nieuws

Eerste Kamer maakt geen punt van de Wet Toezicht Natura-uitvaartverzekeringsbedrijf

Archief

De Eerste Kamer heeft op 4 juli slechts kort stilgestaan bij het ontwerp van de Wet Toezicht Natura-uitvaartverzekeringsbedrijf. De enige spreker uit de senaat was drs C.P. van Dijk (CDA), die minister Zalm (financiën) een aantal vragen voorlegde. Het wetsvoorstel werd vervolgens zonder stemming aangenomen.

Van Dijk gaf blijk van zijn instemming met het door de Tweede Kamer aanvaarde amendement dat er toe leidde dat het voorgestelde ‘verlichte regime’ werd doorgehaald, “omdat ook onder dit verlichte regime waarschijnlijk nog vele kleine verzekeraars ter ziele zouden gaan.”
Van Dijk: “Ook wij hechten grote waarde aan het instand houden van kleine, vaak lokale initiatieven tot onderlinge steun op dit gebied en zijn dan ook blij met het amendement-Smits in de Tweede Kamer. Die amendering stelt ons vandaag in staat, met méér overtuiging voor dit wetsvoorstel te stemmen.” Toch had het hem bevreemd, dat minister Zalm zo gemakkelijk akkoord was gegaan met het bedoelde amendement. Zalm bestreed evenwel, dat hij min of meer akkoord was gegaan. “Ik heb het amendement afgeraden. Niettemin heeft de Kamer het aanvaard. Ik moet dus wel verantwoorden waarom ik daarover niet de portefeuillekwestie heb gesteld” ,aldus Zalm. “Het onderwerp leek mij niet zo zwaar te wegen dat ik daarover, zo vroeg in mijn nog kortstondige carrière, meteen al de portefeuillekwestie moest stellen.”
Toetreding geblokkeerd
Van Dijk wees er overigens op, dat het amendement-Smits in één, niet onbelangrijk opzicht restrictiever is dan het door de minister aanvankelijk voorgestelde verlichte regime.
“Alleen bestaande kleinschalige verenigingen en onderlinge waarborgmaatschappijen vallen buiten het bereik van deze wet. Kleine verzekeraars die na de ingangsdatum van de wet worden opgericht, vallen voor 100% onder het wettelijk toezichtsregime. Beter gezegd: ze zullen om die reden waarschijnlijk nooit meer worden opgericht. Erg consequent is dat niet. Als wij waarde hechten aan kleinschalige initiatieven, gericht op onderlinge hulpverlening, geldt dat ook voor de toekomst, dus voor nieuwe initiatieven.” Er zouden de laatste jaren geen nieuwe begrafenisverenigingen meer worden opgericht en bovendien had Zalm de vrees geuit, dat het toestaan van nieuwe kleine verzekeraars die buiten de wet vallen, oneigenlijk gebruik mogelijk zou maken? “Is het de minister bekend of het amendement misschien tot een andere vorm van oneigenlijk gebruik aanleiding heeft gegeven, namelijk de opsplitsing van maatschappijen met meer dan 3.000 verzekerden in een aantal kleinere?” Zalm: “Nieuwe begrafenisverenigingen kunnen niet worden opgericht voor zover zij optreden als verzekeraar, want dan vallen zij onder het nieuwe toezichtsregime. Als het gaat om nabuurhulp, zonder dat er sprake is van contractueel vastgelegde verplichtingen en afdwingbare rechten, blijft het oprichten van nieuwe verenigingen te allen tijde mogelijk”. Hij gaf toe, dat er geen echte zekerheid te geven is, dat er weinig begrafenisverenigingen meer worden opgericht, maar hij zei zich te baseren op informatie van de Verzekeringskamer en van het Landelijk samenwerkingsverband van uitvaartinstellingen zonder winstoogmerk. “Beide hebben de indruk dat geen nieuwe begrafenisverenigingen meer worden opgericht.” Over eventuele opsplitsing van maatschappijen teneinde toch maar beneden de grens van 3.000 verzekerden te komen, zei Zalm: “Voor zover mij bekend is, zijn er geen maatschappijen gesplitst louter om het toezichtsregime te ontlopen. In de toekomst is dat ook niet meer mogelijk, omdat elke verzekeraar die zich aanmeldt na 1 januari 1995, ongeacht de grootte, onder het toezichtsregime komt”.
Fiscale kwestie
Van Dijk had ook nog een vraag van fiscale aard, en wel in relatie tot de omvang van de wettelijk verplichte technische voorzieningen. “Deelt de minister mijn mening, dat de jaarlijkse mutaties in deze voorzieningen in de verlies- en winstrekening ten volle mogen worden afgetrokken voor de berekening van de vennootschapsbelasting. Ik stel de vraag, omdat ik heb vernomen dat deze zaak nogal eens een discussiepunt vormt met de belastingdienst.”
Zalm reageerde: “Wij moeten een goed onderscheid maken. Zo ziet de Verzekeringskamer vooral op de soliditeit van de verzekeraar. Dus de toevoegingen aan de reserves kunnen in de ogen van de Verzekeringskamer nooit groot genoeg zijn. Dat is altijd goed voor de soliditeit en de continuïteit. De belastingdienst heeft natuurlijk een andere rol te spelen. Die moet ook bekijken of de winst niet te veel gedrukt wordt door grote toevoegingen aan de reserves. Dus de belastingdienst heeft uit een andere invalshoek een afzonderlijk oordeel met als basis het goed koopmansgebruik. Dat kan dus afwijkend zijn van de voorziening die de maatschappij getroffen heeft. Overigens is in de jurisprudentie dit zelfstandige beoordelingsrecht van de fiscus op de redelijkheid van de getroffen voorziening erkend.” Volgens Van Dijk zouden verzekeraars toch wel geremd worden bij het via de reserves verhuld opbouwen van eigen vermogen. “Het majoreren op dat punt door een verzekeringsbedrijf zal ertoe leiden dat het hogere premies moet heffen en daarmee dat het zich waarschijnlijk uit de markt concurreert.” Zalm wees er nogmaals op, dat de afweging van de belastingdienst draait om de volgende kernvraag: “Is er sprake van een prudente voorziening dan wel van een overmatige voorziening?”
Zalm: “Volgens mij zijn er geen uitvaartverzekeraars gesplitst, louter om het toezichtsregime te ontlopen”.
Wanneer heeft een verzekeraar een niet-commercieel karakter
Kan er een sluitende definitie worden geformuleerd voor het begrip ‘niet-commerciële verzekeringsmaatschappij’, op grond waarvan deze ook bij aanwezigheid van meer dan 3.000 leden-verzekerden buiten het wettelijk toezicht zou kunnen vallen? Dat was de strekking van de in de Tweede Kamer door Van Dijke (RPF) ingediende (en aangenomen) motie. Vervolgens heeft minister Zalm de Verzekeringskamer verzocht om daar haar licht over te laten schijnen. Zalms voorlopige oordeel was, dat het getalscriterium de doorslag zou moeten geven. “Misschien ziet de Verzekeringskamer kans om tot meer geavanceerde toetsingsmogelijkheden te komen”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.