nieuws

Expertise wellicht volgend jaar toch in laag BTW-tarief

Archief

De kans bestaat dat expertisebureaus volgend jaar niet meer in het hoge BTW-tarief zullen vallen, maar dat het lagere tarief van 6% over expertisediensten berekend zal worden. Het Ministerie van Financiën heeft zich positief uitgelaten over een verlaging van het tarief voor arbeidsintensieve diensten, in antwoord op een pleidooi van de werkgeversorganisatie KNOV.

Schade-expertise was, evenals de diensten van verzekeraars en tussenpersonen, tot 1 januari 1993 vrijgesteld van BTW-heffing. Op die datum werden expertisebureaus BTW-plichtig als gevolg van de zesde BTW-richtlijn van de EG. Expertisediensten van verzekeraars bleven echter buiten schot. In eerste instantie leek het erop dat de diensten van expertisebureaus in het lage BTW-regime zouden vallen, maar op de valreep werden de expertisediensten tòch in het hoge tarief van 17,5% BTW aangeslagen. Nederland heeft zich in 1992 binnen de Europese Commissie steeds sterk gemaakt voor het 6%-tarief op de schade-expertise, maar is op het laatste moment toch door de bocht gegaan voor andere lidstaten. Hoewel niemand het hardop wil zeggen, is het voor insiders duidelijk dat Nederland de expertisebranche bij de onderhandelingen tussen de lidstaten heeft ‘geruild’ voor een ander heet hangijzer, waar meer belang aan werd gehecht.
Concurrentievervalsing
Het Bureau Coördinatie Experts (BCE) heeft zich altijd verzet tegen de BTW-heffing op schade-expertise, vooral omdat daardoor concurrentievervalsing ontstond bij expertisediensten van verzekeraars. Ook het KNOV heeft bij het ministerie van Financiën er bij voortduring op gewezen dat BTW-heffing op arbeidsintensieve dienstverlening ongunstig zou uitwerken op de werkgelegenheid. Op verzoek van de toenmalige minister van Financiën Wim Kok heeft drs B.W.A. Bongers van het KNOV een notitie opgesteld waarin een aantal argumenten worden aangevoerd voor verlaging van het BTW-tarief op arbeidsintensieve diensten
In eerste instantie wees het ministerie een verlaging van het BTW-tarief af met als voornaamste argument dat dit een te grote aderlating voor de schatkist zou betekenen. (” f 900 miljoen). Het KNOV heeft dat argument goeddeels kunnen weerleggen door aan te voeren dat het hogere BTW-tarief ten koste gaat van arbeidsplaatsen. Een hoog BTW-tarief op arbeidsintensieve dienstverlening – dus waar de directe en indirecte loonkosten een substantieel deel (bijvoorbeeld >60%) van de prijs vormen – leidt tot zwart werken en beunhazerij, stelt het KNOV. Het verbond wordt daarin overigens ondersteunt door de voorzitter van de Europese Commissie Jacques Delors, die onlangs een witboek publiceerde waarin ook hij pleit voor een verlaging van BTW op arbeidsintensieve diensten.
Voor verlaging van het BTW-tarief op expertisediensten geldt niet zozeer het argument van het tegengaan van zwart werken, maar vooral de concurrentievervalsing met expertisediensten van verzekeraars. Dat argument werd in eerste instantie door Financiën niet valide geacht, maar dat die concurrentievervalsing er wel degelijk is, blijkt uit het feit dat het expertisebureau CED Bergweg na 1 januari 1993 een grote toeloop van aandeelhouders kreeg. Dit omdat dit bureau in eerste instantie vrijgesteld was van de BTW-plicht omdat het eigendom is van verzekeraars en dus als een expertisedienst van meerdere maatschappijen beschouwd kon worden. Het BCE heeft Financiën er echter van kunnen overtuigen dat die vrijstelling voor CED Bergweg wel degelijk concurrentievervalsend werkte. Inmiddels is de vrijstelling van CED Bergweg teruggedraaid.
Keuze
Nu het ministerie van Financiën zich positief heeft uitgelaten over een BTW-verlaging, zal op korte termijn een keuze gemaakt moeten worden welke diensten vanaf 1995 het lage tarief zullen mogen toepassen. Volgens Bongers van het KNOV is het niet te zeggen of schade-expertise daar bij zal zijn. Het KNOV vindt dat het aantal diensten waarvoor het lage tarief moet gaan gelden op lange termijn zo groot mogelijk moet zijn, maar de uiteindelijke keuze is aan de wetgever.
Mocht volgend jaar inderdaad het lage BTW-tarief van toepassing worden op schade-expertise dan zal dat voor veel expertisebureaus een belangrijke bijdrage zijn aan het verbeteren van het rendement. Veel expertisebureaus hebben namelijk bij de invoering van de BTW-heffing in 1993 niet de volle 17,5% doorberekend in hun tarieven, juist vanwege de concurrentie met de expertisediensten van verzekeraars. Dat, in combinatie met het gegeven dat verzekeraars steeds meer aan kostenbeheersing doen – waardoor bijvoorbeeld de ondergrens waarbij expertise wordt verricht wordt opgetrokken – heeft ertoe geleid dat het rendement van schade-expertisebureaus structureel onder druk staat. Het KNOV stelt dat branches die met verslechterende rendementen kampen, met voorrang in aanmerking dienen te komen voor de tariefsverlaging.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.