nieuws

De voorbeeldige branche van Paul van de Geijn

Archief

Paul van de Geijn is bijna één jaar voorzitter van het Verbond van Verzekeraars. Natuurlijk, hij is ook directievoorzitter van Aegon Nederland, maar daar wil hij niet over praten. “Die twee functies wil ik strikt gescheiden houden.” Als Verbondsvoorzitter is het tijd voor een tussenbalans, na een bewogen jaar met onder meer veel discussies over het toezicht op de verzekeringsbranche. Van de Geijn blijkt een positivo: “Wij zijn exemplarisch voor Europa en een voorloper op velerlei gebied.”

Door Henri Drost
Paul van de Geijn werd in januari van dit jaar ‘aanvoerder’ van de verzekeraars. Na het vertrek van Jos Staatsen is hij de eerste ‘roulerende’ voorzitter van het Verbond van Verzekeraars, die er een volledige baan bij één van de belangrijkste Verbondsleden naast heeft. Volgens Van de Geijn is die structuur goed bevallen. “Volgens een enquête onder stakeholders heeft het concept een positieve en krachtige uitstraling. Men kent de voorzitter en vindt het positief dat deze een belangrijke positie inneemt bij een grote verzekeraar. Verder heeft het positief gewerkt voor het Verbondsbureau: niets slijt in, alles is nieuw. En het netwerk met externe organisaties krijgt een nieuwe impuls.”
De Verbondswerkzaamheden hebben Van de Geijn gemiddeld een dagdeel tot een hele dag per week gekost. De combinatie met de functie directievoorzitter Aegon Nederland is hem niet tegengevallen. “Als ik het onderkoeld uitdruk, zeg ik: ‘het was een uitdaging’. Het legt een aanslag op je en het dwingt je heel effectief met je tijd en met onderwerpen om te gaan. Maar het gaat nogal in golven, bijvoorbeeld met ledenvergaderingen, strategiesessies en discussies over toezicht en terrorisme. Aan de andere kant: ik heb geen last van reistijd, want ik zit hier op driehonderd meter van het Verbondsgebouw. En ik heb veel steun aan algemeen directeur Eric Fischer. Hij is een goed complement voor mij. We kunnen het goed met elkaar vinden; we hadden al eens intensief met elkaar opgetrokken in het Holocaust-dossier.”
“Maar al met al heb ik het er behoorlijk druk mee gehad en dat was binnen Aegon wel eens moeilijk.” Is de dubbelfunctie meer ten koste gegaan van Aegon dan van het Verbond? “Nee. Het was te doen en het is gelukt. Trouwens, ik moet nog een half jaar, natuurlijk. Maar Aegon heeft geen klagen. Het heeft ook z’n voordelen gehad, want op bepaalde onderwerpen ben ik nu dieper ingegaan dan ik uit mezelf zou hebben gedaan, bijvoorbeeld in de dossiers Traas (jaarverslaggeving), Donner (WAO), stelsel Ziektekosten en Toezicht.”
Door de heg getrokken
De laatste discussie, over toezicht, heeft nog niet opgeleverd wat Van de Geijn er van hoopt. Zo ligt er nu een voorstel om het toezicht op financiële instellingen als verzekeraars anders te gaan inrichten. Het huidige toezicht op de solvabiliteit gaat van de Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK) naar een combinatie van De Nederlandsche Bank (DNB) en de PVK. Verder komt er gedragstoezicht bij, uit te voeren door de Autoriteit Financiële Markten (AFM), de huidige Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE). De verzekeraars zijn er niet gelukkig mee. Van de Geijn: “Het is zo’n belangrijk onderwerp, dat je niet over één nacht ijs moet gaan. Laten we nou eerst eens een zorgvuldige analyse maken.”
Minister Zalm heeft nog geen zorgvuldige analyse gemaakt?
“Nou, ik hou niet zo van die a-contrario-redeneringen. Dat is net als ik tegen de Centrale Ondernemingsraad zeg: ‘we moeten dit goed doen’ en ik direct de opmerking terugkrijg van ‘oh, deden we het dan altijd verkeerd?’. Dus ik bedoel niet te zeggen dat er geen zorgvuldige analyse is gemaakt, maar niet zorgvuldig genoeg.”
