nieuws

Ei ontslagvergoeding eindelijk gelegd

Archief

Na welgeteld meer dan zes maanden geharrewar is er in de laatste maand van het vorig jaar eindelijk een besluit genomen over de belastingheffing over ontslagvergoedingen. Het besluit draait met name om de vraag in welke situaties een vergoeding wordt verstrekt of wordt bedongen zonder dat daar voor de werkgever een eindheffing in de loonbelasting – het beruchte artikel 32aa – aan te pas komt.

Door Alfred Lagendijk
De staatssecretaris kiest niet voor een goed en overzichtelijk besluit, waarin alles goed is geregeld. Hij heeft een besluit opgesteld, waarin de systematiek is aangegeven en waarin wordt verwezen naar eerdere besluiten. Dit maakt het toepassen van de regeling tot een lappendeken, die niet altijd even helder is.
Omdat het gehele kabinetsbeleid is gericht op de bevordering van de arbeidsparticipatie van ouderen, wil de regering dat werkgevers en werknemers zo weinig mogelijk gebruik maken van vervroegde uittredings- of afvloeiingsregelingen. Er is om die reden geen steun meer voor VUT-regelingen oude stijl die op rente- of omslagbasis werden gefinancierd, noch voor eenmalige ontslaguitkeringen die ten doel hebben werknemers vervroegd te laten uittreden. De eindheffing komt echter pas in beeld als de ontslaguitkering ten doel heeft te voorzien in een overbrugging naar de ingangsdatum van de pensioen- of AOW-uitkeringen óf een aanvulling zijn op pensioenuitkeringen. In verreweg de meeste ontslagsituaties is daarvan geen sprake.
Onaangetast
Het besluit treedt in werking per 1 januari 2006. Alle dienstbetrekkingen die tegen maximaal de wettelijke opzegtermijn zijn opgezegd (of waar ontslag overeengekomen is) in 2005 blijven ongemoeid. Hierbij geldt nog het niet geheel duidelijke criterium dat aan de opzegging op een gebruikelijke manier uitvoering wordt gegeven.
Alle bestaande en fiscaal erkende VUT- en afvloeiingsregelingen uit 2004 (en eerder) voor werknemers die op 1 januari van het vorig jaar 55 jaar of ouder waren, blijven ook onaangetast.
Kwalitatieve toets
Voor de situatie in 2006 geldt dat er eerst een kwalitatieve toets volgt, in het geval dat geen sprake is van afwikkeling in 2005 of toepassing van een in 2004 bestaande regeling voor 55-plussers. Deze toets kijkt vooral naar de reden voor het ontslag.
Het belangrijkste is dat ter voorkoming van de eindheffing de ontslaguitkering niet mag worden toegekend om eerder te stoppen met werken. Situaties waarin de eindheffing niet van toepassing is, zijn een reorganisatie of een individueel ontslag dat eveneens niet leeftijdgerelateerd is.
In het besluit staat het als volgt: “Als het ontslag niet is gericht op het ontslaan van oudere werknemers is nooit sprake van eindheffing, noch op het moment van toekenning, noch op een ander moment. Een reorganisatie vindt bijvoorbeeld plaats als een bedrijf een afslankingsoperatie uitvoert of als men besluit om een afdeling geheel of gedeeltelijk op te heffen omdat het voordeliger is om het werk van die afdeling uit te besteden. Bij een dergelijke reorganisatie krijgen de werknemers die worden ontslagen door middel van bijvoorbeeld een sociaal plan een compensatie voor (een deel van) het loon dat ze door het ontslag missen en als overbrugging naar de volgende baan. Het gaat erom dat de reorganisatie plaatsvindt met het oog op de vermindering van het personeelsbestand op basis van objectieve criteria (zoals het lifo-systeem of het afspiegelingsbeginsel), waarbij niet de intentie bestaat ouderen met het oog op vervroegd uittreden te ontslaan.”
“Ook een uitkering bij een individueel ontslag zal in het algemeen niet geraakt worden door artikel 32aa van de Wet LB. Bijvoorbeeld een vergoeding bij ontslag wegens disfunctioneren heeft in beginsel niet tot doel een inkomensoverbrugging te geven tot het ingaan van een pensioen- of AOW-uitkering. Hetzelfde geldt voor andere niet-leeftijdgerelateerde ontslaggronden, zoals onenigheid over het te voeren beleid of onverenigbaarheid van karakters. De hoogte van dergelijke uitkeringen wordt veelal bepaald met behulp van de kantonrechtersformule. Deze uitkeringen vallen in de geschetste omstandigheden buiten de reikwijdte van artikel 32aa van de Wet LB.”
Kwantitatieve toets
Voor de situaties waarin de kwalitatieve toets geen oplossing biedt, mag de financiële regeling bij ontslag nog worden getoetst op basis van het besluit van 26 mei 2005. Op grond van de daarin opgenomen gedetailleerde kwantitatieve toets (zie AM 12 van 10 juni 2005, pag. 42) kan de conclusie alsnog zijn dat geen sprake is van een regeling voor vervroegde uittreding.
Bij de kwantitatieve toets wordt alleen gekeken naar de hoogte van het stamrecht. Hierbij hoeft alleen bij de ontbinding van de arbeidsovereenkomst te worden getoetst. Als de ingangsdatum van de stamrechtuitkering op dat moment nog niet vaststaat, kan gerekend worden vanaf de ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Als op dat moment artikel 32aa niet van toepassing is, dan staat daarmee vast dat geen eindheffing zal worden opgelegd. Latere veranderingen kunnen dan níét teweegbrengen dat nogmaals moet worden getoetst.
Bewijslast
In de meeste reguliere ontslagsituaties zal hetzij op grond van het besluit van 8 december, hetzij op grond van het besluit van 26 mei worden vastgesteld dat geen sprake is van een regeling voor vervroegde uittreding. Artikel 32aa van de Wet LB is dan niet van toepassing.
Als toetsing aan beide besluiten tot de conclusie leidt dat geen sprake is van een vrijstelling van de eindheffing, dan zal in eerste instantie de inhoudingsplichtige werkgever moeten beoordelen of de eindheffing van artikel 32aa van toepassing is. Om hierover zekerheid te verkrijgen, kan hij de situatie voorleggen aan de bevoegde inspecteur. De bewijslast voor de eindheffing ligt bij de inspecteur.
Is sprake van een regeling voor vervroegde uittreding, dan vindt de eindheffing plaats bij de werkgever en niet bij de werknemer die de uitkering ontvangt. De werkgever heeft hiervoor geen verhaalsrecht op de betrokken werknemer.
& Insurance Services van PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.