nieuws

Geen dekkingssamenloop bij dwarsleasie door ingestorte stal

Archief

Een werknemer graaft met een mini-graafmachine de grond af van een stal. Kort voordat het werk klaar is, stort de zolder van de stal in. De werknemer loopt een dwarslaesie op. De AVB-verzekeraar en de verzekeraar van de graafmachine zijn het niet eens over de oorzaak van de instorting en van de dwarslaesie.

De AVB-verzekeraar van de werkgever (een loonbedrijf) gaat ervan uit, dat de – in Duitsland gelegen – stal stal is ingestort, doordat de werknemer de graafmachine tegen een stut heeft gereden. Deze oorzaak staat in een rapport van de (Duitse) politie en in de schadeaangifte bij de AVB-verzekeraar. Maar volgens een expertiserapport heeft de werknemer geen schok gevoeld en zou de stut zijn ingestort door trillingen die werden veroorzaakt door graafwerkzaamheden in de betonnen vloer. In dit expertiserapport staat ook, dat niet moet worden uitgesloten dat de werknemer te diep heeft gegraven.
Aangezien ‘door of met een voertuig veroorzaakte schade’ niet is gedekt op de AVB, wil de verzekeraar geen dekking verlenen. Ook indien trillingen de oorzaak van de instorting zouden zijn, is er volgens hem geen dekking. Want: “Zonder handeling met de graafmachine was de stut niet omgevallen en was het dak niet ingestort”. De verzekeraar stelt dat hij het hierbij niet ter zake vindt doen, of de veiligheidseisen wel of niet voldoende in acht zijn genomen. De kraan was namelijk, op instructie van de werkgever, niet voorzien van een cabine en veiligheidsbeugel. De werkgever vond dat daar ter plekke niet mee kon worden gewerkt. AVB-verzekeraar
De AVB-verzekeraar verwijst bij zijn afwijzing naar een arrest van de Hoge Raad op 16 februari 1996, NJ 1997,186 (Zürich/Siemen). Uit dit arrest blijkt, “dat een werkmateriaalpolis de aansprakelijkheid dekt die kan voortvloeien uit het gebruik van een motorrijtuig ongeacht of de schade is veroorzaakt door een fout aan boord dan wel buiten boord van het motorrijtuig”. “Daaronder valt”, aldus de AVB-verzekeraar, “ook een regiefout die tot schade door middel van het motorvoertuig leidt”. De verzekeraar gaat er hierbij van uit, dat de werkzaamheden vooraf voldoende zijn geïnspecteerd. In tegenstelling tot de verzekeraar van de graafmachine, maakt hij niet uit het expertiserapport op, dat de inspectie voldoende is geweest.
De AVB-verzekeraar verwijst ook naar uitspraak 33 van de Commissie Samenloop. Analoog aan deze uitspraak zou er, indien de stut is omgevallen door trillingen, sprake zijn van ‘met het motorrijtuig veroorzaakte’ schade. “Ook in deze situatie moet niet de AVB, maar de materieelpolis, dekking verlenen.” Ten slotte verwijst de verzekeraar naar een arrest van het Hof Amsterdam op 10 mei 1984, VR 1984, 119 (volgens welke een werkmaterieelpolis, en niet een AVB, de aansprakelijkheid van een sloper moest dekken). “Uit dit arrest blijkt dat bij de AVB-zinsnede ‘door of met een voertuig’, het woordje ‘met’ niet anders kan slaan dan op schade veroorzaakt doordat het voorwerp is gebruikt, zonder dat de oorzaak in of op het voorwerp is gelegen.” Schade-oorzaak
De werkgever heeft de graafmachine verzekerd op een werkmaterieel-WA-polis. De betrokken verzekeraar vindt dat de instorting van de stal niet is veroorzaakt ‘met of door het verzekerde object’ (zie kader). Volgens hem is de stal ingestort door ondeugdelijk stutten, anders gezegd: “door regiefouten”, en daarvoor zou de polis geen dekking bieden.
