nieuws

Euro-aanpak verzekeringsbranche moet in een hogere versnelling

Archief

De houding van verzekeringsmaatschappijen en tussenpersonen ten opzichte van de euro is tot nu toe zeer terughoudend. De klant heeft echter de verwachting dat de financiële sector voorop zal lopen met de invoering van de euro. Het inspelen op deze behoefte maakt een goede voorbereiding noodzakelijk. Met deze voorbereiding moet al begonnen zijn, wil men tijdig voor 1999 gereed zijn.

door Coen Hendrickx
Na een lange periode van onzekerheid is het nu vrijwel zeker dat de EMU over twaalf maanden van start gaat. De ontwerpers van munten en biljetten zijn bekend en aan de definitieve ontwerpen wordt de laatste hand gelegd. In Frankfurt werkt het Europees Monetair Instituut onder leiding van Duisenberg aan de oprichting van de ECB. In het eerste weekend van mei volgend jaar valt in Londen de beslissing over welke landen per 1 januari 1999 gaan deelnemen aan de EMU. Tevens wordt besloten wie de eerste voorzitter wordt van de ECB en er wordt een vooraankondiging gedaan van de bilaterale koersverhoudingen tussen de aan de EMU deelnemende nationale valuta’s. Op dat moment zijn de belangrijkste beslissingen rondom de invoering van de euro genomen en staat niets de invoering van de euro per 1 januari 1999 meer in de weg. De EMU blijft echter een politiek project; in deze context bestaat nooit een absolute zekerheid.
Hollandse nuchterheid of hype?
Voor verzekeraars en tussenpersonen is het niet mogelijk om met voorbereidingen te wachten tot op 1 januari 1999 de EMU van start gaat. Op dat moment is er onvoldoende tijd over om zich adequaat voor te bereiden op de komst van de euro. Wat zijn de specifieke gevolgen van de invoering van de euro voor de verzekeringsbranche in Nederland?
Ten aanzien van de commerciële gevolgen van de invoering van de euro bestaan er twee extreme benaderingen: de Hollandse nuchterheid en de euro- hype. De eerste benadering ziet de komst van de euro zuiver als een technische omzetting van alle guldens in euro’s. Doordat er een vaste verhouding bestaat tussen de gulden en de euro, maakt het voor een financieel product niet uit of het in guldens of in euro’s is genomineerd. In deze benadering staat de vraag centraal hoe met zo gering mogelijke kosten en risico’s de invoering van de euro wordt gerealiseerd.
In de tweede benadering staan de commerciële kansen van de euro centraal. De komst van de euro leidt weliswaar tot hoge kosten maar zal tevens leiden tot nieuwe behoeften bij klanten. Dit is een commerciële kans voor het verlenen van diensten en het verkopen van producten, die benut kan worden. Voor de zakelijke markt zal dit leiden tot producten die zich kenmerken door een euro-handling: polissen, nota’s, premiebetaling en de behandeling van claims in euro. Hoewel de wettelijke basis ontbreekt om partijen te dwingen (geen gebod, geen verbod) om te handelen in euro, zal uiteindelijk de marktvraag bepalen of dit een commerciële must wordt.
Uit onderzoek van Fortis blijkt dat de helft van de bedrijven in 1999 de behoefte heeft aan polissen in euro. Dit geeft aan dat in het bedrijfsleven de verwachting bestaat dat verzekeraars voorop lopen in het aanbieden van deze diensten. Opmerkelijk is dat een groot deel van het Nederlandse bedrijfsleven nog niet of nauwelijks bezig is met de voorbereiding op de euro. Desondanks verwachten zij van hun verzekeraar dat zij wel klaar zijn.
Het is echter ook mogelijk dat de behoefte aan europroducten voortkomt uit onwetendheid en dat een deel van de bedrijven die hebben aangegeven behoefte te hebben aan europolissen, hier uiteindelijk van af zullen zien. De uiteindelijke behoefte aan euro producten zal sterk afhankelijk zijn van de snelheid waarmee het gebruik van de euro door het internationale bedrijfsleven zal doorsijpelen naar het midden- en kleinbedrijf.
