nieuws

‘Diploma’s in prullenbak is kapitaalvernietiging’

Archief

“Invoering van de Wet Financiële Dienstverlening betekent niet dat bestaande diploma’s hun waarde verliezen. Dit geldt zowel voor feitelijk leiders, sleutelfiguren als voor overige medewerkers.” Dit stelt de Stichting Examens Assurantiebedrijf (SEA) naar aanleiding van berichten dat medewerkers die geen feitelijk leider of sleutelfiguur zijn voor de WFD, de waarde van hun al behaalde diploma’s verloren zien gaan.

De discussie hierover is in gang gezet door adviesbureau D&O in nummer 47 van zijn WFD-nieuwsbrief. In deze nieuwsbrief stelt het adviesbureau dat “het te introduceren vergunningenstelsel nadelig uitwerkt voor medewerkers van assurantiekantoren”.
Dit zou komen doordat een medewerker, bijvoorbeeld iemand met het diploma Erkend Hypotheekadviseur, niet zelfstandig als medewerker een vergunning kan aanvragen en deze vergunning in de tijd onderhoudt door correct de permanente educatie te volgen. Veel van deze diploma’s geven in beginsel recht om, via de overgangsregeling, in aanmerking te komen voor een of meer van de nieuwe vergunningen. “Maar, als onze interpretatie juist is, alleen wanneer de werkgever deze medewerker bij de invoering van de WFD ook als zodanig in de vergunning laat opnemen”, aldus D&O.
Het adviesbureau verwacht echter dat dit laatste “maar beperkt het geval zal zijn”. Waardoor, zo luidt de conclusie “voor de overige medewerkers de formele waarde van hun in het verleden behaalde diploma vervalt”. Zouden zij in de toekomst hetzij alsnog drager van een vergunning willen worden, hetzij een eigen onderneming willen starten, dan zullen zij de nieuwe diploma’s moeten behalen. Zij kunnen dan geen gebruik meer maken van de tijdelijke overgangsmaatregel.
Demotivatie
D&O verwacht dat deze regeling dus tot grote demotivatie bij medewerkers zal leiden. “Hun in het verleden behaalde diploma zal opeens geen formele waarde meer hebben, afhankelijk van de beslissing van hun werkgever om hen wel of niet als drager van de vergunning aan te merken. De vraag is of medewerkers in de toekomst nog geïnteresseerd kunnen worden om de opleidingen te volgen die hen op zich zouden kunnen kwalificeren voor een bepaalde vergunning, indien de medewerkers niet het vooruitzicht hebben om vergunningdrager te worden.”
D&O verwacht verder dat de marktwerking verstoord zal worden. “Als bij een assurantiekantoor een medewerker gekwalificeerd is voor bijvoorbeeld hypotheken en hij valt langdurig uit, dan zal het sluiten van hypotheken direct gestaakt moeten worden. Als oplossing wordt dan gewezen op de mogelijkheid om tijdelijk iemand in te huren met een vergunning. Naar ons oordeel is dat maar ten dele mogelijk. Er bestaat namelijk geen markt meer van individuele personen die in het bezit zijn van een vergunning en die tijdelijk kunnen worden ingehuurd. Immers, de vergunning wordt altijd afgegeven in combinatie onderneming en functionaris. De enige oplossing is dan dat het assurantiekantoor een onderneming inhuurt en niet een functionaris. De vraag is of dit in de praktijk wenselijk is.”
Pleidooi
D&O houdt dan ook een pleidooi voor persoonsgebonden kwalificaties. “Het is dringend gewenst dat de WFD de mogelijkheid opent dat individuele personen zich kunnen kwalificeren voor bepaalde vakgebieden en dat deze kwalificaties door een medewerker onafhankelijk van een concrete werkgever kan worden aangevraagd en onderhouden. Dit zal de motivatie om specifieke vakdiploma’s te behalen hoog houden alsmede de werking op de arbeidsmarkt positief beïnvloeden.”
De SEA houdt een pleidooi voor een personenregister. “Het doel van zo’n register was aanvankelijk dat consumenten via internet konden zien voor welke vakbekwaamheidseisen hun contactpersoon bij een assurantiekantoor gekwalificeerd is. Het kan echter ook benut worden om medewerkers die bij de invoering van de WFD niet tot sleutelfiguur worden benoemd, toch de gelegenheid te geven de waarde van hun in het verleden behaalde diploma’s te beschermen.”
De SEA vindt zichzelf bij uitstek geschikt om zo’n personenregister op te zetten en bij te houden. “Wij registreren op dit moment ook al diploma’s die zijn uitgereikt voor de verschillende vestigingsdiploma’s.”
Reactie
Niels Mourits, voorzitter van de NVA en de Commissie Deskundigheid Financiële Dienstverlening (CDFD) reageerde als volgt in WFD-nieuwsbrief 49. “De Commissie heeft de groep van niet-sleutelfiguren, maar wel in het bezit van diploma’s uitdrukkelijk onderkend. Volgens de commissie moet deze groep in staat gesteld worden hun diploma’s te converteren in modulediploma’s. Wanneer dan vervolgens de permanente educatietrajecten worden bijgehouden, blijft men deskundig en komt men te zijner tijd in aanmerking voor een vergunning. In de markt zou daartoe een registratiemogelijkheid moeten worden ontwikkeld waarin deze gegevens van medewerkers worden vastgelegd en onderhouden.”
Mourits voegt toe dat de NVA zich zeer sterk zal maken deze omzettingsmogelijkheid van diploma’s te realiseren. “Het kan niet zo zijn dat oude papieren waardeloos worden.”
Ook de NBVA onderschrijft het belang van de omzettingsmogelijkheid van diploma’s en voegt eraan toe: “Intermediairs uit bovenstaande groep zouden in aanmerking moeten komen voor de vrijstellingsregeling (3-5-3 regel). Immers, daarmee blijven de oude diploma’s hun kracht behouden, wanneer zij een vergunning aanvragen te zijner tijd. De registratie is daarbij niet direct noodzakelijk, maar kan uiteraard behulpzaam zijn”, aldus de NBVA.
D&O is blij met de reacties van de standsorganisaties. “Het voorstel van de NVA en NBVA verdient de volledige steun van de bedrijfstak.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.