nieuws

‘Faillissementen intermediair kosten verzekeraars honderden miljoenen’

Archief

De faillissementen van tientallen assurantiekantoren vorig jaar hebben de verzekeraars in ons land zeker zo’n e 250 mln gekost. Tot deze schatting komt Kees Dullemond, directeur van Dullemond Bedrijfsadvies in Hoogland.

Op een van de vijf themabijeenkomsten van Dutch Insurance Network (DIN) – in Rotterdam – over de bedrijfsvoering van tussenpersonen schetste Dullemond een somber toekomstbeeld voor het intermediair. Hij verwacht dat de stroom faillissementen van tussenpersonen dit jaar zal aanhouden. “Dat proces gaat dit jaar keihard door, en niet alleen onder de zogeheten hit- and-runkantoren”, onderstreepte Dullemond. Hoewel deze in leven- en spaarverzekeringen gespecialiseerde kantoren het meest kwetsbaar zijn, voorspelt hij ook het omvallen van tussenpersonen met omvangrijke schadeportefeuilles. “Hoofdoorzaak daarvan is, dat een groot deel van het intermediair zijn financiële huishouden niet op orde heeft”, zei Dullemond.
Ter illustratie noemde Dullemond dat het intermediair geen begroting voert, de jaarrekening niet gebruikt bij de bedrijfsvoering en onvoldoende inzicht heeft in zijn balans en verlies- en winstrekening. “Tussenpersonen kunnen zo de financiële gevolgen van hun bedrijfsbeleid niet overzien. Over deze ontwikkeling maak ik me toch wel zorgen.”
De vrees voor meer faillissementen onder tussenpersonen wordt mede ingegeven door de fors teruglopende levenmarkt. De provisie-inkomsten uit nieuwe verzekeringen zullen dit jaar met gemiddeld 30% afnemen als gevolg van het nieuwe belastingregime. Voeg daarbij de terugloop in de direct-ingaande lijfrentemarkt, de overgang van afsluitprovisie naar doorlopende provisie, en de plannen voor afschaffing van de vrije lijfrenteaftrek en de spaarloonregeling en het is zeker niet ondenkbaar dat het intermediair beduidend minder liquide tijden tegemoet gaat. Dullemond benadrukte daarbij dat het gros van het intermediair toch al geen sterke vermogenspositie heeft, waardoor de verleiding om toe te geven aan de participatiedrang van verzekeraars groter wordt. Hoewel de financiële problemen daarmee lijken te zijn opgelost, vreest Dullemond op langere termijn een ander probleem. “Een participatie door verzekeraars zet een rem op uw bedrijfsvoering”, zo waarschuwde hij de zaal.
Doorlopende provisie
De effecten voor een kantoor van de overgang van afsluitprovisie naar doorlopende provisie hangen volgens Dullemond sterk af van de vorm die wordt gekozen, de mate waarin wordt overgestapt, de samenstelling van de omzet (veel of weinig schadeprovisie) en het al dat niet gebruiken van voorfinanciering door verzekeraars. Dullemond vergeleek daarbij een assurantiekantoor dat voor 90% afhankelijk is van de schademarkt met een kantoor dat 90% van zijn inkomsten haalt uit de levenmarkt, er daarbij vanuit gaande dat zij voor 1/3-deel overstappen op doorlopende provisie. De gevolgen voor het eerste kantoor bleven beperkt tot een rendementsdaling van 13%, maar bij het tweede kantoor veranderde een positief rendement van 15% in een verlies van 14%. “Voor levenkantoren die voor 10% of meer van hun omzet afhankelijk zijn van afsluitprovisie is het onmogelijk om ineens over te stappen op doorlopende provisie. Bij deze kantoren is een overgangsperiode van drie tot vijf jaar noodzakelijk”, aldus Dullemond.
Over het hulpmiddel dat verzekeraars aanbieden om levenkantoren met een zwakke liquiditeitspositie financieel tegemoet te komen als zij willen overstappen op doorlopende provisie is Dullemond bepaald niet enthousiast. Voorfinanciering van provisie heeft een neerwaartse invloed op de balans en de reserves onverdiende provisies en zorgt voor een toename van het vreemd vermogen in het assurantiebedrijf. Los daarvan heeft voorfinanciering iets oneigenlijks in zich, meent Dullemond. “Het is als een fietsenwinkel die een fiets verkoopt maar dan wel meteen de fabrikant belt of hij de voorfinanciering wil regelen.”
De overstap op doorlopende provisie heeft volgens Dullemond grote gevolgen voor de bedrijfsvoering van het intermediair. Tussenpersonen zullen veel meer dan voorheen belang krijgen bij het goed bedienen van hun klant. “De verkoopinspanning zal bij doorlopende provisie niet rendabel zijn, als die klant er na drie jaar uitloopt. De tussenpersoon moet dus het accent verleggen van acquisitie naar beheer van klanten. De kantoren die puur verkoopgedreven werken, zullen daar een groot probleem mee hebben.”
Kees Dullemond: “Een participatie door verzekeraars zet een rem op uw bedrijfsvoering.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.