Inspelen op onzekerheid
Op de particuliere markt zal plaats zijn voor nieuwe producten met een ‘euro-label’. Het aanbieden van producten met euro-handling zal op deze markt niet of nauwelijks een behoefte dekken. Wel zal er behoefte ontstaan aan producten die inspelen op onzekerheid over de waarde van de euro en de ontwikkeling van de rente.
Het is niet duidelijk of de overstap van de effectenbeurzen op de euro per 1 januari 1999 zal leiden tot early movers en welk push-effect dit zal hebben op de particuliere markt. Voor deze markt is het denkbaar dat een positieve houding van de Nederlanders ten aanzien van de komst van de EMU omslaat in een euro-hype. Een aantal aanbieders van financiële diensten springt hier nu al op in door het aanbieden van europroducten.
Eurorekening
Een verzekeringsnemer kan vanaf 1 januari 1999 zijn rekening in euro’s betalen. Dit heeft een grote impact op de financiële administratie van een bedrijf. Want door afrondingsverschillen zal het bedrag in guldens niet altijd gelijk zijn aan het oorspronkelijke factuurbedrag.
Toch is het voor het betalen of ontvangen in euro’s niet nodig om een speciale eurorekening te hebben. De banken hebben aangekondigd dat zij ervoor zorgen dat deze transacties, indien noodzakelijk, worden omgerekend. Over de door verzekeraars veel gebruikte acceptgirokaart luidt het huidige interbancaire standpunt dat deze niet per 1 januari 1999 in een eurovariant beschikbaar is. Dit houdt in dat, hoewel waarschijnlijk een aantal verzekeraars specifieke europroducten op de markt zullen brengen, de financiële afhandeling met de klant en tussenpersoon tot 2002 nog grotendeels in guldens zal gebeuren.
Overleg
Iedere verzekeraar zal graag zijn eigen plan willen trekken om zo goed mogelijk van de commerciële kansen te kunnen profiteren. Dit zal leiden tot een eigen aanpak per verzekeraar voor het aanpassen van de systemen. Hierop zal door de tussenpersonen moeten worden ingespeeld. Overleg tussen de betrokken partijen is noodzakelijk. Anders dreigt de invoering van de euro een chaos te worden met als gevolg een negatieve uitstraling op de hele branche.
De belangrijkste aanpassingen moeten plaatsvinden in de polisadministratie en de processen daar omheen. Voor 1999 moeten in ieder geval de procedures, systemen en overige hulpmiddelen gereed zijn om het commercieel gewenste niveau van dienstverlening in euro’s te ondersteunen. Dit zal leiden tot aanpassingen aan de systemen van de verzekeraars, de tussenpersonen en het Assurantie Data Netwerk.
Voor het doorvoeren van deze wijzigingen zijn meerdere scenario’s mogelijk. Het zal echter niet in alle gevallen nodig zijn om tot een volledige polisadministratie in euro’s over te gaan.
Contractbreuk
Het definitieve verdwijnen van de gulden in 2002 zal leiden tot een massale omzetting van alle lopende contracten en verzekeringen. Dit houdt in dat op alle plaatsen waar nu de gulden wordt gebruikt deze vervangen moeten worden door het euro-equivalent. Over deze aanpassing in de polisadministratie moet tussen de verzekeraar en de met haar samenwerkende tussenpersonen afspraken worden gemaakt. Deze laatste groep heeft namelijk vaak de beschikking over een schaduwadministratie. Een specifiek probleem bij het omzetten van gulden polissen in europolissen is dat het nu gebruikelijk is om te werken met hele en ronde bedragen. Door het omzetten van deze bedragen in euro, ontstaan gebroken bedragen met eurocenten. Niet in alle gevallen zijn de gebruikte systemen geschikt om deze bedragen op te slaan.
