nieuws

Eindelijk duidelijkheid omtrent verzwijging bij overschrijven van

Archief

autoverzekering

De vraag wanneer sprake is van wijziging van een bestaande dan wel het afsluiten van een nieuwe verzekering, is niet altijd eenvoudig te beantwoorden. Die vraag is van belang in verband met de mogelijkheid voor de verzekeraar om een beroep te doen op artikel 251 K. Zoals bekend is dit artikel alleen van toepassing bij het afsluiten van een verzekering, niet bij het wijzigen daarvan. Zie Hoge Raad 6 januari 1984 NJ 1985 nr 590.
door mr F. Stadermann
Hoge Raad 9.9.1994 Rechtspraak van de Week 1994 nr 170.
De jurisprudentie ten aanzien van het overschrijven van een bestaande autoverzekering op een andere auto was verdeeld. Hof ‘s-Gravenhage (8 juni 1988 Schip & Schade 1990 nr 13) beschouwde dit als het aangaan van een nieuwe verzekering; hof ‘s-Hertogenbosch (28 augustus 1984 Schip en Schade 1985 nr 127) daarentegen meende dat vervanging van een auto door een andere auto niet leidt tot het aangaan van een nieuwe verzekering maar tot wijziging van de bestaande. De Hoge Raad heeft dat strijdpunt nu beslist.
De casus
Het volgende was aan de hand. De heer B. sloot met ingang van 10 februari 1988 via een assurantie tussenpersoon voor zijn Ford Granada een aansprakelijkheidsverzekering af. De heer B. was een niet helemaal eerlijk persoon. Op het aanvraagformulier kwam voor de vraag: “Bent u en/of de regelmatige bestuurder wel eens met de strafrechter in aanraking geweest ?” De heer B. beantwoordde die vraag met “Neen” terwijl dat “Ja” had moeten zijn. De heer B. was namelijk drie jaar eerder voorlopig gedetineerd geweest op verdenking van heling.
In augustus 1988, dus een half jaar na het sluiten van de verzekering, verzekerde de heer B. een Renault. De verzekering van de Ford Granada werd op die datum beëindigd. De verzekering van de Renault geschiedde niet alleen tegen het risico van wettelijke aansprakelijkheid maar bood nu ook een beperkte cascodekking. Eén en ander werd geregeld via dezelfde tussenpersoon. Er werd een polisaanhangsel opgemaakt; het polisnummer en de oorspronkelijke ingangsdatum van 10 februari 1988 bleven gehandhaafd. Als reden voor het afgeven van het aanhangsel werd vermeld: “Wijziging motorrijtuig; de verzekering loopt voortaan als volgt (……..)”.
Het jaar daarop werd de Renault door brand verwoest. De verzekeraar weigerde de schade te vergoeden en beriep zich op nietigheid ex art 251 K. De verzekeraar had toen namelijk inmiddels vastgesteld dat in februari 1988 de vraag op het aanvraagformulier naar het strafrechtelijk verleden ten onrechte ontkennend was beantwoord.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank honoreerde het standpunt van de verzekeraar niet. Naar het oordeel van de rechtbank vormde de ruimere dekking voor de Renault waarvoor ook een hogere premie werd berekend, ten opzichte van de verzekering van de Ford Granada een nieuwe verzekering. Bij het afsluiten van die nieuwe verzekering kon van de heer B. niet worden gevergd dat hij ongevraagd de verzekeraar inlichtingen over zijn strafrechtelijk verleden zou geven. Stilzwijgend nam de rechtbank kennelijk aan dat de heer B. door aldus te zwijgen niet de bedoeling had om aldus een verzekering af te sluiten. Alleen in dat geval immers bestaat er voor de verzekerde wel een verplichting om spontaan van zijn strafrechtelijk verleden aan de verzekeraar melding te maken.
Vergelijk HR 18 december 1981 NJ 1982 nr 570.
Het hoger beroep
Het hof was het met de rechtbank niet eens. Ook het hof meende weliswaar dat sprake was van een nieuwe verzekeringovereenkomst. Maar, aldus het hof, de nieuwe verzekeringovereenkomst strekte ertoe om op de oude voort te bouwen; de oude overeenkomst is nietig en daarom wordt de nieuwe verzekeringovereenkomst getroffen door dezelfde nietigheid. Daarbij achtte het hof in het bijzonder van belang dat een nieuwe verzekering tot stand was gekomen tussen dezelfde partijen, dat het eenzelfde motorrijtuigenverzekering betrof en dat de nieuwe verzekering naadloos aansloot op de oude.
Het hof wees daarom het beroep van de verzekeraar op artikel 251 K toe.
De Hoge Raad
De Hoge Raad is het met die uitkomst wel eens maar komt daartoe langs een iets andere weg.
De Hoge Raad geeft daarbij aan hoe in het algemeen het overschrijven van een autoverzekering moet worden beschouwd. De Hoge Raad overweegt:
“De aard van de motorrijtuigenverzekering, d.w.z. de verzekering die de wettelijke aansprakelijkheid met betrekking tot een motorrijtuig dekt, al dan niet gecombineerd met enigerlei casco- en/of andere dekking, brengt mee dat het motorrijtuig waarvoor de verzekering is gesloten, van tijd tot tijd door een ander motorrijtuig wordt vervangen, welke vervanging soms gepaard gaat met een wijziging in de dekking bijv. in dier voege dat een enkele WA-dekking wordt omgezet in een zgn. uitgebreide WA-dekking dan wel wordt aangevuld met een (al dan niet beperkte) casco-dekking, of andersom”.
