nieuws

Fiscale aspecten van bedrijfsopvolging (I)

Archief

door mr J.H. Hoekstra

Inspelen op de toekomst is een belangrijk element van het ondernemen. Ondernemers in de verzekeringsbranche verkopen zelfs een produkt dat zich richt op de toekomst van anderen, dekking van risico’s verbonden aan mogelijkerwijs op een later tijdstip plaatsvindende gebeurtenissen. Onzekerheid is in de assurantiewereld een factor van gewicht. Van één ding kan zelfs de assurantie-tussenpersoon 100% zeker zijn, op enig ogenblik zal zijn ondernemen eindigen. Dan kan de bedrijfsopvolging aan de orde komen. Dit is niet alleen het zoeken van een geschikte persoon om het bedrijf voort te zetten. Bedrijfsopvolging betekent ook fiscale planning, het uitzetten van een tijdpad waarbij een aantal stappen in de fiscaal-juridische sfeer worden gedaan die bedrijfsopvolging ook op een fiscaal verantwoorde en voordelige wijze doen plaatsvinden.
Bij de opvolging in het assurantiebemiddelingsbedrijf gaat het om de overdracht van portefeuilles. De wijze van overdracht B mede bepalend voor de fiscale consequenties! B houdt onlosmakelijk verband met de vorm waarin de onderneming wordt gedreven. De blik richt zich in dit artikel op ondernemers die nog niet dachten aan, of nog niet kozen voor, één of meerdere besloten vennootschappen. Aandacht, kortom, voor de opvolgingsproblematiek van de assurantie-tussenpersoon/eenmanszaak.
Verschillende varianten zijn denkbaar. Een ondernemer kan kiezen voor overdracht ineens, of zich geleidelijk terugtrekken. Het laatste komt nogal eens voor bij overdracht aan kinderen. Welke ondernemer droomt niet van opvolging door zoon of dochter? Wellicht is er een personeelslid, dat goede prestaties levert, of een veelbelovend agent, die later de zaken kan overnemen. Ook is het mogelijk dat, indien een kandidaat-opvolger in ‘eigen kring’ ontbreekt, gestreefd wordt naar samenwerking met een derde/assurantie-tussenpersoon. In al die gevallen kan het de voorkeur hebben reeds vóór de gewenste beëindigingsdatum een deel van de onderneming over te dragen, bijvoorbeeld door met de opvolger een maatschap of vennootschap onder firma aan te gaan. Het is ook mogelijk dat de onderneming in één keer, in haar geheel, overgaat. Daarvan is bijvoorbeeld sprake bij verkoop aan een derde. Of als, na voortijdig overlijden van de ondernemer, het bemiddelingsbedrijf door de erfgenamen wordt voortgezet. Een bijzondere vorm van bedrijfsopvolging is die, waarbij de onderneming wordt overdragen aan een BV. In dat laatste geval, waarbij de eenmanszaak wordt ‘omgezet’, kan de basis worden gelegd voor een meer gecompliceerde structuur.
In het hiernavolgende wordt ingegaan op de meer algemene belastingconsequenties van bedrijfsoverdracht. De fiscale aspecten van enkele specifieke vormen van opvolging in het eenmansbedrijfBaangaan van een samenwerkingsverband of omzetting in een BVBverdienen een afzonderlijke behandeling. Deze komen aan bod in een volgend artikel in deze reeks.
Staking
Wie stopt met ondernemen doet in fiscale zin aan ‘staking’. Of nu geheel of slechts gedeeltelijk wordt gestaakt, een staking mondt meestal uit in afrekening met de fiscus.
Over de bij overdracht van een bedrijf behaalde stakingswinst wordt inkomstenbelasting geheven. Tot de stakingswinst behoort niet de gewone jaarwinst, die in het jaar van staking met de onderneming nog wordt gegenereerd tot aan het tijdstip van overdracht. Wel daarin begrepen zijn de in de bedrijfsactiva- en passiva schuilende stille reserves, de voorheen gevormde fiscale reserves en eventuele goodwill.
De stakingswinst van een assurantie-tussenpersoon kan derhalve onder andere bestaan uit:
de stille reserves (het verschil tussen werkelijke waarde en boekwaarde) in kantoorpand- en inventaris;stille reserves en goodwill verband houdend met de assurantieportefeuille;een vrijvallende kostenegalisatiereserve, vervangingsreserve.Bovendien speelt bij overdracht het probleem van de verplichte afname van de fiscale oudedagsreserve.
