nieuws

En weer een nieuw pensioenbesluit

Archief

In een eerdere aflevering van Fiscaal (AM 11, pagina 38) is een drietal vraag- en antwoordbesluiten van het ministerie van Financiën behandeld. Deze besluiten waren van belang gezien het aflopen van de overgangstermijn per 1 juni 2004. Inmiddels is er alweer een vierde deel verschenen in de reeks ‘Pensioen; vragen en antwoorden hoofdstuk IIB en artikel 38a van de Wet op de loonbelasting 1964’. Vooral het prepensioen is hierin onderwerp van discussie.

Alfred Lagendijk en Micha Hoofiën
Het meest recente vraag- en antwoordenbesluit van het ministerie van Financiën met betrekking tot pensioenregelingen dateert van 8 juli 2004 (nr. CPP2004/244M). Gezien de omvang van het besluit wordt hier, vanuit praktisch oogpunt, een selectie gemaakt uit de vragen en antwoorden die voor de praktijk van belang kunnen zijn.
Zo’n eerste onderwerp betreft de vraag of een deel van een pensioenregeling dat wordt opgebouwd op basis van beschikbare premie, kan worden uitgeruild naar een ander deel van de regeling dat wordt opgebouwd op basis van eindloon of middelloon? Het antwoord van de staatssecretaris is bevestigend. Van belang is dat de van toepassing zijnde voorwaarden voor een beschikbare-premieregeling van kracht blijven tot het moment van omzetting van de opgebouwde aanspraken. Dit betekent concreet dat als sprake is geweest van een zogenaamd onderrendement (minder dan 4%), deze onderdekking niet in enig later jaar mag worden gecompenseerd. Indien dit wel zou kunnen, kan sprake zijn van bovenmatige pensioenopbouw.
PVA en overlijden
Een volgende vraag is of aan de verzekering van prepensioen een premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid (PVA) kan worden toegevoegd. Ja, luidt het antwoord. Gedurende perioden van arbeidsongeschiktheid kan ook de opbouw van prepensioen worden voortgezet. Noodzakelijk is wel dat de werknemer deze periode een loongerelateerde uitkering ontvangt.
Een andere vraag op het gebied van prepensioen betreft het recht in een prepensioenregeling op een overlijdensuitkering als de gerechtigde overlijdt vóór de einddatum van het prepensioen. Vraag is of deze uitkering gebruikt mag worden om het nabestaandenpensioen c.q. wezenpensioen te verhogen? Nee, zegt Financiën, wettelijk gezien mag dit niet. Het prepensioen mag slechts een voorziening bevatten die gericht is op vervroegde uittreding.
De staatssecretaris keurt echter goed dat de overlijdensuitkering mag worden aangewend ter verhoging van nabestaandenpensioen en/of wezenpensioen, mits deze pensioenen binnen de hiervoor geldende fiscale maxima blijven. Verder wordt de voorwaarde gesteld dat het meerdere toe moet komen aan de werkgever of de pensioenuitvoerder.
Pensioen kookt over
Kan het prepensioen ook ingaan na de in de regeling vastgestelde ingangsdatum? Ja, het prepensioen kan worden uitgesteld. Voorwaarde aan het uitstellen van het prepensioen is dat de pensioengerechtigde blijft doorwerken gedurende de uitstelperiode.
En moet het prepensioen dan, in een eindloon- of middelloonregeling, bij uitstel altijd ingaan bij het bereiken van de 100%-grens? Nee, zegt het ministerie. In het geval het prepensioen door uitstel of actuariële herrekening de 100%-grens overschrijdt, wordt het meerdere omgezet in ouderdoms- of nabestaandenpensioen. Het betreft hier de zogenaamde ‘overkookregeling’. Deze mogelijkheid moet wel nadrukkelijk in de regeling zijn opgenomen. Het prepensioen mag dus worden uitgesteld, maar de voortgezette opbouw is vanaf die datum niet meer mogelijk.