Als sprake is van een zodanige vervanging, dan leidt dat er niet toe dat verzekering eindigt en dat er een nieuwe verzekering aanvangt. Daarmee strookt, aldus de Hoge Raad, … dat ter gelegenheid van de vervanging veelal de polis, met inbegrip van het polisnummer, behouden blijft en de verzekeraar volstaat met afgifte van een aanhangsel bij die polis, houdende vermelding van de gegevens omtrent het vervangende motorrijtuig, de aard van de voor dat motorrijtuig verlangde dekking, de hoogte van de nieuwe premie en het ingangstijdstip van de vervanging; de in de polis vermelde voorwaarden plegen in de verschillende soorten dekking te voorzien”.
In appèl was nog aan de orde gekomen de vraag of de artikelen 12. en 13. van de WAM aan die uitleg niet in de weg zouden staan. Het hof beantwoordde die vraag ontkennend. De Hoge Raad is het daarmee eens. In die artikelen wordt ervan uitgegaan dat in geval van vervanging van het motorrijtuig de verzekering met betrekking tot het motorrijtuig eindigt. Maar dat betekent niet, zo overweegt de Hoge Raad, dat aan de verzekeringovereenkomst zelf een einde komt.
Het oordeel van het hof dat de vervanging van de Ford Granada door de Renault leidde tot een beëindiging van de verzekering voor de Ford en tot het tot stand komen van een nieuwe verzekeringovereenkomst van de Renault, was echter in cassatie niet bestreden.
De Hoge Raad moest dat dan ook als uitgangspunt nemen. Daarvan uitgaande had het hof zijn werk niettemin toch goed gedaan. Met name achtte de Hoge Raad de door het hof aangehouden interpretatie in overeenstemming met de tekst van artikel 6:229 BW. Dit artikel dat regelt de zogenaamde “voortbouwende overeenkomst”, ziet blijkens de Memorie van Antwoord op overeenkomsten die een reeds tussen partijen bestaande rechtsverhouding beogen te wijzigen, op te heffen, aan te vullen, nader vast te stellen of uit te voeren.
Wat ervan te vinden?
Kunnen de autoverzekeraars tevreden zijn ? Er is nu duidelijkheid geschapen. Die duidelijkheid houdt in dat het overschrijven van een verzekering op een andere auto in het algemeen is te beschouwen als een – gewijzigde – voortzetting van de bestaande overeenkomst. De consequentie daarvan is dat ook na zodanige overschrijving de autoverzekeraar een beroep kan doen op artikel 251 K, als later blijkt dat destijds, toen de eerste auto werd verzekerd, de verzekerde essentiële informatie achterhield.
Maar zoals zo vaak heeft de medaille ook hier een keerzijde. Als zich tussen het afsluiten van de oorspronkelijke overeenkomst en de overschrijving een feit voordoet dat voor de verzekeraar essentieel is zonder dat de verzekerde bij het overschrijven daarvan melding maakt, kan dat geen beroep op artikel 251 K rechtvaardigen.
Ik denk dat dat nadeel echter maar zeer betrekkelijk is. Immers, het is veelal een verzwegen strafrechtelijk verleden waarop de verzekeraar zijn beroep op artikel 251 K pleegt te baseren. Op de verzekerde rust echter ten aanzien van zijn strafrechtelijk verleden geen spontane mededelingsplicht. Hij moet de verzekeraar bij het afsluiten van een verzekering alleen daaromtrent informeren wanneer de verzekeraar daarnaar nadrukkelijk vraagt.
Bij het overschrijven van autoverzekeringen plegen verzekeraars geen gebruik te maken van een aanvraagformulier. Dus als de wijziging zou hebben moeten worden beschouwd als een nieuwe overeenkomst, zou het niet melden van het strafrechtelijk verleden de verzekeraar in een dergelijk geval ook geen beroep op artikel 251 K toestaan.
Al met al een uitspraak waar autoverzekeraars dus wel tevreden mee kunnen zijn.
Slechte mensen
Maar wie wil, kan de verzekeraar toch wel bij de neus nemen.
Neem mijn buurman die ik toch al niet vertrouw. Als die zijn oude, slechts tegen aansprakelijkheid verzekerde auto total loss rijdt (zonder schade aan een derde toe te brengen zodat de WAM-verzekeraar niet uit eigen hoofde van het ongeval hoort) en als die buurman dan vervolgens de lopende verzekering laat omzetten in een WAM + cascodekking voor zijn nieuw gekochte bolide, dan heeft hij geen mededelingsplicht; artikel 251 K is blijkens het nu gewezen arrest niet van toepassing zodat de verzekeraar een latere schade aan de auto zal moeten vergoeden.
Zo zijn nu de regels. En mijn buurman profiteert daarvan, dus misschien is hij niet eens zo slecht.
Overigens kunnen verzekeraars zich tegen een dergelijke situatie wel wapenen door in de polisvoorwaarden op te nemen dat bij uitbreiding van de dekking de verzekerde spontaan essentiële gegevens als bedoeld in artikel 251 K dient te melden. Een dergelijke polisbepaling zal zeker niet in alle gevallen soelaas bieden. Maar de echt slechte verzekerden kunnen in geval van schade vermoedelijk wel de deur gewezen worden.
en notarissen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.