nieuws

Fiscus wil bewijs zien van werk voor doorlopende provisie

Archief

Demissionair staatssecretaris Steven van Eijck (Financiën) heeft in een brief aan de brancheorganisaties uitgelegd, dat de Belastingdienst in beginsel doorlopende provisie zal belasten in het jaar waarin deze is ontvangen. Echter, de tussenpersoon moet wel aantoonbaar werkzaamheden hebben verricht die zijn gerelateerd aan de provisie.

De intermediairorganisaties NVA en NBVA hebben beide verheugd gereageerd op de brief van de staatssecretaris. Volgens de NVA heeft Van Eijck duidelijkheid gecreëerd. “De staatssecretaris volgt de vertegenwoordigers van de bedrijfstak in hun argumentatie dat bij moderne levenproducten niet alleen sprake is van initiële handelingen bij het afsluiten van de post, maar van voortdurende activiteiten ten behoeve van het onderhouden van de post richting klant (zorgplicht).”
Richting de eigen leden meldt de NVA nog dat “het zaak is dat onze leden met verzekeraars in beloningsafspraken (samenwerkingsovereenkomsten) duidelijk vastleggen waarvoor welke provisie(component) wordt betaald”. De NVA zegt met verzekeraars te gaan overleggen over de wijze waarop de benodigde duidelijkheid in de provisie moet worden vormgegeven.
De NBVA is evenzeer verheugd met het gewijzigde standpunt van het ministerie van Financiën. Eind september liet het ministerie nog weten dat het “algemeen landelijk beleid” was om doorlopende provisie te belasten in het aanvangsjaar van een levensverzekering. Wel wijst de NBVA op de administratieve lasten die het intermediair staan te wachten. “Ik ga er vanuit dat elke professionele adviseur op doorlopende wijze onderhoud pleegt op zijn portefeuille”, aldus woordvoerder Paul Oostdam. “Maar ik hoop toch niet dat elk telefoontje of verstuurde brief straks moet worden uitgedraaid voor de fiscus.” De NBVA gaat aan Financiën vragen welke eisen zij op dit punt gaat stellen aan de dossiervorming van tussenpersonen.
Evenredigheid
In zijn brief aan de brancheorganisaties meldt staatssecretaris Van Eijck dat de inhoud alleen een schriftelijke vastlegging is van hetgeen is uitgewisseld tussen de partijen tijdens een gesprek op het ministerie. Essentieel zijn de laatste drie alinea’s uit de brief:
“Kern van de zaak is dat de tussenpersoon in enig jaar diensten levert die aantoonbaar gerelateerd zijn aan de provisie verstrekt in datzelfde jaar. Hierbij hoeft geen sprake te zijn van evenredigheid tussen de hoogte van de ontvangen provisie en de omvang van de geleverde diensten.”
“Indien deze relatie voldoende sterk is, lijkt de (te) ontvangen provisie niet toegerekend te moeten worden aan het jaar waarin de (eerste) verzekeringsovereenkomst wordt gesloten, maar steeds aan het jaar waarin de (aanvankelijk onzekere) provisie wordt ontvangen. Dit omdat zij betrekking heeft op de in die jaren verrichte werkzaamheden door de tussenpersoon.”
De derde belangrijke alinea luidt: “Overigens zal de Belastingdienst steeds aan de hand van de feiten (de feitelijk verrichte of nog te verrichten werkzaamheden) per individueel geval moeten beoordelen of heffing over de provisie moet plaatsvinden in het eerste jaar of ook in de latere jaren waarin de provisie wordt betaald. In deze feitelijke beoordeling meng ik mij niet.”
Van Eijck sluit af met de zin “Ik vertrouw erop dat met bovenstaande weergave van de bespreking van 2 oktober de onrust in de branche is weggenomen”. Dat laatste is geenszins het geval (zie het Open Forum op pag. 20.). De staatssecretaris laat veel ruimte voor interpretatie open. Wat is bijvoorbeeld een voldoende sterke relatie tussen verrichte dienst en provisie? Waarom zegt Van Eijck dat bij een voldoende sterke relatie de provisie lijkt te moeten worden toegerekend aan het jaar van ontvangst? En hoe vrij is de Belastingdienst in de beoordeling van individuele gevallen?
“Dit is vlees noch vis”, zo oordeelt Robert Barnhoorn, één van de eerste tussenpersonen die een aanslag van de Belastingdienst binnen heeft gekregen om doorlopende provisie (zonder enige provisiebeschermingstermijn) in de aanvangsjaren van de verzekeringen fiscaal af te rekenen (zie AM 18, pag. 1). “Wil ik mijn aanslagen veranderd krijgen, dan zal ik waarschijnlijk veel moeite moeten gaan doen om per polis aan te tonen welke werkzaamheden ik daarvoor de afgelopen jaren heb verricht. En ik vrees voor de administratieve rompslomp in de toekomst. Je zult dus in elk dossier gespreksnotities moeten gaan bijhouden.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.