nieuws

Dolders pleitbezorger voor nieuwe kwalificatiestructuur opleidingen

Archief

“Iedereen die commercieel contact heeft met de consument moet kunnen aantonen dat hij over de juiste deskundigheid beschikt. Het huidige stelsel van permanente educatie (PE) voldoet daar niet aan. De PE-punten moeten door de persoon verdiend worden en niet door het assurantiekantoor.” Dat zegt Arno Dolders, het kersverse bestuurslid van de Stichting Examens Assurantiebedrijf (SEA) en in het dagelijks leven algemeen directeur van Legal & General.

Het pleidooi voor het kunnen aantonen van deskundigheid beperkt zich niet tot assurantietussenpersonen; ook medewerkers van verzekeraars en loondienstagenten, die contact met hebben met klanten moeten hieraan voldoen, vindt Dolders. “De afgelopen tien jaar hebben we een zeer bloeiende markt gezien met een ongekende groei voor zowel verzekeraars als tussenpersonen. In dat tijdperk hebben we verzuimd het vertrouwen van de consument te waarborgen. We hebben natuurlijk de afgelopen tijd vaak genoeg gezien hoe het niet moet”, zegt Dolders.
Als voorbeelden van een goede stap in de richting om het vertrouwen terug te winnen, noemt hij de Gedragscode Informatieverstrekking Dienstverlening Intermediair (Gidi) en de Financiële Bijsluiter. “Ik vind wel dat tussenpersoon en klant wederzijds hun plichten hebben. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat de klant van de een naar de andere tussenpersoon gaat en dan verwacht dat ze allemaal even goed op de hoogte zijn. Daarbij moet de klant kunnen zien wanneer hij te maken heeft met een professionele adviseur of met een beunhaas. Er bestaat op dit moment een woud aan keurmerken, maar er is geen overkoepelende kwalificatiestructuur. Het zou niet mogen kunnen dat de feitelijk leider van een kantoor een B-diploma heeft en vervolgens honderd analfabeten de straat op kan sturen die net het woord spaarloon hebben geleerd.”
Competenties
Om zo’n kwalificatiestructuur neer te kunnen zetten, moeten de branchepartijen in de markt zogeheten competentieprofielen opstellen. “Ik vind dat het opstellen van deze competentieprofielen is voorbehouden aan partijen in de branche. De profielen moeten door een onafhankelijk instituut worden opgesteld, waarin branchepartijen als NVA, NBVA, Federatie van Assurantieclubs en het Verbond van Verzekeraars vertegenwoordigd zijn.”
Het feit dat Nibe-SVV al gestart is met het opstellen van competenties en functieprofielen, vindt Dolders lovenswaardig. Hij blijft echter op het standpunt staan dat het door een onafhankelijke partij moet gebeuren. “Daar waar de profielen van Nibe-SVV passen, moet het wiel niet opnieuw uitgevonden worden. Het Platform Opleidingen waartoe de Federatie een aanzet heeft gegeven, kan daarin een belangrijke rol spelen. Daarnaast zie ik een belangrijke taak weggelegd voor SEA.”
SEA-directeur Jan Janse is het eens met Dolders. “De competenties en profielen moeten opgesteld worden door de branchepartijen. Vervolgens komt de SEA in beeld bij het opstellen van de eindtermen gebaseerd op deze competenties. Daarna zijn de opleidingsinstituten aan zet om de opleidingen te ontwikkelen.”
Permanente educatie
Ook bij de controle van de permanente educatie, zoals dat Dolders voor ogen staat, kan de SEA een belangrijke rol spelen. “Op dit moment beoordelen onder meer NVA en NBVA zelf of opleidingen, cursussen, workshops en dergelijke in aanmerking komen voor PE-punten. Dat moet anders. Die waardering moet centraal gebeuren. De SEA is daar een uitgelezen instituut voor. De controle op het behalen van PE-punten kan bijvoorbeeld aan de hand van identificatie plaatsvinden. Ik zou me ook kunnen voorstellen dat het Platform jaarlijks vaststelt wat de meest actuele ontwikkelingen zijn in de branche en dat SEA de toetsen levert en afneemt. Dan ben je in één keer klaar met het hele PE-gebeuren. Er wordt dan jaarlijks getoetst, afhankelijk van de competenties waaraan men in bepaalde functies moet voldoen.”
