nieuws

‘Geen aanleiding voor onderzoek naar praktijk letselschaderegeling’

Archief

Er komt geen overheidsonderzoek naar het eventueel door verzekeraars onder druk zetten van onafhankelijke deskundigen (lees: artsen en belangenbehartigers) in het kader van letselschaderegeling. Dit zegt minister Korthals (Justitie) in zijn antwoorden op schriftelijke vragen van de Tweede-Kamerleden Santi en Dittrich.

Santi (PvdA) en Dittrich (D66) waren onlangs beiden te gast in het tv-consumentenprogramma Radar (Tros), dat een felle schijnwerper zette op de personenschaderegeling (zie AM 19, pag. 3). Het was met name de Leeuwardense letseladvocaat Piet Sieswerda, die de beschuldigende vinger uitstak naar aansprakelijkheidsverzekeraars.
“Uit de aan mijn collega van Financiën ter beschikking staande gegevens blijkt niet dat er sprake zou zijn van structurele beïnvloeding door verzekeringsmaatschappijen van onafhankelijke deskundigen. Ik ben dan ook van mening dat een onderzoek op dit moment niet aan de orde is”, aldus Korthals.
Aanhoudende zorg
De Justitie-minister merkt in zijn beantwoording op dat zijn collega Zalm (Financiën) zich ervan heeft vergewist dat de behandeling van letselschade bij het Verbond van Verzekeraars een punt van aanhoudende zorg is “en dat op korte termijn wordt bezien op welke wijze nadere acties een extra impuls kunnen geven aan een zorgvuldige afhandeling van letselschade. Gedacht wordt onder andere aan een extra circulaire aan de leden”.
Met het oog op de beweringen dat verzekeraars gerechtelijke procedures rekken, verzochten Dittrich en Santi om de rechterlijke macht een overzicht te laten geven van het aantal aanhangige letselzaken, de duur ervan en de reden van aanhoudingen. Korthals vindt dit “op dit moment niet zinvol”. Zijn motivering: er is bij het parlement een wetsvoorstel aanhangig om het voortslepen van gerechtelijke procedures in het algemeen tegen te gaan.
Procespositie
Ten aanzien van versterking van de (proces)positie van claimanten verwijst Korthals naar twee bij het parlement aanhangige wetsvoorstellen. “Ten eerste is wetsvoorstel 26.855 tot herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken, in het bijzonder de wijze van procederen in eerste aanleg, van belang.” Met dit wetsvoorstel wordt beoogd een snelle afwikkeling van gerechtelijke procedures te bevorderen door onder meer het accent van de procedure te verschuiven naar de mondelinge behandeling.
“Ten tweede valt wetsvoorstel 19.529 tot vaststelling van titel 7.17 (verzekering) en titel 7.18 (lijfrente) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, te noemen. Dit wetsvoorstel creëert bij onverplichte aansprakelijkheidsverzekeringen de mogelijkheid voor slachtoffers om een vordering rechtstreeks bij de verzekeringsmaatschappij van de aansprakelijke partij in te stellen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.