Een volgende vraag is hoe de toetsing aan de 100%-grens verloopt bij uitstel van prepensioen in een beschikbare premieregeling? Het antwoord is afhankelijk van de vraag of bij uitstel de opbouw van het prepension wordt voortgezet. Ingeval geen verdere opbouw van prepensioen plaatsvindt gedurende de uitstelfase, hoeft pas op de feitelijke ingangsdatum te worden getoetst aan de 100%-grens. Ingeval de deelnemer besluit door te werken en gedurende de uitstelfase doorgaat met opbouwen van het prepensioen, zal doorlopend getoetst moeten worden aan de 100%-grens.
Bij het bereiken van de 100%-grens mag niet verder worden opgebouwd. Het prepensioen hoeft niet direct in te gaan, maar kan worden uitgesteld tot beëindiging van de dienstbetrekking of de ingangsdatum van het ouderdomspensioen, doch uiterlijk tot de 65-jarige leeftijd. Ingeval van uitstel en voortgezette opbouw van het prepensioen keurt de staatssecretaris goed dat het premiepercentage uit de laatste leeftijdsklasse wordt gehanteerd.
Hoe werkt de ‘overkookregeling’ ingeval van uitstel van prepensioen in een beschikbare premieregeling? Als het prepensioen op het moment van toetsing de 100%-grens overschrijdt, dan moet de verdere opbouw stoppen. Het meerdere boven de 100%-grens mag worden omgezet in extra ouderdoms- of nabestaandenpensioen. Hierbij moet rekening worden gehouden met het feit dat na omzetting het ouderdomspensioen – in tegenstelling tot bij uitruil van prepensioen in ouderdomspensioen – niet méér mag komen te bedragen dan 100% van het pensioengevend loon.
Opbouwpercentage
Onder bepaalde voorwaarden mag voor een werknemer die minder dan tien jaar kan deelnemen aan een prepensioenregeling, het maximale opbouwpercentage van 8,5 tijdsevenredig worden verhoogd. Geldt dit ook voor prepensioenregelingen op basis van middelloon of beschikbare premie? Het antwoord luidt ja. Onder dezelfde voorwaarden mag het opbouwpercentage in prepensioenregelingen op basis van middelloon en beschikbare premie tijdsevenredig worden verhoogd, indien de werknemer minder dan tien jaar aan de prepensioenregeling kan deelnemen.
Eén van de voorwaarden voor verhoging van het opbouwpercentage is dat de werknemer belanghebbende was bij de voorafgaande vut-regeling. In dit besluit wordt eveneens de vraag gesteld of daadwerkelijk sprake moet zijn geweest van deelname aan de voorafgaande vut-regeling. Uit het antwoord op deze vraag blijkt dat de werknemer niet per se belanghebbende hoeft te zijn geweest in een vut-regeling. Voorzover in de periode voorafgaande aan de prepensioenregeling bij de invoering van een vut-regeling zou zijn voldaan aan de vereisten voor de invoering daarvan, kan deze periode meetellen voor de tien-jaareis en is dus verhoging van het opbouwpercentage mogelijk.
Is de 100%-grens voor prepensioen altijd van toepassing? Ja, in beginsel is de 100%-grens in alle situaties onverlet van toepassing. Echter in een tweetal gevallen acht de staatssecretaris dit onredelijk en maatschappelijk ongewenst en keurt een overschrijding goed. Het betreft overschrijding door indexatie en overschrijding door waardeoverdracht.
Tot slot
De overgangstermijn is per 1 juni 2004 afgelopen en het kabinet is druk in de weer de huidige pensioenwetgeving drastisch te wijzigen. Nieuwe inzichten uit onderhavig besluit lijken dus te laat te komen. Ook de versoepelingsregeling met betrekking tot het ter goedkeuring voorleggen van de pensioenregeling aan de fiscus lijkt geen soelaas te bieden. De vraag die zich hier voordoet, is of het ministerie van Financiën met de publicatie van de vraag en antwoordenbesluiten feitelijk niet het paard achter de wagen spant.
Pensioenen & Verzekeringen van PricewaterhouseCoopers.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.