. De bedrijfstak krijgt wel de kans dit via zelfregulering tot stand te brengen in overleg met de Consumentenbond. De dreiging van wetgeving is bovendien een stok achter de deur.
Het ‘standaardopdrachtenformulier’ is volgens Van der Schoot geen nieuw fenomeen. “Wij kunnen geen ‘standaardopdrachtenformulier maken”, is zijn boodschap. “Het advies is geen eenheidsworst, maar een maatwerkkostuum. Wat wij wel doen, is de handschoen oppakken, want het past in de bredere maatschappelijke ontwikkeling, het past in de kwaliteitsontwikkeling van het intermediair en het bouwt mee aan de gewenste imagovorming.” De bedrijfstak heeft de handschoen inmiddels opgepakt en een Gedragscode Informatie Dienstverlening Intermediair (Gidi) opgesteld.
Uitvoering
De belangrijkste onderwerpen van de Gedragscode zijn: afstemmen van wat de klant aan werkzaamheden mag verwachten; relatie intermediair tot verzekeraar duidelijk maken; openheid over de beloning van het intermediair; objectieve kwaliteitsindicaties; aansluiting bij de Stichting Klachteninstituut Verzekeraars (SKV) en de mogelijkheid tot beëindiging van de relatie bieden.
De reikwijdte van de gedragscode is de particuliere markt en de code geldt voor het gehele intermediair. De concurrentieverhoudingen moeten gelijk blijven en ook direct-writers zouden zich aan dezelfde informatieplicht moeten houden.
Over de basis van de Gedragscode is tussen de NVA, NBVA en Verbond van Verzekeraars inmiddels consensus bereikt. Overleg vindt plaats met de Consumentenbond en het streven is dat alle tussenpersonen zich onderwerpen aan de Gedragscode. De verwachting is dat halverwege dit jaar een en ander zijn beslag kan krijgen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.