nieuws

Fiscale en commerciële aspecten van saldolijfrente

Archief

De populariteit van de saldolijfrente – onder invloed van de op 1 januari ingegane wet ‘Herziening ab-regime, consumptieve rente en vermogensbelasting’ – heeft in de praktijk niet alleen tot meer advisering geleid, maar ook tot uitvoeringsproblemen. Het saldostamrecht is namelijk verre van eenvoudig, de fiscale regelgeving strikter dan menigeen vermoedt. Hieronder komen de belangrijkste fiscale en commerciële aandachtspunten aan de orde.

Mr. J.O. Kuijkhoven
Met de term saldolijfrente – of saldostamrecht – wordt bedoeld een recht op periodieke uitkeringen, waarbij de uitkeringen belast worden volgens de saldomethode van artikel 25 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (IB). Van groot belang voor een saldolijfrente is de volgende passage uit artikel 25 Wet IB: “Tot de inkomsten uit vermogen behoren periodieke uitkeringen en verstrekkingen die de tegenwaarde voor een prestatie vormen voor zover zij, samen met de krachtens het desbetreffende recht van de verzekeraar reeds ontvangen uitkeringen en verstrekkingen, de waarde van de prestatie te boven gaan (…)”
Anders gezegd, de op grond van de saldolijfrente-overeenkomst te ontvangen uitkeringen zijn onbelast, totdat de som van de betaalde termijnen de som van de niet-aftrekbare premies en/of koopsom overtreft. Dit moment wordt het omslagpunt genoemd.
De uitkeringen kunnen direct ingaan of uitgesteld worden. Des te langer het uitstel duurt, des te langer het omslagpunt én dus belastingheffing over de belaste termijnen wordt uitgesteld. Uiteraard is ook de hoogte van de termijnen van invloed op het moment waarop het omslagpunt wordt bereikt.
Overigens worden de belaste termijnen integraal en progressief betrokken in de heffing van de inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen.
Periodiek
De uitkeringen van de saldolijfrente-overeenkomst dienen periodiek plaats te vinden: bijvoorbeeld iedere maand of ieder jaar. De hoogte van de uitkeringen mag fluctueren, als het contract daartoe tenminste ruimte biedt. Een flexibiliteit die bij een (gefacilieerde) lijfrente nauwelijks aanwezig is.
Voor de bandbreedte van de uitkeringen bestaan geen duidelijke regels. Duidelijk is wel, dat het bedingen van buitenproportionele en vooral a-periodieke uitkeringen om problemen vragen is. Twintig uitkeringen van f 100 en drie uitkeringen van f 100.000 zullen hoogstwaarschijnlijk niet als termijnen uit één en hetzelfde stamrecht worden aangemerkt. Termijnen van f 60.000 vóór het omslagpunt, die daarna f 150.000 bedragen om dezelfde netto-uitkering te kunnen genieten, zijn wel als periodieke uitkeringen uit hetzelfde stamrecht aan te merken.
De hoogte van de uitkeringen dient uiterlijk op het moment dat de eerste uitkering ingaat, te worden vastgesteld. Het nadeel van dit vooraf vaststellen van de uitkeringen is een verlies aan flexibiliteit. Dit kan worden weggepoetst door het stamrechtcontract te vervangen door een nieuwe stamrechtovereenkomst. De Wet IB biedt deze mogelijkheid.
Als er geen sprake is van een vast rendement, dan kunnen de uitkeringen hoger of lager worden dan in eerste instantie is overeengekomen. Ook dat ontmoet in principe geen bezwaren, mits het contract goed is geredigeerd.
Verzekeraar
Als verzekeraar van het saldostamrecht kan een professioneel verzekeraar optreden, maar ook een (eigen) BV. Wordt een stamrecht bij een eigen BV ondergebracht, dan moet aandacht worden besteed aan de eisen van zakelijkheid die de belastingdienst stelt aan eigen-beheersituaties. Bij gebleken niet-zakelijkheid van het contract, óf het niet voldoen aan de eisen van een periodieke uitkering, wordt de rente van jaar tot jaar belast. Overigens geldt dat laatste ook voor niet kwalificerende contracten met een professioneel verzekeraar.
Afkoop
Als een contract de mogelijkheid tot afkoop biedt, dan kan de fiscus verdedigen dat de saldomethode niet van toepassing is. Het contract ziet dan juridisch toe op meer dan alleen het verstrekken van periodieke uitkeringen zoals bedoeld in artikel 25 Wet IB, ondanks het feit dat het rente-element in de afkoopsom progressief zal worden belast.
