nieuws

Fiscus legt bom onder doorlopende provisie

Archief

De Belastingdienst heeft een bom gelegd onder doorlopende provisie bij levensverzekeringen. De fiscus behandelt voortaan alle doorlopende provisie als afsluitprovisie: de contante waarde van de toekomstige provisiebetalingen wordt derhalve belast in het aanvangsjaar van de verzekering. Tussenpersonen en verzekeraars zijn verbijsterd.

In Leeuwarden, waar zich het fiscale kenniscentrum op het gebied van assurantietussenpersonen bevindt, heeft een speciale werkgroep zich de afgelopen maanden over dit onderwerp gebogen. Na overleg met het ministerie van Financiën is een landelijk geldend standpunt ingenomen: doorlopende provisie bij levensverzekeringen wordt fiscaal behandeld als afsluitprovisie.
De onderliggende argumentatie ontleent de fiscus grotendeels aan een uitspraak van de Hoge Raad van 21 april 1982. Het arrest stelt dat volgens ‘goed koopmansgebruik’ provisie die aan het einde van een jaar is ontvangen óf onder een tijdsbepaling is te vorderen, bij de winst van dat jaar moet worden gerekend. Dat vonnis viel een tussenpersoon ten deel die afsluitprovisie in tien delen aan de winst wilde toevoegen, met als argument dat de verzekeraar een verdientermijn van tien jaar hanteerde. Hij mag voor het terugboekingsrisico wel een onbelaste voorziening treffen.
De fiscus is verder van mening dat de werkzaamheden van een tussenpersoon zich bij levensverzekeringen beperken tot het sluiten van de overeenkomst. De daarbij behorende inkomsten worden daarom volledig toegerekend aan het jaar waarin de overeenkomst tot stand is gekomen.
Het ministerie van Financiën kan zich de verbijstering in assurantieland niet voorstellen. “Dit standpunt van de Belastingdienst is helemaal niet nieuw. Verzekeraars hebben slecht voorwerk verricht”, zo vat woordvoerder Roel van Koperen samen. Het besluit van de werkgroep in Leeuwarden is overigens niet publiekelijk bekend gemaakt.
Belachelijk
Frank Elion, directielid van verzekeraar Delta Lloyd die bij z’n belangrijkste levenproduct (Financieel Vrijheidsplan) alleen doorlopende provisie als beloningsvorm heeft, kan de woorden van Financiën nauwelijks serieus te nemen. “Dit is landelijk beleid? Dat lijkt me toch een voorbarige conclusie. Het zou een heel slechte zaak zijn voor het gezond maken van de financiële huishouding van tussenpersonen. Dit is niet in het belang van de bedrijfstak, noch in dat van de klant.”
Bert Lugtigheid, bestuursvoorzitter van Levob, weet niet wat hij hoort. “Is dit het algemene beleid van de fiscus ten opzichte van doorlopende provisie bij levensverzekeringen? Het is belachelijk. Doorlopende provisie wordt bij schadeverzekeringen toch ook niet zo behandeld? Dit standpunt houdt de fiscus nooit staande!”
Intermediairorganisatie NBVA heeft de kwestie afgelopen voorjaar al eens aangekaart bij de Belastingdienst Grote Ondernemingen in Amsterdam. “Daar hebben we nooit antwoord op hebben gekregen”, zegt woordvoerder Paul Oostdam. “Inhoudelijk zijn wij het totaal oneens met dit fiscale standpunt, want het maakt doorlopende provisie feitelijk onmogelijk. Het bewijst maar weer eens hoe twee onderdelen van een zelfde ministerie volstrekt langs elkaar heen kunnen werken. Want er ligt ook een rapport ‘Overstapkosten’ van de werkgroep Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW), die stelt dat de branche eigenlijk over moet stappen van afsluitprovisie naar doorlopende provisie.”
Verzekeraars en tussenpersonen kunnen op steun rekenen van de Consumentenbond. “In principe is dit geen zaak voor ons”, zegt bondsmedewerker Rob Goedhart. “Maar omdat het consumenten indirect kan raken, zullen we bij het ministerie van Financiën dringend om aandacht gaan vragen voor het onderwerp. Het zou toch van de zotte zijn als hierdoor afsluitprovisie alom blijft bestaan, omdat tussenpersonen die zich laten belonen met doorlopende provisie – zoals we dat allemaal graag zien – op deze manier niet aan hun welverdiende boterham kunnen komen.”
Voorbeeld
Robert Barnhoorn, eigenaar van Bureau Barnhoorn in Eindhoven, zegt zijn zaak zelfs te kunnen sluiten als de Belastingdienst voet bij stuk houdt. “Doorlopende provisie is bij verzekeringsproducten mijn enige beloning. Overigens zonder enige provisiebescherming: als volgend jaar de polissen worden opgezegd, heb ik geen inkomsten meer.”
“De Belastingdienst Eindhoven heeft mijn aangifte Inkomstenbelasting over 1999 en 2000 niet goedgekeurd. Ze accepteren fiscaal geen doorlopende provisie en stellen dat belasting moet worden geheven over de contante waarde, in feite dus afsluitprovisie. Het was niet eenvoudig om volledig te gaan werken op basis van doorlopende provisie en uurdeclaraties, maar op deze manier wordt het onmogelijk. Dit is een te grote aanslag op mijn liquiditeit. Het kan niet waar zijn, denk ik nog steeds.”
Jaap Brouwers van assurantiekantoor Elingaweg in Ferwerd twijfelt niet aan het standpunt van de fiscus. Brouwers kreeg afgelopen voorjaar in een bezwaarprocedure – tegen uitgerekend de Belastingdienst Leeuwarden – ongelijk. “Ik wilde afsluitprovisie in tien stukjes knippen, gelijk aan de verdientermijn. Dus in het eerste jaar heb ik een tiende als winst opgevoerd en de rest als vordering op de balans gezet. ‘Nee’, zei de fiscus, met verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad uit 1982. Nu heb ik toevallig een fiscale achtergrond en dus voorvoelde ik dat dit beleid ook wordt gehanteerd bij beloning op basis van doorlopende provisie. Het maakt de fiscus niet uit hoe de beloning wordt uitgekeerd, hij kijkt alleen naar het moment waarop de beloning is verdiend. De lobby voor overgang van afsluitprovisie naar doorlopende provisie heeft de fiscus volledig over het hoofd gezien. Maar geloof me, het is een belangrijke partij in deze.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.