De huidige EU-verordening staat echter niet toe om deze bedragen zonder toestemming van de verzekeringnemer aan te passen naar hele bedragen in euro’s. Als deze situatie niet wijzigt en een verzekeraar of softwarehuis wil of kan haar systemen hier niet op aanpassen, dan dreigt het risico van contractbreuk.
Herberekening premies
De definitieve invoering van de euro in 2002 zal ertoe leiden dat de premiebedragen voor de verschillende producten opnieuw vastgesteld moeten worden. De verzekeraars zullen namelijk de productvoorwaarden van de dan nog te verkopen producten volledig toesnijden op de euro. Zij zullen voor deze producten nieuwe bedragen vaststellen voor eigen risico, maximaal te verzekeren bedragen, keuringsgrenzen, et cetera. Zo zal de nieuwe keuringsgrens in plaats van f 350.000 eerder 160.000 dan 160.365,82 euro worden. Het aanpassen van deze bedragen heeft gevolgen voor de hoogte van de te betalen premie. De afdeling actuariaat zal in deze gevallen nieuwe premiebedragen moeten vaststellen. Daarnaast moeten deze gewijzigde bedragen tevens worden doorgevoerd in de computersystemen, de tarievenboeken en brochures.
Om te voorkomen dat de invoering van de euro leidt tot het openbreken van contracten is een Europese Verordening opgesteld die voor de gewenste (juridische) zekerheid zorgt. Volgens deze wetgeving zullen verplichtingen en vorderingen na de omzetting in euro’s doorlopen. Alleen moeten bij het voldoen aan de verplichtingen die uit zo’n contract voortvloeien, na 1 januari 2002 de nominale bedragen worden omgerekend naar de euro. Alle andere bepalingen, zoals looptijd, aflossingsschema’s, rentetype en dergelijke blijven onveranderd van kracht. Dit betekent dat het niet noodzakelijk is om voor een ‘oude’ polis een nieuwe europolis af te geven.
Fiscale aspecten
De vorming van de EMU is vooral een monetaire aangelegenheid. Verdere fiscale harmonisatie in Europa staat in beginsel los van het EMU-proces. Maar dat sluit niet uit dat onder invloed van marktkrachten een druk tot verdere fiscale harmonisatie in Europa ontstaat. Zo is onlangs duidelijk geworden dat het op Europese schaal invoeren van bronbelasting weer op de politieke agenda is geplaatst.
De komst van de euro heeft ook enige invloed op een aantal andere fiscale aspecten. Denk daarbij aan de kosten die een verzekeraar of tussenpersoon maakt in verband met de introductie van de euro. Er zijn tot nu toe geen regels opgesteld die toestaan een fiscale voorziening te treffen voor te verwachten kosten bij de komst van de euro. Feitelijke uitgaven zijn als kosten of afschrijvingen aftrekbaar volgens de geldende regels. Vervroegde afschrijvingen, bijvoorbeeld over onbruikbaar geworden programmatuur, zijn wel toegestaan.
De overheid heeft aangekondigd pas na de top van Londen volgend jaar te starten met een grootschalige voorlichtingscampagne. Dit betekent dat tot die tijd ook verzekeraars en tussenpersonen benaderd kunnen worden met vragen van klanten over de euro. Om al deze vragen te kunnen beantwoorden, moeten medewerkers snel getraind en opgeleid worden.
in Utrecht
Historie
De Economische en monetaire unie (EMU) is een van de stappen naar de verdere integratie binnen Europa. De EMU komt niet zo maar uit de lucht vallen, maar heeft al een lange geschiedenis. Met de EMU wordt een mijlpaal bereikt in het proces dat startte met de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) in 1952. De overeenstemming over de EMU werd vastgelegd door het ondertekenen van het Verdrag van Maastricht, 7 februari 1992 door de Europese staatshoofden. Met dit verdrag is vastgelegd dat de verdere samenwerking op Europees gebied uiteindelijk moeten leiden tot de EMU. Het concrete symbool van de EMU is het gebruik van één gemeenschappelijke munt binnen de landen die deelnemen aan de EMU: de euro.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.