Dolders verwacht dat de Autoriteit FM alleen maar ‘dank je wel’ zal zeggen als de branche zelf het initiatief neemt tot een toetsing van de deskundigheid. “Docters van Leeuwen zit er echt niet op te wachten om 22.000 assurantietussenpersonen te toetsen op deskundigheid. Het is heus niet één-twee-drie geregeld. De basis voor zo’n kwalificatiestructuur moet in drie jaar kunnen staan. Vervolgens zullen we vijf tot tien jaar nodig hebben om iedereen te kwalificeren en te beoordelen op deskundigheid. In Engeland hebben ze er uiteindelijk twaalf jaar overgedaan om op het huidige hoge kennisniveau van assurantietussenpersonen uit te komen.”
“In de nota die door de Raad Financiële Toezichthouders is geschreven, wordt gesproken over een viertal onderwerpen waaraan tussenpersonen zouden moeten voldoen. Eén daarvan is deskundigheid. In dat kader wordt gesproken over een vergunningenstelsel. Dat houdt in dat er een nieuwe inschrijving plaatsvindt in een nieuw register. Daarbovenop komt een vergunningenstelsel op deelgebieden. Op het moment dat de adviseur niet voldoet aan de deskundigheidseis mag hij niet meer onafhankelijk adviseren. Verder stelt de Autoriteit FM voor dat die adviseur dan onder de paraplu van de verzekeraar valt. Van dat laatste ben ik absoluut geen voorstander”, zegt Dolders.
Examentechnieken
Dolders en Janse realiseren zich dat door het koppelen van PE-punten aan personen een forse toename van het aantal cursisten kan ontstaan. “Als branche moet je je niet afvragen of we die toeloop aankunnen. Het móet gewoon”, vindt Janse. “Als SEA zijn we dan ook nadrukkelijk aan het inspelen op deze ontwikkelingen. Allereerst moeten we toe naar een systeem van flexibele examinering, zoals dat nu voor de cursus Inleiding Verzekeringsbedrijf plaats vindt. Dit betekent dat kandidaten op het voor hen geschikte moment op meerdere plaatsen in het land, via internet examen kunnen afleggen. De volgende stap is deze technieken ook geschikt te maken voor open vragen en niet alleen meerkeuzevragen, zoals nu het geval is. Daarmee gaat de SEA in het najaar aan de slag. Als dat lukt dan creëer je een flexibiliteit waardoor de huidige stagnatie tot het verleden behoort. Dat biedt tevens de mogelijkheid om examinering op de werkplek mogelijk te maken. Dat levert enorme kostenbesparingen op voor met name werkgevers.”
Eensgezind
Dolders en Janse zijn van mening dat alle partijen in de branche het op hoofdlijnen eens zijn met het feit dat zo’n kwalificatiestructuur er moet komen. “Waarover nog wel gesteggeld zal worden, is wie nu wat gaat doen en in welke volgorde. Ook is nog niet duidelijk wie hierin het voortouw moet nemen”, zegt Dolders. Janse vult aan: “Binnen het Verbond van Verzekeraars is de commissie Onderwijs en Opleiding actief, die voorstander is van zo’n kwalificatiestructuur. Ik weet dat deze commissie stappen zal ondernemen.”
Arno Dolders: “We zullen het vertrouwen van de consument moeten terugwinnen en dat kan alleen als de adviseur met een papiertje in de hand kan laten zien dat hij deskundig is.”
Jan Janse: “Door de inzet van nieuwe technieken willen we de stagnatie die nu optreedt bij de examinering, opheffen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.