Maar niet alleen over de oorzaak van het instorten van de stal zijn de verzekeraars het oneens. De werkmaterieelverzekeraar is het ook niet met de AVB-verzekeraar eens dat de schade, de dwarsleasie, is veroorzaakt door het instorten van de stal. Volgens hem is de schade veroorzaakt “doordat de werkgever geen of onvoldoende maatregelen heeft getroffen om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade zou leiden”. “Enige bescherming tegen mogelijk instorten van het dak ontbrak. Voorts heeft het ontbroken aan de veilige werkomgeving, waarvoor de werkgever ingevolge art. 7:658 BW moet zorgen. De cabine en de beugel zijn immers op uitdrukkelijke instructie van de werkgever verwijderd, dan wel niet aangebracht.” De schade is dus volgens de werkmaterieelverzekeraar niet ‘met of door’ het verzekerd object ontstaan. Dit blijkt volgens hem ook uit de volgende woorden van de werknemer in het expertiserapport: “Ik weet zeker dat wanneer er een cabine of beugel op de machine was gemonteerd, ik geen dwarsleasie aan dit ongeluk had overgehouden.” Om kort te gaan: “Dit is een typisch AVB-risico. Het feit dat op de werkmaterieelpolis werkgeversaansprakelijkheid is meeverzekerd, doet daar niet aan af.” Van tafel
Volgens de werkmaterieelverzekeraar verwijst de AVB-verzekeraar ten onrechte naar genoemd arrest van de Hoge Raad. Het zou om een onvergelijkbare zaak gaan en bovendien moet worden bedacht dat op het arrest veel kritiek is geuit in de verzekeringwereld en in de literatuur. “In het Verzekeringsarchief nr 1 van 1998 komen mr. P.F.W.A. van Dam en mevrouw mr. M.A.H.A. Bos-van der Weijst inzake de landmaterieelpolis tot de conclusie dat in een werksituatie bedieningsfouten en schade, veroorzaakt door gebreken aan het verzekerd object wel gedekt zijn, doch regiefouten niet.” Ook een beroep op uitspraak 33 van de Commisise Samenloop, faalt volgens de verzekeraar. “Die uitspraak handelde over een regiefout en daarvan is in dit geval geen sprake. Bovendien is die uitspraak bekritiseerd door onder anderen de professoren Mok en Wansink.” Commissie
De commissie stelt vast dat de stal door drie oorzaken kan zijn ingestort: het raken van de stutpaal, trillingen, en te diep graven. “Hoewel niet geheel is uit te sluiten dat het dak is ingestort door een andere dan een van de drie genoemde oorzaken, moet redelijkerwijs worden aangenomen dat – mede gelet op het feit dat de cabine en de veiligheidsbeugel van de graafmachine waren verwijderd – het werken met de (onvoldoende beveiligde) graafmachine de oorzaak van de schade is.”
De commissie stelt vast, dat de werkmaterieel-WA-verzekering, ingevolge artikel p onder a en e (zie kader), dekking biedt voor deze schade. Dit, omdat “het hiervoor weergegeven feitencomplex valt binnen de dekkingsomschrijving ‘aansprakelijkheid’ terzake van enige werkzaamheid en/of handeling met en’/of door het verzekerde object of enig onderdeel hiervan”. De conclusie: “Er is geen samenloop van dekking, omdat de aansprakelijkheid van het loonbedrijf voor de veroorzaakte schade uitsluitend is verzekerd op de WA-verzekering.”De werkmateriaal-verzekering
De werkmateriaal-WA-verzekering vergoedt volgens de speciale clausule voor landmateriaal, artikel p, de schade die:
“de werkgever van de onder 1 en 2 genoemde personen (waaronder de bestuurder van het verzekerde object), indien deze in die hoedanigheid aansprakelijk is, op grond van wettelijke bepalingen krachtens rechterlijke uitspraak in het hoogste ressort of ingevolge transactie met toestemming van de verzekeraar aangegaan, hetzij op grond van enige overeenkomst, gehouden is aan derden te geven terzake van:
a. het verzekerde object of enig onderdeel daarvan…
e. enige werkzaamheid en/of handeling met en/of door het verzekerde object of enig onderdeel daarvan.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.