nieuws

Fikkie stoken: opzet of niet?

Archief

Fikkie stoken: opzet of niet?

Een veertienjarige jongen steekt samen met een vriend van dertien in een droge periode een berm langs de A 58 in brand. Hij heeft eerder de berm op diverse plekken aangestoken en vervolgens weer uitgetrapt. Het lukt hem deze keer niet de vlammen te doven. De jongen belt daarop de brandweer, die de brand met een oppervlakte van 300 m2 weet te blussen.
De bermbeheerder stelt de jongen en het vriendje elk voor 50% van de schade aansprakelijk. Herstelkosten bedragen f 2.355,60 excl. btw. De vader van de jongen neemt contact op met de verzekeraar waar hij een aansprakelijkheidsverzekering als particulier heeft. De maatschappij wijst het verzoek om de zaak in behandeling te nemen af met een beroep op artikel 4 onder a van de verzekeringsvoorwaarden, dat over opzet handelt: ” (…) geeft geen vergoeding van schade door opzet van een verzekerde. Ook verzekert (…) niet de aansprakelijkheid van een in groepsverband optredende verzekerde voor door rechtspersonen geleden schade, die het beoogde of zekere gevolg is van een gedraging of gedragingen van de groep, ook als niet de verzekerde zelf deze schade opzettelijk heeft veroorzaakt.” Volgens artikel 6 is er sprake van opzet “als de schade het beoogde of zekere gevolg is van een bepaald handelen of nalaten”.
De vader meent dat er bij de bermbrand geen opzet in het spel was: eerdere brandjes werden meteen gedoofd, en toen de laatste brand uit de hand liep, werd meteen de brandweer gebeld. Ook het politierapport spreekt van baldadigheid, niet van opzet.
De verzekeraar is van oordeel dat de brand duidelijk het beoogde, dan wel zekere gevolg is van het handelen van de jongen. Een kind van veertien jaar en tien maanden heeft het besef dat het aansteken van een berm brandschade kan veroorzaken, aldus de maatschappij.
De Raad van Toezicht van het schadeverzekeringsbedrijf vergelijkt de bepalingen over ‘opzet’ met de formulering in het door het Verbond van Verzekeraars uitgegeven ‘Rapport van de Studiecommissie Opzet’. Daarin stelt de commissie: “Uitgesloten is de aansprakelijkheid van een verzekerde voor schade die voor hem het beoogde of zekere gevolg is van zijn handelen of nalaten”. Deze subjectieve clausule zou volgens de commissie gereserveerd moeten blijven voor extreme gevallen. De verzekeraar vindt dat de zaak van de bermbrand onder de clausule valt. De Raad is evenwel van mening dat de jongen de brand niet heeft beoogd. De feiten en omstandigheden geven daartoe geen grond. Evenmin hoeft de jongen zich er bewust van zijn geweest dat de bermbrand het zekere gevolg van zijn handelen zou zijn. Eerdere brandjes wist hij immers tijdig uit te trappen. De clausule is op deze zaak dan ook niet van toepassing, aldus de Raad van Toezicht. Daar komt bij dat van een veertienjarige niet hetzelfde inzicht over het gevaar van het in brand steken van een berm verwacht hoeft te worden als van een volwassene.
De Raad van Toezicht concludeert dat de verzekeraar onvoldoende heeft aangetoond dat de jongen wist dat de bermbrand het zekere gevolg zou zijn van het aansteken van materiaal in de berm. Er was geen sprake van opzetbepaling, en de verzekeraar heeft dan ook ten onrechte vergoeding van de schade geweigerd. De verzekeraar moet alsnog de zaak in behandeling nemen.
Uitspraak nr. I-96/14 Raad van Toezicht.
Respect voor vrije advocaatkeuze
Naar aanleiding van een verkeersongeval verzoekt een man om rechtsbijstand bij zijn ‘autorechtsbijstandverzekeraar’. De verzekeraar neemt de zaak in behandeling, maar verzekerde is het niet eens met de wijze van behandeling. Hij laat dit toetsen door een door hem te kiezen advocaat.
In verband met dit beroep op de geschillenregeling – art. 7 van de Voorwaarden Rechtsbijstand Verzekering, onderdeel van de Algemene Voorwaarden – zendt verzekeraar op 4 december 1995 een brief aan verzekerde. Hierin wordt gemeld dat zijn maatschappij met de door verzekerde gekozen advocaat in discussie is over de hoogte en/of betaling van diens declaraties. Deze discussie kan volgens de verzekeraar het advies beïnvloeden. Hij stelt daarom voor de advocaatkeuze te heroverwegen.
Klager vindt de inhoud van de brief onoorbaar. Het doet afbreuk aan zijn contractueel gewaarborgde recht van vrije advocaatkeuze, brengt de vertrouwensrelatie tussen hem en zijn advocaat in gevaar én legt een ongeoorloofde druk op die advocaat om discussies over betalingen te voorkomen, danwel in het voordeel van verzekeraar te laten uitvallen.
Verzekeraar stelt daartegenover dat hem in het verleden meermalen het verwijt is gemaakt, geen melding te hebben gemaakt van discussies over declaraties. Verzekerden vonden dat zij ingelicht hadden moeten worden, om eventuele problemen bij de behandeling van hun zaak te kunnen voorkomen. Om deze reden voert verzekeraar nu het beleid om verzekerden in voorkomende gevallen te informeren. De brief past in dat beleid. Verzekeraar stelt daarbij uitgebreid te hebben aangegeven dat klager een volledig vrije keuze van advocaat heeft.
Klager echter zegt direct na ontvangst van de brief van 4 december aan verzekeraar te hebben bericht zijn advocaatkeuze niet te zullen heroverwegen. Desondanks is hem op 21 december nogmaals expliciet verzocht van de gekozen advocaat af te zien. Hoogst kwalijk vindt klager het, dat verzekeraar het dossier nog niet naar deze advocaat heeft gestuurd.
De Raad van Toezicht stelt dat het niet zonder meer ongeoorloofd is, dat verzekeraar aan klager meldt dat de betrokken advocaat in discussie is over declaraties. Nadat klager echter te kennen had gegeven bij zijn oorspronkelijke keuze te blijven, heeft verzekeraar geweigerd die keuze te respecteren door klager nogmaals te verzoeken zijn keuze te herzien en door te weigeren het dossier op te sturen. De suggestie dat betrokken advocaat zich door de omstandigheden niet naar behoren van zijn taak zou kunnen kwijten, is onrechtmatig.
De Raad verklaart de klacht derhalve gegrond. De verzekeraar zal de advocaatkeuze van klager moeten respecteren.
Uitspraak nr. VI-96/20 Raad van Toezicht.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.