nieuws

Fiscaliteit rond aov-produkten

Archief

mr J-O. Kuijkhoven

Sinds de invoering van de Wet Terugdringing Beroep op de Arbeidsongeschiktheidsregelingen (Wet TBA) zijn in de collectieve sfeer veel produkten ontwikkeld die toezien op de bestrijding van inkomensachteruitgang wegens arbeidsongeschiktheid. Het sluiten van die collectieve aov-contracten kan meestal niet los worden gezien van de fiscaliteit.
Enige verdieping in de (soms complexe) materie is van groot belang voor tussenpersonen en verzekeraars. Zeker ook met het oog op de komende privatisering van de wao. Daarom worden hierna de hoofdlijnen van de fiscale regelgeving en ervaringen bij collectieve aov-verzekeringen op een rijtje gezet.
Als de werkgever een belangrijke rol vervult bij het tot stand komen van een aov-contract, dan kan dit verstrekkende gevolgen hebben voor de inhoudingsplicht van diezelfde werkgever. Verstrekt hij aan zijn werknemer een aanspraak in de zin van de Wet op de Loonbelasting (Wet LB), dan behoort het premiebedrag voor de verzekering tot het fiscale loon. Er moet dus belasting over worden betaald. Het deel dat de werknemer eventueel zelf betaalt, mag in mindering worden gebracht op de waarde van de aanspraak. Voorbeeld belaste aanspraak: Bruto maandloon f 3.500 Premie f 500 Af: werknemersbijdrage f 100 Belaste aanspraak (per saldo) f 400 ——- Belastbaar loon f 3.900
Wat is een aanspraak?
Wat nu een aanspraak is, staat echter nergens in de wet omschreven. Uit de uiterst omvangrijke literatuur en jurisprudentie kan de volgende enigszins vereenvoudigde definitie worden afgeleid. Een aanspraak is: een uit de dienstbetrekking voortvloeiend recht om – vaak onder voorwaarde of tijdsbepaling – één of meerdere uitkeringen te ontvangen, waarbij kenmerkend is dat door de werkgever een voorziening wordt getroffen die zich ertoe leent ondergebracht te worden in een fonds of bij een verzekeraar.
Het voert te ver de samenstellende delen van de definitie in het kader van dit artikel te behandelen. Duidelijk moge zijn dat er niet zonder meer sprake is van een aanspraak.
Uitzondering op hoofdregel
Er zijn belangrijke uitzonderingen op de hoofdregel dat een aanspraak tot het loon wordt gerekend. Een zeer belangrijke uitzondering is die ten aanzien van aanspraken ingevolge een pensioenregeling. Een pensioenregeling, gedefinieerd in de Wet LB, ziet niet alleen toe op ouderdoms- en nabestaandenpensioenen, maar eveneens op invaliditeitspensioenen.
De eisen waaraan een (invaliditeits-)pensioenregeling moet voldoen zijn legio. De belangrijkste zijn: het tot doel hebben van verzorging van werknemers (of hun nabestaanden) bij invaliditeit. Daarnaast mag het pensioen niet uitgaan boven hetgeen naar maatschappelijke opvattingen redelijk moet worden geacht, mede in verband met diensttijd en genoten beloning. Voor de praktijk is van belang dat voor een nabestaanden- en invaliditeitspensioen tot het wettelijk begrip diensttijd ook toekomstige diensttijd gerekend mag worden.
Onder het wettelijke begrip pensioenregeling valt ook een regeling die voor een klein deel betrekking heeft op onzuivere elementen. De belastingdienst is echter behoorlijk afkerig van onzuivere elementen. Het belang is groot: (het werkgeversdeel van) de premie voor de regeling wordt óf geheel wel óf geheel niet tot het loon gerekend.
Bevat de regeling naar de mening van de belastingdienst teveel onzuivere elementen, dan is er sprake van een onzuivere pensioenregeling en wordt de aanspraak wel tot het loon gerekend. In de praktijk is het al vaker voorgekomen dat er daardoor naheffingen loonbelasting/premies werknemersverzekeringen hebben plaatsgevonden, al dan niet gepaard gaande met fiscale boeten.
Voorbeeld onbelaste aanspraak
Onderstaand voorbeeld laat een onbelaste aanspraak zien in gevolge een pensioenregeling. In vergelijking tot het eerste voorbeeld geeft dit niet alleen een duidelijk verschil van f 500 aan. Het voorbeeld laat ook zien dat er enorme belangen spelen. Zeker als het om meerdere dekkingen gaat. Bruto-maandloon f 3.500 Werkgeversbijdrage f 400 Af: werknemersbijdrage f 100 ——- Belastbaar loon f 3.400
Voor een werkgever en daarmee voor de verzekeraar is het dus van uitermate groot belang of de regeling die aangeboden wordt, gekwalificeerd kan worden als een pensioenregeling. Voor de werkgever (en daarmee ook zijn adviseur) is tevens de vraag urgent of er gesproken kan worden van een aanspraak.
De praktijk leert dat zowel werkgever als verzekeraar te weinig aandacht besteden aan deze fiscale dubbelvoorwaarde. Vaak is de commerciële druk of onbekendheid met de materie daar debet aan.
Is er in het geheel geen aanspraak tot stand gekomen, dan kan de werknemer de premie overigens onder voorwaarden in de inkomstenbelastingsfeer in aftrek brengen. Maar ook hieraan kunnen nog een aantal haken en ogen zitten.
Pensioen- en spaarfondsenwet
Het laatste attentiepunt dat ik hier voor invaliditeitspensioenen wil vermelden, is dat de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) van toepassing is. De inhoud van deze wet leent zich er niet toe om in enkele regels behandeld te worden. Wel kan gesteld worden dat als deze wet van toepassing is, dit zowel voor de verzekeraar als voor de werkgever een aantal belangrijke verplichtingen oplevert.
Alternatieve kwalificaties IP
Aanspraken die naar aard en strekking overeenkomen met aanspraken ingevolge de Ziektewet, de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekeringen en de Werkloosheidswet behoren net als aanspraken ingevolge een pensioenregeling niet tot het loon. Dit betreft derhalve een escape in het geval een invaliditeitspensioenregeling niet wordt goedgekeurd door de belastingdienst.
Aangezien de PSW ook op dergelijke aanspraken van toepassing kan zijn en bovendien overhevelingstoeslag over eventuele uitkeringen is verschuldigd, valt een alternatieve kwalificatie meestal niet te verkiezen.
Ruwe schets
Bovenstaande kan slechts gelden als een zeer ruwe schets van de problematiek op het gebied van collectieve aov-produkten. Vele aspecten zijn vooralsnog niet aan bod gekomen of onderbelicht gebleven.
Een conclusie die niet alleen uit theorie, maar voornamelijk uit praktijkervaring kan worden getrokken, is dat de fiscale duiding van aov-contracten uiterst gecompliceerd kan zijn en verzekeringen vaker dan oorspronkelijk gedacht voorlegging aan de belastingdienst behoeven. Dit geldt met name als een aov-produkt op meerdere dekkingen toeziet. Jan-Olivier Kuijkhoven is werkzaam bij de Fiscale Sectie Pensioenen en Verzekeringen van Coopers & Lybrand Amsterdam

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.