nieuws

Financieringsmethoden van pensioen in eigen beheer

Archief

De advocaat-generaal bij de Hoge Raad Van Kalmthout heeft zijn mening laten horen over de ‘premie bij indiensttredingsmethode’, een methode voor de berekening van de opbouw van pensioen in eigen beheer voor een directeur-grootaandeelhouder (dga). Omdat veel assurantietussenpersonen dergelijke berekeningen maken, al dan niet in combinatie met een verzekerde regeling, zijn de uitspraken van Van Kalmthout voor hen van belang.

Door Alfred Lagendijk
Weliswaar heeft de conclusie van de advocaat-generaal niet de status van rechtspraak, maar het is bekend dat de mening van Van Kalmthout wel vaak wordt gevolgd door de Hoge Raad zelf.
Allereerst iets over de berekening van pensioenopbouw in eigen beheer door een dga. Er zijn drie belangrijke methoden: de koopsommethode, de premie bij indiensttredingsmethode en de premiekoopsommethode. Hieronder volgt een korte beschouwing over de diverse methoden zonder bespreking van de ingewikkelde actuariële details.
De koopsommethode berekent de koopsom die nodig is ter financiering van het opgebouwde recht op ouderdomspensioen/nabestaandenpensioen. De premie bij indiensttredingsmethode berekent bij aanvang van de regeling het te bereiken pensioenrecht op basis van het salaris op het moment van indiensttreding. Aan het te bereiken pensioenrecht wordt een doelvermogen gekoppeld. Om dit doelvermogen te bereiken wordt een vaste premie berekend, die elk jaar aan de pensioenverplichting wordt toegevoegd. Bij verhoging van het salaris wordt een nieuw doelvermogen vastgesteld en daaraan een nieuwe premie gekoppeld. Deze premie wordt geacht over de hele looptijd betaald te zijn. De backservice bestaat dan uit het verschil van de premies die in de afgelopen jaren werkelijk betaald zijn en de premies die betaald zouden moeten zijn als dat nieuwe doelvermogen van meet af aan zou hebben gegolden. Bij de premiekoopsommethode wordt op dezelfde wijze te werk gegaan, met dit verschil dat bij een salarisverhoging de backservice wordt berekend op de koopsom die nodig is voor het in te kopen recht.
Zwaarst bevochten
De premie bij indiensttredingsmethode heeft de hoogste lasten voor de vennootschapsbelasting, biedt het meest gunstige resultaat en wordt het zwaarst bevochten door de belastingdienst. De koopsommethode kent geen voorfinanciering van welke aard ook, biedt het minst gunstige resultaat en is altijd toegestaan. De premiekoopsommethode zit er qua resultaat tussenin en is inmiddels goedgekeurd in het laatste arrest van de Hoge Raad (zie AM 21 in 2001, pag. 52).
Ten aanzien van de premie bij indiensttredingsmethodiek heeft het Hof in eerste instantie geoordeeld dat deze in strijd was met goed koopmansgebruik. Het resultaat van toepassing van de methode leidt ertoe dat van de toekomstige premies een onevenredig groot gedeelte wordt toegerekend aan de verstreken diensttijd.
Niet in strijd
De advocaat-generaal bij de Hoge Raad vindt nu echter dat de methode in zijn algemeenheid niet kan worden afgewezen. De methode past binnen goed koopmansgebruik en is ook niet in strijd met artikel 9b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964; tegenwoordig artikel 3.29 van de wet IB 2001. Dit artikel schrijft voor dat pensioenverplichtingen worden gewaardeerd tegen algemeen aanvaarde actuariële grondslagen en een rekenrente van ten minste 4%. Dat geldt voor de passivering van de backservice ineens in het jaar van toekenning of verbetering van de pensioenaanspraken.
Verwezen wordt naar het arrest van de Hoge Raad inzake de goedkeuring van de premiekoopsommethode. De advocaat-generaal vergelijkt deze methoden met elkaar en stelt dat de lasten worden verdeeld over de totale diensttijd, rekening houdend met rente en sterftekansen.
Inkoop van pensioen
Uit de conclusie van de advocaat-generaal valt tevens af te leiden dat men bij een toezegging die een inkoop van pensioen door een dga behelst, op dezelfde wijze de backservicelasten kan passiveren. Dit zou dan ook moeten gelden voor pensioeninkoop over achterliggende dienstjaren doorgebracht bij huidige en vorige werkgevers.
Tot nu toe is het beleid van de belastingdienst versnipperd. Soms wordt inkoop van diensttijd toegestaan als het pensioen maar wordt ondergebracht bij een verzekeraar of pensioenfonds. Soms wordt ook inkoop van diensttijd in eigen beheer toegestaan. Dan speelt wel de vraag wie de lasten voor zijn rekening neemt. Als dat de werkgever-BV is, vindt een belastinginspecteur dat niet zakelijk, onder het motto dat een reguliere werkgever dat ook niet voor zijn werknemers zou doen.
Het argument dat hiertegen in gebracht kan worden, is dat er voldoende werkgevers zijn die dat wel doen als employee-benefit voor bepaalde werknemers en om deze werknemers aan zich te binden of als middel om werknemers te werven.
Als de directeur-grootaandeelhouder als werknemer de kosten van de pensioeninkoop voor zijn rekening neemt, stuit dat weer op andere bezwaren. Ten eerste zal de Belastingdienst stellen dat de eigen bijdrage voor het pensioen niet meer dan 50% van de totale premielasten mag zijn. Ten tweede ontstaat er gesteggel over de hoogte van het salaris als er een forse koopsom wordt betaald. Als het salaris wordt verhoogd met de koopsom kan het salaris onzakelijk worden. Als het salaris niet wordt verhoogd en door de aftrekpost van de pensioenpremie aanzienlijk wordt verlaagd, kan de belastingdienst de stelling betrekken dat het salaris ongebruikelijk laag is.
Daarnaast wordt vaak niet geaccepteerd dat de inkoopsom voor pensioenen ineens ten laste van de winst worden gebracht. Wat voor een gewone werknemer eigenlijk heel eenvoudig is, stuit voor een directeur-grootaandeelhouder op enorme weerstand.
van PriceWaterhouseCoopers.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.