nieuws

Feitelijk leider moet méér dan in beperkte mate beschikbaar zijn

Archief

Een Rotterdamse verzekeringsagent wilde bij de afschaffing van het C-register worden overgeschreven naar het B-register, met als rechtvaardiging dat zijn zoon optreedt als feitelijk leider. Zijn verzoek werd door de SER afgewezen; het vervolgens ingediende bezwaarschrift werd ongegrond verklaard. De agent liet het er niet bij zitten en legde de kwestie voor aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

De man was sinds juli 1979 als zelfstandig tussenpersoon ingeschreven in het C-register. Per brief van 10 februari 1995 vroeg hij om overschrijving naar het B-register, met de vermelding dat zijn 25-jarige zoon als feitelijk leidinggevende fungeert. Deze zoon, die in de loop van 1994 het B-diploma verwierf, is gedurende vier dagen per week in loondienst bij de Postbank.
Te weinig aanwezig
De SER had de aanvraag voor inschrijving in het B-register afgewezen, op grond van de overweging dat de de opgegeven feitelijk leider in onvoldoende mate aanwezig zou zijn om de feitelijke leiding in de zin van art. 4 van de Wabb reëel te kunnen uitoefenen.
Het assurantiebemiddelingsbedrijf en het administratiekantoor van zijn vader zijn gedurende werkdagen van 9.00 tot 17.30 uur geopend. “De geringe aanwezigheid resp. beschikbaarheid van de zoon tijdens de openingstijden van het kantoor brengt met zich mee dat een niet vakbekwame persoon bepaalt wanneer met de feitelijke leider contact wordt opgenomen.”
‘Goed te combineren’
De verzekeringsagent (wiens hoofdbedrijf een administratiekantoor is) voert hiertegen aan, dat de assurantieportefeuille een zeer geringe omvang heeft. Hierdoor komen de gevallen waarbij de beschikbaarheid van de feitelijke leider echt van belang is, gemiddeld slechts 1 à 2 keer per kwartaal voor. In die gevallen wordt door hem direct contact gezocht met de feitelijke leider die vervolgens de zaak afhandelt.
Door zijn vierdaagse werkweek bij de Postbank is de zoon minimaal 1 dag week beschikbaar; de praktijk leert echter, dat hij de werkzaamheden binnen een halve dag per week kan uitvoeren. Tijdens de zitting van het College van Beroep voerde de zoon – als gemachtigde – aan, dat zijn vader in feite fungeert als een secretaris. Tot slot is hij van oordeel, dat de werkzaamheden bij de Postbank goed te combineren zijn met de werkzaamheden m.b.t. de assurantieportefeuille.
Beoordeling
Uit de bepalingen in art. 4 van de Wabb vloeit niet zonder meer de eis voort, dat degene die belast is met de feitelijke leiding, onder alle omstandigheden tijdens de kantooruren persoonlijk ten kantore van de tussenpersoon aanwezig moet zijn, aldus het College.
“Dit betekent echter niet, dat degene die belast is met de feitelijke leiding, voor de uitoefening van zijn functie slechts in beperkte mate beschikbaar behoeft te zijn.” Het College wijst er voorts op, dat in de wet geen rekening is gehouden met een beperkte bedrijfsuitoefening. Gedurende het grootste deel van de tijd beoordeelt en beslist een niet vakbewame persoon of en wanneer en voor welke werkzaamheden de vakbekwame persoon voor het geven van feitelijke leiding moet worden ingeschakeld. “Weliswaar is betoogd dat de betrokkenheid van meer betekenis zou zijn, doch zulks is niet aannemelijk geworden. Van een gezagsrelatie tussen de betrokkenen (vader en zoon) blijkt bovendien evenmin. “Ook anderszins is geen materiaal overgelegd, dat de slotsom wettigt dat moet worden gesproken van een meer dan vrijblijvende verhouding.” Het College concludeert tot ongegrond-verklaring van het beroepschrift (No. 95/0854/021/001).

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.