“Kijk, we hadden een Raad van Financiële Toezichthouders en de mensen van het ministerie van Financiën vonden dat het met die RFT maar matig gaan. Wij hebben gezegd: analyseer dat dan eens. Probeer knelpunten te vinden en los die op. Geef die RFT ook even de tijd om zichzelf te bewijzen. Daar komt bij dat wij er helemaal niet zeker van zijn dat het nu voorgestelde ‘Australische model’ tot minder overlap leidt. Verhalen uit Australië zijn helemaal niet zo positief. Het is een beetje een sprong in het duister, een vluggertje. Ik voel me door de heg getrokken.”
“Vanuit de optiek van de branche lijkt dit geen effectieve benadering. Het is de vraag of het dat vanuit de optiek van de toezichthouder of de consument wel is. Dat Zalm het belang van de consument op de allereerste plaats zet, vind ik goed. Daar hoor je mij niet over klagen; dat is uitermate belangrijk. Kennelijk vindt hij dat nog belangrijker dan zaken als de solvabiliteit van instellingen. Maar er zijn met het toezicht zoveel belangen gemoeid – de Consumentenbond is er bijvoorbeeld ook niet zo gelukkig mee – dat wij voorstellen een SER-advies te vragen. En kijk ook eerst eens naar wat er in Europa gaat gebeuren. Het kan toch niet zo zijn dat hierdoor onze concurrentiepositie verslechtert.”
Volmachtbedrijven
Het toezicht op tussenpersonen moet wel anders, vindt Van de Geijn. “Wij willen meer en beter toezicht.” Hij pleit wel voor zelfregulering, bijvoorbeeld in de vorm van de ‘Kwaliteitsnormering’ van de volmachtbedrijven (NVGA) en de Gedragscode Intermediaire Dienstverlening (Gidi). “Zelfregulering is altijd een route die je moet gaan. Dat vindt minister Zalm ook. Die heeft liever dat wij het oplossen dan dat hij het met een wet moet oplossen.”
Inmiddels is wel duidelijk dat de PVK toezicht wil gaan houden op volmachtbedrijven. Het Verbond van Verzekeraars staat daarbij aan de zijde van de volmachtbedrijven. “Wij willen via het normeringsprotocol van de NVGA ingaan op de wens van de PVK het toezicht op volmachtportefeuilles strakker aan te trekken. Het zou mij niet verbazen dat de PVK straks toezicht gaat houden op basis van periodieke accountantsrapportages; dat is nu ook bij verzekeraars het geval.”
Media-aandacht
De maatschappelijk en politiek sterker wordende roep om meer toezicht op verzekeraars en zeker ook op tussenpersonen, is onder meer het gevolg van een verhoogde media-aandacht voor de verzekeringsbedrijfstak. Zo is er veel aandacht voor incidenten (bijvoorbeeld in kranten en in consumentenprogramma’s als Breekijzer, Kassa en Radar), maar is er ook meer gefundeerde kritiek van bijvoorbeeld het tv-programma Zembla.
Van de Geijn verblikt of verbloost er niet van. “Ach, in Elsevier ben ik al eens betiteld als ‘aanvoerder van een roversbende’, hahaha. Ik blijf daar altijd heel rustig onder. Ik wijs graag op ons periodieke onderzoek wat wij als Verbond laten houden onder onze stakeholders: politici, toezichthouders, ministeries, VNO/NCW, et cetera. Daar scoort de sector gewoon goed. En dat is heel andere koek dan het grote publiek. Dat laatste deel is erg lastig beheersbaar en heeft een hoog napraat-gehalte.”
“Ik kan wel tot in detail ingaan op veel van die zaken die in de media zijn besproken, maar ik hou me gewoon in. Neem bijvoorbeeld de administratieve problemen. Dan kan ik natuurlijk wel gaan praten over wat er allemaal over verzekeraars is heengestort, zoals fiscale wijzigingen, de euro, de rekenrente, PSW-wijzigingen en allemaal van dat soort zaken. En het is niet allemaal kommer en kwel. Er zijn verzekeraars die het wel goed voor elkaar hebben.”
Transparantie
Volgens Van de Geijn is de verzekeringsbranche in veel opzichten juist een voorbeeld voor het bedrijfsleven. “In alle feitelijkheid moet je constateren dat er geen branche is die zo veel doet aan het verbeteren van de helderheid van zijn producten, die met gedragscodes komt die minister Zalm omarmt en voor de hele financiële sector wil hebben. We hanteren een transparantie die ik in bijna geen enkele andere sector in Nederland aantref. En op initiatief van de branche zelf.”
