nieuws

Fraudesignaal

Archief

Verzekeraars zien in toenemende mate het maatschappelijke belang van een gezamenlijke fraudebestrijding

Dit signaal gaf het Verbond van Verzekeraars eerder dit jaar af naar aanleiding van de forse groei van het aantal ‘harde’ fraudemeldingen bij het Centraal Incidentenregister van het eigen Fraudeloket. Sinds de eeuwwisseling is dat aantal zowat verdrievoudigd. “Het oplichten van verzekeraars scoort niet meer als borrelpraat. Het besef is groeiende dat we verzekeringsfraude met z’n allen betalen”, meende het Verbond daaruit af te mogen leiden. De jongste publicatie van Krammer Software, ontwikkelaar van een fraudesignaleringsprogramma, schetst echter een totaal ander beeld van de fraudebestrijding in de verzekeringsbedrijfstak. Hoewel – uit opgave van het Verbond – jaarlijks voor ongeveer e 600 mln wordt gesjoemeld met schadeclaims, staat de fraudeaanpak nog steeds in de kinderschoenen. Ruim zes jaar (!) na het sluiten van het Fraudeprotocol is er een begin gemaakt met de elektronische uitwisseling van fraudemeldingen tussen de verzekeraars en het Openbaar Ministerie. Voor die tijd was het protocol “een inhoudsloze overeenstemming”, is de kritiek van het Fraudemeldpunt Noord en Oost-Nederland, dat belast is met verzekeringsfraude. Deze kritiek is niet geheel ten onrechte. Het aantal fraudemeldingen mag dan jaarlijks fors toenemen – in 2003 met zelfs 77% naar bijna 1.500 – toch blijft het nog maar het topje van de ijsberg. Het werkelijke ‘dark number’ is vele malen hoger. Immers, van alle verzekeraars die het Fraudeprotocol hebben ondertekend, maakt ruim eenderde daadwerkelijk melding van fraude. Het is dus niet vreemd dat de Algemene Rekenkamer recentelijk in een vervolgrapportage over fraudebestrijding vaststelt dat de ‘pakkans’ van ‘horizontale fraude’, waaronder verzekeringsfraude, nog steeds (te) laag is. Het ontwikkelen van een fraudebeleid, zoals dit jaar door zorgverzekeraars, garandeert niet dat er ook werk wordt gemaakt van een systematische aanpak van fraude. Uit vrees voor imagoschade, maar ook uit koele berekening (“Wat klanten stelen, is toch al verdisconteerd in de premiestelling”) laten de meeste maatschappijen het liever afweten. Zoals zo vaak, geven commerciële redenen daarbij de doorslag. Indirect geven verzekeraars daarmee wél het signaal af naar potentiële fraudeurs dat zij ongestoord hun gang kunnen blijven gaan. En dat terwijl 90% van het publiek voor een harder optreden tegen verzekeringsfraude is en bijna driekwart daarvoor het gebruik van privacygevoelige informatie toestaat. Kennelijk zijn verzekeraars erg kort van memorie dat verzekeringsfraude “met z’n allen moet worden betaald”. Dat een gedegen fraudeaanpak loont, is vorig jaar gebleken toen driehonderd fraudemeldingen over reisverzekeringen net zo veel geldboetes opleverden. Verzekeraars zullen dus het maatschappelijke belang moeten laten prevaleren boven het eigenbelang. Het Verbond kan dit stimuleren door de namen van verzekeraars en de aantallen fraudemeldingen aan de openbaarheid prijs te geven. Daaraan zal de buitenwereld kunnen aflezen dat het de branche nu écht menens is! Wim Abrahamse wabrahamse@kluwer.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.