Waardering van de assurantieportefeuille (inclusief goodwill) zal daarbij nog het moeilijkst zijn. Bij overdracht aan een derde zal de fiscus normaliter geen vraagtekens (kunnen) zetten bij de omvang van de uiteindelijke (ver)koopprijs. Die prijs is dan gewoonlijk een resultante van de onderhandelingen tussen koper en verkoper. Met de (ver)koopprijs staat dan ook (een deel van) de stakingswinst vast.
De belastingheffing over de stakingswinst verloopt volgens speciale regels. De assurantie-tussenpersoon die zijn onderneming, of een zelfstandig onderdeel daarvan, staakt, heeft recht op toepassing van de zgn. stakingsfaciliteiten. De belastingwet voorzien in drie begunstigende regelingen: de stakingsvrijstelling, extra aftrek van lijfrentepremie bij staking van de onderneming en het bijzonder tarief.
Stakingsvrijstelling
Het bedrag van de stakingswinst wordt allereerst verminderd met de stakingsvrijstelling. Over een bedrag van / 20.000 wordt in het geheel geen belasting geheven. Als de stakingswinst lager uitvalt dan / 20.000, is de winst derhalve volledig vrijgesteld. Voor ondernemers van 55 jaar en ouder die hun gehele onderneming staken wordt de stakingsvrijstelling verhoogd tot / 45.000.
Ter grootte van het bedrag van de stakingswinst dat resteert na aftrek van de stakingsvrijstelling kan een extra aftrek van lijfrentepremie plaatsvinden. Aldus kan zo nog eens een aanzienlijk deel van de stakingswinstBvoorlopigBbuiten de belastingheffing blijven. Voorlopig, want de in de toekomst te ontvangen lijfrentetermijnen zullen bij uitkering progressief worden belast. Het bedrag van de stakingswinst dat op deze wijze kan worden omgezet is onder andere afhankelijk van de leeftijd van de stakende ondernemer, maar bedraagt ten hoogste / 714.874 (1995). Dit basisbedrag kan nog wijziging ondergaan onder invloed van (afnemingen van) de fiscale oudedagsreserve.
Een dergelijk lijfrente moet wel voldoen aan een aantal voorwaarden; slechts bepaalde vormen van lijfrenten komen in aanmerking. Als verzekeraar van de lijfrente zijn toegelaten:
de professionele verzekeringsmaatschappijen;degene die de onderneming overneemt en voortzet.In het laatste geval dient de lijfrente de (gedeeltelijke) tegenprestatie te vormen voor de overdracht van de onderneming.
Bijzonder tarief
De na gebruikmaking van stakings- en stamrechtvrijstelling nog resterende stakingswinst wordt bovendien belast tegen een speciaal inkomstenbelastingtarief. Niet het progressieve, tot 60% oplopende tarief is van toepassing, maar een bijzonder proportioneel tarief van 45%. En: in zoverre overigens in het stakingsjaar minder belastbaar inkomen wordt genoten dan het maximum bedrag dat volgens de eerste tariefschijf wordt belast (in 1995: / 44.349) wordt een deel van de stakingswinst ook nog naar dat lagere tarief (in 1995: 37,65%) belast. Een voorbeeld ter verduidelijking: Assurantie-tussenpersoon A geniet in 1995 / 24.349 ‘gewone’ winst en / 100.000 stakingswinst. Na belastingheffing over de gewone jaarwinst (tegen 37,65%) biedt de eerste tarief-schijf nog / 20.000 ruimte. Van de stakingswinst wordt nu een deel ad / 20.000 eveneens belast tegen 37,65%. Het resterende deel (/ 80.000) valt onder het bijzondere tarief van 45%.
Tenslotte
Niet in alle gevallen is stakingswinst belast. Bij bepaalde vormen van bedrijfsoverdracht in familieverband is het mogelijk gebruik te maken van de zogeheten doorschuiffaciliteit. Een soortgelijke faciliteit geldt ingeval van voortzetting na overlijden van de ondernemer. Afrekening met de fiscus blijft in zo’n situatie vooralsnog achterwege. Hierover een volgende keer meer.
mr J.H. Hoekstra is directeur bij Moret Ernst & Young Belastingadviseurs, tel. 020-54.97.333

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.