Op initiatief van de branche zelf? De Code Rendement & Risico (in 1996), de verbetering van de afkoopwaarden (in 1998), de Gidi (vanaf 2003) zijn toch vooral onder druk van buitenaf tot stand gekomen. En de Regeling Informatieverstrekking aan Verzekeringsnemers (1998) is door de wetgever opgelegd. Schetst u geen vertekend beeld door te claimen dat dit allemaal op initiatief van de branche zelf tot stand is gekomen?
“Nee, dat ben ik helemaal niet met u eens. Ik ben hier helemaal verbaasd over! Dit is een springlevende branche. Het gaat mij echt te ver om te denken dat organisaties of journalisten verzekeraars op goede ideeën brengen en dat zij dat vervolgens maar uitvoeren. Daar is echt geen sprake van. Ik ben echt helemaal verbaasd! Laat ik alleen al naar mijn eigen bedrijf Aegon kijken. Hoe je dat runt en hoe je met beide benen in de samenleving staat.”
“Ik herhaal, natuurlijk komen er hier en daar vervelende incidenten voor, buiten kijf. Maar ik ga absoluut niet mee met de gedachte dat dit een reactieve branche is, die brandjes blust en vervolgens hoopt dat de bui maar weer overwaait. Ik zit er toch met mijn neus bovenop in het Verbondsbestuur: zo werkt het helemaal niet. Ik werp dat verre van mij.”
“Ik vind bepaalde discussies, bijvoorbeeld over afkoopwaarden, erg gevaarlijk. Dat is nu terugkijken en over het moment dat wij met een verbetering zijn gekomen, zeggen: ‘had je dat niet eerder kunnen doen’. Dat soort redeneringen vind ik gevaarlijk. Je moet dat soort dingen goed in hun historische context zetten.”
Captives
“Een ander voorbeeld is de discussie over aandelenbelangen van verzekeraars in assurantiekantoren. Daar moet je niet spastisch over doen, maar je moet wel in de gaten blijven houden dat voorop staat de mate waarin een tussenpersoon in staat is te komen tot kwalitatieve en onafhankelijke advisering. En daar moet je helder over zijn.”
“Ik vind dat de consument er recht op heeft te weten dat een verzekeraar een aandelenbelang heeft in een assurantiekantoor. Aegon is ook de eerste geweest die heeft gezegd captives te hebben en ook welke dat zijn. Dat werd ons door de branche niet in dank afgenomen, maar wij hebben daar geen enkel bezwaar tegen gemaakt. En ik heb mij daar totaal niet geforceerd in gevoeld.”
Dat niet de gehele branche uitblinkt in transparantie, moet ook Van de Geijn erkennen. “We weten nog lang niet van alle kantoren of en welke verzekeraar daar een belang in heeft.”
U claimt overigens volledige openheid over de captives van Aegon, maar aan consumenten wordt het niet actief gemeld. En u bezat captives al ver vóór 1999. Voor die tijd hield Aegon glashard vol geen captives te hebben.
“Ja, maar op een goed moment is de tijd rijp dat je daarmee komt. Vóór die tijd was er een onuitgesproken aanname dat aandelenbezit automatisch tot belangenverstrengeling zou leiden. Die aanname is er nu niet meer automatisch. Het is onderdeel van het feit dat verzekeraars midden in de samenleving staan, transparantie betrachten. Ik voel me daar echt niet in geforceerd.”
Afsluitprovisie
Wat vindt u van de kritiek die mensen uit de branche in het tv-programma Zembla hebben geuit, dat driekwart of meer van de tussenpersonen geen adviseur is die het belang van de klant voorop zet, maar polisverkoper die vooral naar de eigen omzet kijkt? “Ik ben voorzitter van het Verbond van Verzekeraars. Ik ga mij niet uitspreken over het intermediair.”
Maar voor de meeste verzekeraars is de tussenpersoon het belangrijkste distributiekanaal en het imago van dat kanaal raakt ook het imago van de verzekeraars.
“Verzekeraars hebben allerlei distributiekanalen, waar het intermediair er één van is. En daarover verschijnt dan een programma en dat heet Zembla…incidenten zijn niet maatgevend voor de hele branche. Ik ga daar niet op in.”
Verzekeraars bepalen wel voor een groot deel de wijze van belonen van het intermediair. Enkele (ongewenste) effecten van afsluitprovisie zijn lage afkoopwaarden van verzekeringen en aantrekkingskracht op harde verkopers en zelfs fraudeurs. Moet de verzekeringsbranche niet van afsluitprovisie af?
