nieuws

Financiële bijsluiter zorgt voor rumoer op informatieavond Verbond

Archief

Op de druk bezochte eerste informatieavond voor het niet-gebonden intermediair, georganiseerd door het Verbond van Verzekeraars in samenwerking met de Federatie van Assurantieclubs en de NBVA, zorgde vooral de Financiële bijsluiter voor rumoer in de zaal. Roel Wijmenga, voorzitter van de commissie Inzichtelijkheid van het Verbond en lid van de raad van bestuur van ASR, wist de inzichtelijkheid van de bijsluiter niet helemaal over het voetlicht te krijgen.

Nadat Wijmenga een overzicht had geschetst van het ontstaan van de Financiële bijsluiter (per 1 juli verplicht) kwam hij toe aan een praktijkvoorbeeld. Wat de zaal daarvan bijgebleven is, is waarschijnlijk het gegoochel met de cijfers in de diverse kolommen. De transparantie werd er volgens een tussenpersoon niet mee verhoogd. “Je moet wel heel goed met cijfers kunnen omgaan, wil duidelijk worden wat nu de kosten zijn die de verzekeraar in rekening brengt. En dit ondanks dat er een afspraak is gemaakt over het feit dat de kosten in één percentage gemeld moeten worden.”
Wijmenga haalde in zijn betoog de woorden van een wiskundige aan: “Men begrijpt de dingen niet, men raakt er aan gewend”. Als dat het doel is van de Financiële bijsluiter, dan kun je je afvragen of je de bijsluiter met die uitspraak niet meteen om zeep geholpen hebt “Nee”, zegt Wijmenga, “wij hebben in het kader van de Code Rendement & Risico nadrukkelijk consumentenonderzoek verricht. Daaruit blijkt dat men de consument niet moet overladen met informatie. Het moet vooral kort en simpel zijn. Het ‘Let-op blokje’, wat ook bij de bijsluiter weer terugkeert, is van wezenlijk belang gebleken. Consumenten hebben dat gewaardeerd in de zin van deze adviseur waarschuwt mij tenminste voor de gevaren. Het blokje is herkenbaar geworden. Datzelfde zal ook gebeuren met de Financiële bijsluiter.”
De bijsluiter is overigens een insluiter. De tussenpersoon is niet verantwoordelijk voor de tekst. Deze wordt automatisch gegenereerd door de offerteprogrammatuur. Volgens Wijmenga wordt er met man en macht door verzekeraars gewerkt aan het op tijd klaar krijgen van deze programmatuur. Is een verzekeraar op 1 juli niet klaar, dan kan een tussenpersoon geen offerte van deze verzekeraar uitbrengen. De Financiële bijsluiter moet namelijk tegelijk met de offerte en vóór het sluiten van het product aan de consument verstrekt worden.
Johan van der Schoot, voorzitter van de Verbondscommissie Intermediaire distributie, maakte aan het eind van het betoog van Wijmenga de ongetwijfeld cynisch bedoelde opmerking “als ik het zo hoor is het voor de consument wel duidelijk”. NBVA-voorzitter Van Voorst Vader voegde daar voor een kleiner publiek nog aan toe “dat de bijsluiter dan ook bedoeld is voor hoogbegaafden”.
Ambtenarij
Willem van Es, voorzitter van de Stichting Implementatie Gidi en in het dagelijks leven directeur van Nationale-Nederlanden, was de eerste spreker die met zijn verhaal over het ontstaan van de Gidi de lachers op zijn hand kreeg.
Hij schetste op anekdotische wijze de plannen van de overheid jaren geleden voor een standaard opdrachtenformulier dat bij elke transactie met een klant aan de orde moest komen. “Een ongelooflijke ambtenarij die zijn doel volledig zou missen, namelijk transparantie voor de klant.” Pikant was dat het ministerie van Financiën en ook de Autoriteit FM in de zaal vertegenwoordigd waren.
De Gedragscode Informatieverstrekking Dienstverlening Intermediair (Gidi) is er uiteindelijk gekomen en het ministerie van Financiën heeft de bedrijfstak tot eind dit jaar de tijd gegeven om de Gidi geïmplementeerd te krijgen. “Zij hebben daarbij wel gezegd, dat als wij er met de pet naar gooien, er alsnog wetgeving komt. Zaak dus om dat goed op te pakken.”
De respons op de in januari verstuurde eerste mailing van de Stichting Implementatie Gidi is volgens Van Es zeer groot. “Op de eerste mailing hebben 10.000 tussenpersonen gereageerd. Inmiddels zijn zesduizend tussenpersonen, inclusief NVA- en NBVA-leden, lid van het Klachteninstituut Verzekeringen. Daarmee is aan een deel van de voorwaarden voldaan.” Inmiddels is ook een tweede mailing uitgestuurd. “Tenminste tienduizend tussenpersonen hadden tenslotte nog niet gereageerd.” Per 1 april had een beperkt aantal kantoren aangegeven niet mee te willen doen aan de Gidi. “Met deze kantoren voeren wij indringende gesprekken. Als zij bij hun besluit blijven, dan zullen verzekeraars voor nieuwe contracten geen zaken meer doen met deze tussenpersonen.” Van Es heeft per 1 oktober pas echt inzicht in het aantal Gidi-weigeraars. “Dan zal ik pas weten hoe groot deze groep is, of het inderdaad een probleem is en hoe het dan aangepakt moet worden.”
Intermediairwijziging
NBVA-voorzitter Alexander van Voorst Vader ging in zijn betoog over de gewijzigde Wabb nadrukkelijk in op het schrappen van artikel 17, lid 3 van deze wet. Dit betreft de gevolgen voor de provisie van de ‘oude’ en de ‘nieuwe’ adviseur als een klant van intermediair wijzigt.
In de oude situatie kwam voor schadeproducten het recht op provisie toe aan de oude adviseur tot het einde van de contractsdatum. Bij Leven eindigt het recht op provisie aan het eind van het kalenderjaar. In de nieuwe situatie is er niets meer geregeld. Er geldt wel een overgangsregeling. Voor schadeverzekeringen op 1 april 2002 gesloten, zal tot de nieuwe contractsdatum de oude regeling gelden bij intermediairwijziging. Voor verzekeringen die na 1 april worden gesloten, moeten in de samenwerkingsovereenkomst door verzekeraars en intermediair nieuwe afspraken worden gemaakt over het omgaan met de gevolgen voor provisie bij intermediairwijziging. Het advies van de NBVA-voorman luidde dan ook, dat zolang de nieuwe samenwerkingsvoorwaarden niet van kracht zijn, de ‘oude’ en de ‘nieuwe’ adviseur zich kunnen richten op de regeling intermediairwijziging zoals in de bestaande samenwerkingsovereenkomst is vastgelegd. Hij waarschuwde nadrukkelijk dat er zonder verkeersregels een enorme chaos ontstaat met grote imagoschade voor de branche.
Van Voorst Vader ging in zijn betoog verder uitgebreid in op de gevolgen van andere vormen van beloning voor de bedrijfsvoering van het intermediair, zoals de fiscale consequenties.
In de overvolle zaal (vierhonderd tussenpersonen) van het Holiday Inn in Leiden moest naarstig gezocht worden naar een stoel. In totaal zijn er zes informatieavonden gepland, waarvoor zich 2.600 tussenpersonen hebben ingeschreven.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.