Is in een contract niet bepaald over afkoop, dan voldoet het volgens de jurisprudentie aan de regels van artikel 25 Wet IB. Belangrijk is te weten dat partijen ook door niet-schriftelijke overeenkomsten worden gebonden. Wordt dus buiten de polis om overeengekomen dat afkoop mogelijk is, dan is de saldomethode formeel gezien niet van toepassing.
Als in een contract is opgenomen dat afkoop niet mogelijk is, maar wordt later alsnog afkoop overeengekomen, dan leidt dat in principe niet tot het vervallen van de saldomethode. Echter, voor een cliënt is aan expliciet afkoopverbod vaak niet acceptabel. Maar het wel in het contract opnemen van het recht op afkoop is in elk geval sterk af te raden, evenals het formuleren van een afkoopmogelijkheid met wederzijdse toestemming.
Commerciële aspecten
Een belangrijk voordeel van een saldolijfrente is het belastinguitstel. Tussen het moment van storten van de koopsom en de eerste belaste termijn kan een periode van vele (tientallen) jaren zitten.
Daarbij komt dat – naar de huidige stand van zaken – rente over geleend geld ten behoeve van de aanschaf van een saldolijfrente onder voorwaarden aftrekbaar is voor de inkomstenbelasting als niet-consumptieve rente. Hierover is echter (nog) geen beleid gepubliceerd door het ministerie van Financiën. Enige voorzichtigheid met het lenen van geld voor de aanschaf van een saldolijfrente is derhalve op z’n plaats.
Het lenen van geld voor de aanschaf van een saldolijfrente maakt overigens ook het gebruik van de zogeheten nullijn mogelijk. In de Wet op de vermogensbelasting is geregeld dat men kan opteren voor de 68%-regeling: men betaalt dan aan vermogensbelasting en inkomstenbelasting samen niet meer dan 68% van het belastbare inkomen. Indien iemand beschikt over voldoende aftrekposten – bijvoorbeeld rente over geleend geld voor een saldolijfrente – dan kan met de 68%-regeling het belastbaar inkomen van nihil worden bereikt, waardoor noch inkomsten- noch vermogensbelasting wordt betaald.
Er is nog een verband tussen de nullijn en een saldostamrecht. De inkomsten uit het stamrecht vóór het omslagpunt worden niet tot het belastbaar inkomen gerekend. Heeft iemand daarnaast weinig belast inkomen, dan kan de 68%-regeling worden benut.
Overigens is het sinds deze maand wettelijk niet meer mogelijk om af te zien van rente over leningen met de eigen BV en kan ook niet meer worden afgezien van salaris bij de eigen BV. Gebruikmaking van de nullijn is door de politiek aanzienlijk bemoeilijkt.
Begunstiging
De uitkeringen uit het saldostamrecht kunnen aan ieder gewenste begunstigde toekomen en kunnen tijdelijk of levenslang zijn. Bij levenslange uitkeringen loopt de verzekeraar het lang-levenrisico: het risico dat begunstigden langer leven dan op basis van sterftetafels mag worden verwacht.
Vaak is het aantrekkelijk om (jonge) kinderen als begunstigde van een saldostamrecht aan te wijzen; met name na het omslagpunt, als de kinderen geen inkomen hebben. In dit verband is het goed te weten dat het schenkingsrecht terugtreedt, als de begunstigde inkomstenbelasting betaalt over de uitkeringen.
Overigens is een begunstiging herroepelijk, omdat de begunstigde(n) bij onherroepelijke begunstiging voor de contante waarde van de uitkering belast worden met schenkingsrecht.
Conclusie
Aan de vormgeving van een saldolijfrente dient derhalve zorgvuldig aandacht te worden besteed. Het risico dat wordt gelopen bij een onzorgvuldig geredigeerd contract, is het van jaar tot jaar belast worden van de rente. En dat zal slecht vallen bij een cliënt. Zeker omdat het bij saldostamrechten vaak om grote bedragen gaat en de rente (en daarmee de belastingclaim) grote sommen geld kan betreffen.
Jan-Olivier Kuijkhoven is werkzaam bij de Fiscale Sectie Pensioenen & Verzekeringen van Coopers & Lybrand Amsterdam.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.