“Als het aan mij had gelegen, dan waren we allang afgeraakt van het fenomeen afsluitprovisie. Dat is helaas nog niet het geval. Maar ik heb als Verbondsvoorzitter de markt niet aan een touwtje. In augustus 1999 bijvoorbeeld hebben we als Verbond een verschuiving geadviseerd van een deel van de afsluitprovisie naar doorlopende provisie, met het oog op de verbetering van afkoopwaarden. Dat laatste is gelukt, maar de provisieverschuiving is niet branchebreed doorgevoerd. Daar ben ik bedroefd over, maar ook laconiek. Het is aan de markt. Het Verbond kan adviseren wat het wil, maar de markt bepaalt of daar gehoor aan wordt gegeven.”
“De andere kant van marktwerking is dat er straks onder het intermediair alleen nog ruimte zal zijn voor echte adviseurs. Er is op dit moment marktwerking aan de gang, die bepaalt dat als je geen goede adviseur bent en je niet de lange termijn in de gaten houdt, dan ga je eraan. Dat is een beetje ‘au’ misschien, maar wel het heilzame van de marktwerking”, aldus de Verbondsvoorzitter, maar toch ook de topman van de maatschappij achter vele verkoopgerichte intermediairbedrijven, waaronder bekende namen als Spaaradvies/Adviespunt, Herman & Kuiper, Elan en Aetax.
Niet in mineur
Vanaf 1 april aanstaande verdwijnt het provisiegebod in de Wet op het Assurantiebemiddelingsbedrijf (Wabb), waardoor andere beloningsvormen dan alleen provisie mogelijk worden voor assurantietussenpersonen. Volgens de Verbondsvoorzitter dreigt “het kind met het badwater” te worden weggegooid. “Het inbouwen van provisie heeft zijn waarde bewezen.”
Van de Geijn: “Ik moet als voorzitter van het Verbond regelmatig aan politici en toezichthouders uitleggen dat wij – ondanks al die kritische blikken op het intermediair in Nederland – een heel transparant stelsel hebben. Geen enkel ander Europees land – op misschien het Verenigd Koninkrijk na – heeft daar zo de vruchten van geplukt als ons land. En waarom? Omdat we een onafhankelijk oordelend intermediair hebben, dat onderling zwaar concurreert en dat verzekeraars scherp houdt. En dat maakt dat iedereen die vanuit het buitenland in Nederland een product wil verkopen over enkele maanden kan beginnen. Kom daar maar eens om in Duitsland of Frankrijk.”
“Dankzij dat door velen vermaledijde intermediair – én de manier waarop verzekeraars dat belonen – hebben wij in Nederland een heel efficiënt en zeer concurrerend verzekeringswezen neergezet. Dat qua omzet/kosten-verhouding, rentabiliteit, tot de absolute wereldtop behoort. Wij hebben een prijsstelling per product – of dat nou is per auto of per ( 100.000 verzekerd leven, of voor kostprijs of voor marge – dat absoluut concurrerend is ten opzichte van anderen. En dat hebben we voor een heel groot deel te danken aan het stelsel met dat intermediair.”
“En wij zijn ook continu aan het verbeteren. Bijvoorbeeld met de administratieve ellende, de elektronische verwerking, het gebruik van internet, noem maar op. En dan doel ik ook op de financieringsvorm en het vinden van alternatieve beloningsvormen en het enorm fel bezig zijn met transparantie. Dat is ook het niet moeilijk doen over het captivebeleid. Kom nou toch, ik laat me niet in mineur praten; door niemand niet!”
Wij, de media, zijn veel te kritisch? “Nee, u bent niet te kritisch. U wilt te snel. Ik zie dat op lange termijn. Wij zijn exemplarisch voor Europa en een voorloper op velerlei gebied.”
Paul van de Geijn, voorzitter van het Verbond van Verzekeraars: “Ik laat me niet in mineur praten; door niemand niet!”
Paul van de Geijn (55) rondde dertig jaar geleden zijn rechtenstudie aan de Leidse universiteit af. Zijn eerste baan was op de juridische afdeling van verzekeraar Ennia, voorloper van het huidige Aegon. Daar werd hij in 1991 benoemd tot voorzitter van de directie Nederland, als opvolger van Kees Storm. Hij combineert deze functie veelvuldig met andere taken, zoals tot voor kort die van president-commissaris van ABZ (Arisco, ADN en Audalet). Momenteel is Van de Geijn nog lid van het dagelijks bestuur van werkgeversorganisatie VNO/NCW en vice-voorzitter van het Nationaal Platform Criminaliteitsbestrijding. Sinds januari van dit jaar is hij voorzitter van het Verbond van Verzekeraars.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.